Het kabinetsplan om al in 2028 een vermogenswinstbelasting in te voeren voor box 3 is maandag afgekraakt door de Raad van State. Het juridisch adviescollege adviseert het kabinet het wetsvoorstel in te trekken en de invoering uit te stellen tot 2030.
is politiek verslaggever van de Volkskrant.
De Raad van State (RvS) laat in zijn advies geen spaan heel van de kabinetsplannen voor de vermogenswinstbelasting. Onder druk van VVD, CDA en de radicaal-rechtse oppositiepartijen stapte het kabinet voor de zomer af van het oorspronkelijke voornemen de vermogenswinstbelasting op zijn vroegst in 2030 in te voeren. De rechtse fracties reageerden daarmee op een krachtige lobby van ondernemers en fiscalisten om de ingangsdatum te vervroegen.
Met die koerswijziging neemt het kabinet de verkeerde afslag, oordeelt de RvS nu. Het adviescollege ziet zowel grote uitvoerings- als juridische risico’s op de gekozen route. Op Prinsjesdag naar de Tweede Kamer gestuurde beleidsnota’s onthulden al dat de Belastingdienst het kabinet hiervoor vanaf juli meerdere keren heeft gewaarschuwd.
Het kabinet verkoos deze waarschuwingen in de wind te slaan, maar komt daarvoor nu op de koffie bij de RvS. Die deelt de zorgen over de kabinetsplannen die ambtenaren van minister van Financiën Eelco Heinen en zijn staatssecretaris Eelco Eerenberg eerder ventileerden.
Die zorgen betreffen ten eerste de uitvoering. De banken hebben de Belastingdienst meermaals op het hart gedrukt dat ze alle uitvoeringsdetails minstens achttien maanden voordat de wet van kracht wordt moeten kennen, zodat ze hun ict-systemen tijdig kunnen aanpassen en anderszins een ordentelijke uitvoering kunnen garanderen.
Het kabinet houdt zich niet aan die afspraak door vast te houden aan invoering van de vermogenswinstbelasting per 2028, terwijl de gevraagde aanlooptermijn van achttien maanden al is verstreken. De Nederlandse Vereniging van Banken stuurde daarover donderdag nog een brandbrief aan de Tweede Kamer.
De banken waarschuwen het parlement in die brief dat ze beleggers die over 2028 box 3-belasting moeten betalen mogelijk niet alle benodigde gegevens kunnen aanleveren. Particulieren moeten die gegevens dan zelf opzoeken, maar de aangifte van de vermogenswinstbelasting is veel ingewikkelder dan de huidige (veelal vooringevulde) box 3-aangifte. De banken denken dat hun beleggende klanten daardoor veel fouten zullen maken in hun aangifte.
De Belastingdienst waarschuwde daar deze zomer ook al voor en zei daarbij dat de dienst die aangiften nauwelijks kan controleren. Het corrigeren van fouten en opsporen van moedwillige onderrapportage van de vermogenswinst is over het belastingjaar 2028 (en waarschijnlijk ook 2029) nagenoeg onmogelijk.
Het juridische risico waarop de RvS wijst en waarop ambtenaren het kabinet ook hebben gewezen, is dat het kabinet in 2028 en 2029 een ‘hybride’ vorm van vermogenswinstbelasting wil invoeren. Dit is een door politieke belangen ingegeven oplossing, omdat een volledige vermogenswinstbelasting sowieso pas in 2030 mogelijk bleek.
De hybride oplossing houdt in dat de box 3-heffing voor aandeelhouders en andere effectenbezitters in 2028 en 2029 anders is dan die voor onder andere beleggers in cryptovaluta en buitenlandse valuta. Die laatste groep betaalt in die twee tussenjaren tijdelijk meer belasting dan effectenbezitters.
De RvS is het met de ambtenaren eens dat dit grote juridische risico’s met zich meebrengt. Er is namelijk geen goede rechtvaardiging aan te voeren om dat onderscheid te maken. In eerdere versies van het wetsvoorstel werd de uitzondering beperkt tot vastgoed en aandelen in start-upbedrijven. Dat is zogenoemd ‘illiquide’ vermogen, bezit waarvan de waarde niet makkelijk is vast te stellen en dat de eigenaar niet in een oogwenk kan verkopen.
Maar dat onderscheid in liquiditeit is er niet tussen aandelen en cryptovaluta, constateert de RvS (net als de ambtenaren van de fiscus eerder). De kans is daarom groot dat cryptohandelaren de hybride vermogenswinstbelasting bij de rechter zullen aanvechten en die zaken zullen winnen. Vervolgens is dan een nieuwe hersteloperatie nodig, plus een nieuwe reparatiewet.
De RvS merkt ook op dat de tijdelijke, hybride vermogenswinstbelasting de inzet van 252 belastingambtenaren vergt, terwijl het kabinet net heeft aangekondigd 25 duizend rijksambtenaren te willen lozen.
Ten slotte heeft de RvS commentaar op de onzorgvuldige manier waarop het kabinet het wetsvoorstel door beide Kamers wil jassen, namelijk in vliegende haast (om het in 2028 te laten ingaan, moeten beide Kamers er voor 31 december mee instemmen). ‘Dit doet afbreuk aan de zorgvuldigheid van het wetgevingsproces, met negatieve consequenties voor de kwaliteit en de uitvoering’, aldus de RvS.
‘Invoering van het voorstel per 2028 is niet verantwoord’, stelt het adviesorgaan. ‘Het advies aan de regering is het wetsvoorstel in te trekken en met een nieuw wetsvoorstel te komen om per 2030 in één keer naar (een volledige vermogenswinstbelasting) over te gaan. Hiermee wordt de rust en duidelijkheid geboden die nodig is.’
Premier Rob Jetten leek vrijdag al een beetje vooruit te lopen op het vernietigende RvS-oordeel, dat bij het kabinet toen al bekend was. Hij zei tijdens zijn persconferentie dat het kabinet bekijkt ‘wat het beste moment is’ om de nieuwe box 3-wet in te laten gaan. Daarmee leek hij voorzichtig al af te stappen van invoering per 2028.
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant