Home

‘Mislukte veldspelers’ die ‘blunderen’: keepers zijn vaak de kop van Jut. Op dit congres luchten ze hun hart

Keepers, in alle sporten, verdienen meer respect, vindt Martijn Buurman, die zich opwerpt als verdediger van doelmannen en -vrouwen. Hij organiseert een keeperscongres en tal van andere initiatieven. En dat blijkt nodig. ‘De media branden ons alleen maar af.’

is voetbalverslaggever van de Volkskrant.

Soepeltjes vangt Martijn Buurman op een koude februariavond een microfoon in de vorm van een dobbelsteen. ‘Klemvast’, klinkt het vrolijk uit de mond van Buurman, een 50-jarige Helmonder die zich heeft opgeworpen als ‘voorvechter van de keeper’. Hij heeft tal van initiatieven ontwikkeld om de doelman en doelvrouw te eren. Ook al keept hij zelf pas een aantal jaar, op ‘niveautje nul’, bij een zaalvoetbalteam.

Buurman bevindt zich in een goedgevulde conferentiezaal van dierenpark De Apenheul in Apeldoorn op een door hemzelf georganiseerd keeperscongres dat al zeven uur bezig is. 75 (oud-)doelmannen, doelvrouwen en keeperstrainers van divers niveau en uit diverse sporten mogen ter afsluiting vragen stellen aan hockeydoelman en olympisch kampioen Pirmin Blaak, voetbalkeeperstrainer Maarten Arts en oud-waterpolo-international Arie van de Bunt (350 interlands).

In gesprek met de doelpaal

Buurman – gedrongen postuur, dunne baard, fors brilmontuur, sprekende ogen – heeft vanaf de eerste rij al wat vragen gesteld, maar gaat er ‘vanwege mijn enthousiasme gewoon nóg een stellen’, zegt hij. Ditmaal over rituelen voor de wedstrijd. IJshockeydoelman Patrick Roy had uitgebreide gesprekken met beide doelpalen voor een wedstrijd, vertelt Buurman, een andere keeper moest altijd eerst overgeven, anders kon hij niet spelen. Hoe zit dat met de panelleden?

Blaak vertelt dat hij onderweg naar zijn club altijd bij een vast tankstation een AA Drink kocht. ‘Als ik dat vergat, dacht ik dat het fout zou gaan. Dat ging het dan niet, maar de volgende keer moest ik toch weer naar dat tankstation. Ja, wij keepers zijn apart, een tikje autistisch zelfs.’

In de zaal wordt gelachen. Veel vaker ging het er vandaag vrij serieus aan toe. Keepen is het allermooiste wat er is, maar de goalie heeft het niet makkelijk, zo luidt meermaals de conclusie. De kritiek is vaak onversneden en ongefundeerd, vinden ze. De afgelopen weken gingen de doelmannen van Ajax, Feyenoord en PSV bijvoorbeeld weer veel te vaak negatief over de tong.

Martijn Buurman kan daar enorm chagrijnig van worden. ‘Omdat het vaak niet terecht is. Keepers zijn de stille helden van de sport!’

‘Ruggengraat van elk team’

Daarom begon hij het platform ZeroHero. Hij schreef een gelijknamig boek van stoeptegeldikte (516 pagina’s), vol interviews met keepers, keepersranglijsten en uitspraken van en over keepers (zijn eigen favoriet: ‘Spitsen winnen wedstrijden voor hun clubs, keepers kampioenschappen’).

Daarnaast lanceerde hij een ZeroHero-website, -YouTubekanaal, -podcast (‘de enige podcast waarin niet gescoord mag worden’), -merchandise (T-shirts met daarop ‘My goal is to deny yours’ en ‘I make saves, not excuses’) en -community.

Hij creëerde ruimte voor het project door in 2023 de aandelen te verkopen van een door hemzelf opgezet bedrijf in functioneel beheer en informatiemanagement. In het voorwoord van het boek staat: ‘Door dit initiatief hoop ik dat mensen anders naar keepers gaan kijken en ze gewaardeerd worden als de ruggengraat van elk team. Dit project wordt een viering van de moed, het unieke perspectief en de cruciale rol van deze dwarsliggers, sta-in-de-wegs en sluitposten. In iedere sport.’

Beschimpte durfal

De Apenheul is een passende locatie voor het keeperscongres, vindt Buurman. Een aap is net als een doelman ‘een lenige durfal, een oermens, eigenwijs, nogal eens beschimpt’.

Dat laatste sentiment wordt breedgedragen. Een doelvrouw in de zaal stelt: ‘Hoofdtrainers moeten hun keeper veel meer in bescherming nemen. Want van de media hoeven we het ook niet te hebben. Die branden ons alleen maar af.’

Er wordt instemmend geknikt, ook door de panelleden op het podium.

Hockeydoelman Pirmin Blaak wijst op het programma Vandaag Inside. ‘Iemand hoeft maar onder een bal door te duiken en ze roepen daar gierend dat al die keepers er niets van kunnen.’

Voetbaldoelmantrainer Arts: ‘Er is een totaal gebrek aan kennis van het keepersvak in de media. Een blunder is soms helemaal geen blunder. Een geweldige redding is soms helemaal niet geweldig. Oud-voetballers kunnen een gefundeerde mening hebben over een voetballer. Maar wat weten zij van keepen? Er is nooit een journalist geweest die mij wilde spreken over de prestaties van de doelman of over het vak.’

Een ‘Grandelletje’

Die negativiteit heeft zijn weerslag op keepers, zag Arts toen hij keeperstrainer was van FC Utrecht en de Franse doelman Franck Grandel onder zijn hoede had. Grandel liet de bal in zijn eerste wedstrijden akelig vaak door zijn handen glippen. Keepersblunders worden nog steeds ‘een Grandelletje’ genoemd. Arts wil die typering absoluut niet in de mond nemen ‘uit respect voor Grandel’.

Arts snuift. ‘Franck leed eronder. Hij werd slechter dan hij was. Ik zie dat nu weer gebeuren bij keepers.’

‘Leuker om het een fout te noemen’

Hij tikt op zijn hoofd. ‘Mentaal, hè. Dat is zo belangrijk voor een keeper. Er is weinig compassie.’

Hockeydoelman Blaak ging op sociale media geregeld met journalisten in discussie. ‘Heeft weinig zin. Sommige journalisten vinden het gewoon leuker om te schrijven dat ik een fout maak dan dat een bal vlak voor mijn neus is aangeraakt en ik dus niets aan het doelpunt kon doen.’

Waterpologoalie Van de Bunt: ‘Sociale media zijn een ramp voor ons.’

Blaak knikkend: ‘Op filmpjes die op Instagram worden rondgepompt zijn wij vaak het lijdend voorwerp, zeker slow motions van bepaalde acties zijn killing voor ons.’

Toch zou Blaak zijn kind niet verbieden op doel te gaan staan. ‘Omdat je daar later veel profijt van hebt. Het is veel zwaarder dan de job van een kleurloze rechtsmidden, maar dat maakt het ook mooier. Bij ons liggen de kloten op het hakblok, je bent zero of hero.’

Keeper van de keepers Martijn Buurman is hartstikke blij met die laatste woorden van Blaak, zegt hij als hij tot slot wordt geïnterviewd door de door hem ingehuurde gespreksleider. En niet alleen omdat het de titel van zijn platform ZeroHero bevat. ‘Het vat de essentie samen. Sowieso was het een ge-wel-dig-e dag.’

‘Keepers moeten elkaar helpen’

De gespreksleider: ‘Hoe voelt dat voor jou als organisator?’

Buurman met gelukzalige blik: ‘Het moet nog een beetje indalen bij me. Ik heb zo’n gevoel alsof ik op doel sta en de bal onderweg is naar de kruising en ik weet dat ik hem ga pakken. Echt super. Als ik zie hoe jullie met elkaar in gesprek zijn gegaan, wat daaruit is voortgekomen, de lessen die we elkaar geleerd hebben, de liefde voor onze passie. Mijn hart maakte een sprongetje.’

Hij kijkt de zaal in. ‘Dank voor jullie aanwezigheid, jullie openheid, dit gaat sowieso volgend jaar een vervolg krijgen.’

Er volgt applaus, daarna gaan de doelmannen en doelvrouwen naar huis of naar de afsluitende borrel. Allemaal bedanken ze eerst Buurman. Sommigen zeggen: ‘Dit was echt nodig.’ Of: ‘Geweldig wat je doet.’

Nog ‘een beetje high’ zegt Buurman tegen de Volkskrant: ‘Keepers moeten elkaar helpen. Dat is wat ik wilde bereiken, want als ik kijk naar hoe er naar keepers wordt gekeken, naar hoe de media erover praten…’

Misschien wel het ergst vindt hij een opmerking van oud-voetballer Rafael van der Vaart, die op tv vaak zegt: ‘Keepers zijn mislukte voetballers.’

Buurman fel: ‘Daar word ik echt kwaad om. In de vele interviews die ik heb gedaan voor mijn boek is er geen enkele keeper, let wel géén énkele keeper, gaan keepen omdat hij of zij niet goed genoeg was als veldspeler. Ze gaan het doen omdat de goalie de belangrijkste speler is, de grootste verantwoordelijkheid moet dragen, omdat hij fysiek een acrobaat moet zijn en dapper, mentaal sterk. Sommigen gaan voor de uitrusting. Mijn zoon is ijshockeykeeper, hij werd letterlijk groter door die outfit, dat doet iets met je zelfvertrouwen.’

Stoute handschoenen

Het ‘keepersvirus’ greep Buurman zelf al jong. Als 7-jarige op de tribune bij NEC-Ajax keek hij niet naar Johan Cruijff, Marco van Basten, Frank Rijkaard of Gerald Vanenburg, maar naar NEC-doelman Harry Schellekens. Plechtig: ‘Het was 13 maart 1983. Ajax won ruim, maar ik had toch veel respect en bewondering voor Harry. Hij was altijd scherp, actief, aan het duiken en coachen. Hij maakte in zijn groene shirt met lange mouwen, korte zwarte broek, zwarte kicksen en keepershandschoenen grote indruk op dat ventje van 7.’

Buurmans partner is waterpolodoelvrouw, zijn zoon keept dus op het ijs. Thuis worden vaak opmerkingen als: ‘Ik sta voor paal’, ‘We hebben samen een doel’ of ‘Leg de lat toch wat lager’ gebezigd, vertelt Buurman grijnzend.

Hij was lang te druk met zijn bedrijf om zelf te gaan keepen. Maar een paar jaar geleden trok hij dan toch ‘de stoute handschoenen aan’ en werd zaalvoetbaldoelman. Vrolijk: ‘Ik werd aangestoken toen ik op doel mocht staan bij een handbaltraining van Volendam, een topclub. Ik kreeg veertig ballen op me af, ik heb er eentje tegengehouden, eentje gezien en 38 alleen maar gehoord.’

Zwart-wit, doelpunt of niet

Met toenemend enthousiasme: ‘De rush, de thrill, die vind ik fantastisch. Het is zwart-wit. Doelpunt of niet. De keeper is the last line of defense. Het is heel binair, mij trekt dat enorm aan, ik ben een man van uitersten.’ Via zijn schoonvader kon hij bij een zaalvoetbalteam in IJsselstein terecht. Zondagmorgen rijdt hij er in alle vroegte vanuit Helmond naartoe. ‘Voor een wedstrijdje met 45-plus-mannen, er doen ook tachtigers mee. Maar het is fantastisch. Tijdens het uur in de auto terug naar Helmond verwerk ik de hele wedstrijd. De ballen die door mijn benen gingen, maar ook mijn topreddingen. Die zitten voor altijd in mijn hoofd.’

Dan komt oud-waterpolo-international Van de Bunt afscheid nemen. Buurman: ‘Hé Arie, geweldig man. Magisch hoe jullie werelden net op het podium versmolten tot een universele keepersbelevenis! Vergeet mijn boek niet hè? Dat krijg je van me. Als dank.’

Selectie begint al vanaf 13 jaar

Van de Bunt heeft genoten, zegt hij. Net als de meeste andere doelmannen die hij kent kan hij ‘dagen achter elkaar’ over keepen praten. ‘Vandaag hoorde ik dat ze in het voetbal op basis van botscans bij jongens van 13 jaar gaan meten hoe lang ze worden. Dat er dan al een selectie plaatsvindt. Dat gaat wel ver. En Pirmin Blaak, gewoon een doelman die de hockeyploeg Olympisch kampioen heeft gemaakt in Parijs, heeft mentaal enorm gestruggeld. Het is nooit een lijn die alleen maar positief is.’

En toch is keepen het allermooiste, vindt Van de Bunt. Hij vertelt hoe hij tien jaar na zijn afscheid als waterpolodoelman ineens zijn kleren uittrok en het water indook, omdat een play-offwedstrijd uitdraaide op strafworpen. ‘Ik was coach en had een heel goede keeper, maar hij was wat minder in strafworpen. Ik had mezelf stiekem op het wedstrijdformulier gezet. Ik stopte er vier van de vijf. Feest. Maar mijn keeper was boos, wilde niet met me mee terugrijden. Dat snapte ik wel.’

Het is lastig iets in het normale leven te vinden dat kan tippen aan keepen, vindt Van de Bunt. Hij vertelt over de Spaanse waterpolodoelman Jesús Rollán, meervoudig wereldkampioen en olympisch kampioen, die na zijn carrière het keepen zo miste dat hij in een depressie raakte en uiteindelijk van een balkon sprong en stierf.

Gek gemáákt

Keepers worden telkens aan nieuwe uitdagingen blootgesteld, zegt voetbalkeeperstrainer Arts later in een andere ruimte van de Apenheul, een biertje in de hand. ‘Dat maakt het zo lastig.’

Voetbalkeepers moeten bijvoorbeeld tegenwoordig van trainers best riskante passes geven in hun eigen doelgebied. ‘Als dat dan fout gaat, beklaagt de trainer zich over zijn keeper in de media. Ik hoor nooit een trainer zeggen: ‘Dat moest-ie van mij doen.’’

