Home

Op De Haagse Markt: 'We moesten integreren en dat betekende ook meteen de taal leren' - Omroep West

DEN HAAG - Een dorp binnen de stad, met zijn eigen mores en bewoners van verschillende pluimage. Sommigen staan al generaties lang op de Haagse Markt, anderen komen net kijken. Issam Filali is een volledig geïntegreerde nieuwkomer.

Een begrip is het: De Haagse Markt, al 88 jaar op dezelfde locatie (Herman Costerstraat). Het is de grootste onoverdekte markt van Nederland en een van de grootste van Europa. De ruim vijfhonderd kramen bieden werk aan meer dan duizend mensen. Wie zijn de gezichten achter de kramen? Dit is een verhaal in onze serie Op De Haagse Markt.

'Vier dagen in de week sta ik hier en twee dagen in de week op de markt in Rotterdam. Op zondag ben ik vrij. Dan ga ik padellen en ontbijt ik met mijn knappe vrouw en dochters.' Issam Filali (45) is een gelukkig mens en dat straalt hij ook uit.

Een geboren ondernemer vindt de kledingverkoper zichzelf, daarom is hij op de markt ook zo op zijn plaats. 'Mijn opa was een ondernemer, mijn vader ook. Ik kan niks anders en ik wil ook niks anders.'

Hij wil wel even tijd maken voor een praatje, nadat er is onderhandeld over hoeveel tijd dat mag kosten. Als hij eenmaal praat, verliest hij de tijd zo uit het oog. Zijn klanten niet. 'Vijftien jaar is deze meneer al klant', zegt hij trots. De meneer in kwestie beaamt het.

Toen Issam precies twintig jaar geleden uit Marokko naar Nederland kwam, zocht hij elke dag naar mogelijkheden. 'Het was voor mij makkelijker om hierheen te komen en te slagen dan dat het voor mijn vrouw was om naar Marokko te komen.'

Zijn vrouw is geboren en getogen in Nederland, 'van Marokkaanse komaf'. 'Voor mij als ondernemer was het een makkelijke keuze: ondernemen, dat kan ik hier ook.' En zo geschiedde.

Toch kostte het Issam nog wel even tijd om zijn draai te vinden. 'Maar ik wist altijd dat het ging lukken.' Hij wil per se vertellen hoe goed hij destijds als nieuwkomer in Nederland is behandeld.

'De overheid deed dat heel goed. We moesten integreren en dat betekende ook meteen naar school om de taal te leren.' Twee dagen in de week ging hij naar het Mondriaan. 'Gratis', wordt nog even benadrukt.

'Zo kun je goed integreren in een andere cultuur en de markt helpt ook. Praten met de klanten en de collega's.' Dat lukt heel aardig. Overbuurman Michel bemoeit zich te pas en te onpas met alles.

Voordat Issam naar Nederland kwam, stond familie van zijn vrouw al op de markt. 'Zij hebben me aangeraden het ook te proberen.' In Marokko zat hij met zijn vader in de lederhandel.

'Ik ben toen gestart met leren jassen die ik uit Marokko haalde. Een hele partij waarvan ik wist dat ik er verlies op zou lijden.' Issam had nog geen pakhuis. Hij was net een paar maanden in Nederland.

'We woonden bij mijn schoonmoeder met al die leren jassen bij ons op de slaapkamer.' Hij moet nog lachen als hij het vertelt. Het is duidelijk een dierbare herinnering. Ook al verloor hij er inderdaad geld op.

'Maar ik moest ergens mee beginnen en ik moest het leren, hoe het werkte op de markt.' In het begin had hij op de Haagse Markt niet zo'n goede plek. 'Toen heb ik geruild met een bakker. Hier is het gezellig, ik heb goede buren.'

Wat de toekomst brengt, wie zal het zeggen. 'Misschien ga ik als ik 50 word wel terug naar vier dagen werken in de week. Dan niet meer naar Rotterdam maar alleen op de Haagse Markt, tegenover Louis en Michel.'

Meer verhalen uit onze serie 'Op De Haagse Markt' lees je hier

Source: Omroep West Den Haag

Previous

Next