Voetbalkeeperstrainer Frans Hoek, de bekendste collega van Arts, noemt keepers tegenwoordig goalplayers. Arts schamper: ‘Alsof het veldspelers zijn, alsof het meevoetballen het belangrijkst is. Welnee, bij elke sport is de techniek de basis. Leer die keepers nou eerst goed ballen tegenhouden.’

Keepers zijn niet gek, vindt Arts. ‘Ze worden gek gemáákt door allerlei pseudo-experts en experts. Daarom zie je de laatste tijd zo veel onverklaarbare fouten. Hun takenpakket wordt te groot, ze focussen op de verkeerde dingen. Je ziet trainers hun keepers ook sneller wisselen. Dat vergroot de druk.’

Dan loopt Arts naar hockeydoelman Blaak. Ze slaan elkaar op de schouders, wisselen nummers uit. Blaaks telefoon bevat sowieso veel nieuwe contacten. ‘Supermooie dag’, oordeelt hij.

Gepasseerd door de trainer

Het mooiste moment was toen de doelvrouw van de Franse hockeyploeg in de namiddag tijdens een groepsgesprek een tikje geëmotioneerd aan Blaak vroeg hoe ze ermee moest omgaan dat ze gepasseerd was door haar trainer. Blaak: ‘Ze stelde zich superkwetsbaar op. Iedereen klapte.’

Hij knikt naar Buurman. ‘Fantastisch dat Martijn dit heeft opgezet, dit zouden de sportbonden moeten omarmen.’

Een jonge doelman vraagt beleefd of hij Blaak nog eens kan spreken. ‘Tuurlijk, man. Hartstikke leuk! Goed van je. Connect maar met me op LinkedIn. Ik reageer altijd.’

In welke sport hebben doelmannen het nou het zwaarst, wil de jongen weten van Blaak. Blaak: ‘De voetbaldoelman. Het doel is te groot, buitenspel is lastig, je kunt veel meer fouten maken. Bij voetbal heb je de meeste media, critici, discussiefora. Bij andere sporten komt de NOS maar af en toe langs. Dat geeft een andere druk. Je hebt weinig kansen om naam te maken.’

Blaak kon lang moeilijk met druk omgaan. ‘Ik heb het te extreem beleefd. Als ik slecht keepte, was ik al bezig met alle reacties. Ik zat enorm in mijn hoofd. Ik was lang zo geobsedeerd door keepen dat het me mijn relatie kostte.’

Wereld te winnen

Een paar weken later in Dordrecht. Martijn Buurman heeft net een klusje gedaan voor zijn oude bedrijf. Het is noodzakelijk, want zijn ZeroHero-project kost hem vooralsnog alleen maar geld.

Maar mooie plannen genoeg. Er komt weldra een nieuw boek uit, De keepersmindset, waarin hij uitlegt hoe je de kwaliteiten van de keeper in het bedrijfsleven kunt gebruiken. Daar rollen hopelijk ook lezingen uit in het ondernemerscircuit. Op de website wordt al afgeteld naar 3 februari 2027, de datum van het volgende keeperscongres.

Er is nog een wereld te winnen voor de keepersbeschermer. De avond ervoor is de doelman van Tottenham Hotspur tweemaal gruwelijk de fout ingegaan tegen Atlético Madrid en al na een kwartier gewisseld. ‘Schandalig’, zegt Buurman. ‘Nee, niet zozeer die fouten, hij glijdt half uit. Maar door hem te wisselen, maak je zo’n jongen kapot. Zijn vervanger had trouwens geweldige reddingen, maar daar hoor je niemand over.’

Schandpaal is gevaarlijk

Het is gevaarlijk om keepers zo aan de schandpaal te nagelen. Hij wijst op Loris Karius, de oud-doelman van Liverpool die in 2018 tweemaal blunderde in de Champions League-finale en daar nooit meer overheen kwam. ‘Maar dat is een uitzondering. Doelmannen staan in de regel toch weer op. Ze zijn na hun carrière ook succesvol. Worden directeuren in het bedrijfsleven of bij clubs, kijk naar Edwin van der Sar, Oliver Kahn, Jaap Stockmann.’

Zelf heeft hij ook die mindset van ‘vallen en meteen weer opstaan’. ‘Het ZeroHero-boek is mijn magnum opus, maar het verkoopt voor geen meter, ik heb nog duizenden exemplaren liggen. Geeft niet, het is een soort legacy, een bouwsteen om die keeper in het zonnetje te zetten. Daar blijf ik voor strijden.’

Later wandelt hij naar zijn auto. Er prijkt een ZeroHero-sticker op het portier. Niet toevallig. De deur is de doelwachter van zijn auto.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next