Naast succesvol (toneel)schrijver en criticus was Gerben Hellinga zelfverklaard ‘psychonaut’ en streed hij voor het behoud van het Amsterdamse hippiedorp Ruigoord. „Er was in hem altijd die spanning tussen het spirituele en rationele.”
Gerben Hellinga, 1975
Op de werkkamer van thriller- en toneelschrijver Gerben Hellinga stond een „grote weckfles met muntstukken en bankbiljetten uit de hele wereld”, vertelt zijn zoon Tycho Hellinga (1988). Als kleine jongen haalde hij de geldstukken eruit en vroeg zijn vader naar de herkomst. Tycho: „Mijn vader reisde vanaf zijn middelbare schooltijd over de hele wereld en woonde op vele plekken, van Kathmandu in Nepal tot New York, van Goa in India tot Berlijn, Venetië, Wenen en Parijs. Hij vertelde me dan over al die landen en steden.” Vanaf 1973 woonde Gerben Hellinga in Ruigoord, een dorp omringd door natuur in het westelijk havengebied van Amsterdam dat dreigde te worden gesloopt.
Hellinga was net in de dertig toen hij toneelgeschiedenis schreef met zijn toneelbewerking van Theo Thijssens boek Kees de jongen uit 1923. Hij creëerde van die ene Amsterdamse straatjongen twee ‘Kezen’, de dagdromer en de doener, de fantast en de realist. De voorstelling door Toneelgroep Centrum werd een doorslaand succes. Hans Dagelet, die als de fantasie-Kees een van de hoofdrollen speelde (de doener werd gespeeld door Wim van der Grijn): „We werden als rocksterren toegejuicht. Voor ons acteurs is alles met Kees de jongen begonnen.” Hellinga werd daarna een gevierd toneelschrijver.
Gerben Hellinga in Berlijn, 1960.
Dromen en doen, dat zijn de twee lijnen die zijn leven en werk bepaalden. In dat opzicht ging de dualiteit van Kees de jongen ook over hemzelf. „Er was in hem altijd die spanning tussen het spirituele en rationele”, zegt zijn vrouw Jinny Thielsch, astroloog en fotograaf, die hem in 1978 als 23-jarige ontmoette tijdens een studiebijeenkomst over het Chinese orakelboek I Tjing. Ze gingen in 1987 samenwonen in Ruigoord, kregen zoon Tycho. Uit twee eerdere huwelijken had Hellinga twee dochters en een stiefzoon.
Hellinga was bij toeval in Ruigoord terechtgekomen met zijn vriend Hans Plomp (1944-2024), dichter en schrijver. Het dorp, ooit een eiland in het IJ, werd nagenoeg opgeslokt door de gemeente Amsterdam, maar werd in de jaren zeventig door hippies gekraakt. Het ontwikkelde zich tot een hippiekolonie en stond symbool voor onafhankelijkheid en vrije liefde. Tal van kunstenaars, dromers en vrije denkers zochten hier hun toevlucht. Ruigoord, een kosmisch lek is de veelzeggende titel van een documentaire van Peter Wingender uit 2025.
Hellinga betrok het café tegenover de kerk. Een dag na zijn aankomst zou Ruigoord ontruimd worden, maar de sloop werd verijdeld. Ruigoord bestaat nog steeds, telkens wisten de bewoners het te winnen van de gemeente Amsterdam en het havenbedrijf die het dorp en het natuurgebied eromheen wilden annexeren voor petrochemische industrie. Thielsch: „Gerbens inzet voor Ruigoord kun je vergelijken met het verwezenlijken van een droom.”
Gerben Hellinga stamt uit een familie van schrijvers; zijn beide grootmoeders schreven kinderboeken, zijn grootvader Franse leerboeken. Van zijn hand is het befaamde ‘Papa fume une pipe.’ Hellinga’s vader was hoogleraar neerlandistiek, boekwetenschapper en dichter. Zijn broer, Gerbens oom Gerhardus Hellinga, was arts en schreef onder de naam Hellinga Sr. detectives.
Gerben Hellinga rond zijn twaalfde.
Gerben werd op 29 december 1937 geboren in het Zwitserse Samedan bij Graubünden. Hij bracht zijn jeugd door in Nederland en in Zuid-Engeland, waar hij op een gemengd internaat zat. Op het Amsterdamse Barlaeus Gymnasium kon hij later niet aarden, hij vond het er „Hollands bekrompen”, zoals hij schrijft in zijn autobiografie Wintervlinder. Een leven als mysticus (1997). Liever zat hij in de kroegen van de rosse buurt, of anders wilde hij zich aanmelden voor het vreemdelingenlegioen. Uiteindelijk koos hij zelf voor een opleiding in Engeland, de Foxholeschool in Devonshire waar kritisch denken en creativiteit werden gestimuleerd. De jonge Hellinga maakte er kennis met het theater van Shakespeare en zijn Hamlet. Hier is zijn liefde voor het toneel ontstaan, een liefde die hij verder vormgaf door theaterlessen te nemen aan het prestigieuze Max Reinhardt Seminar in Wenen.
Volgens Thielsch had Hellinga „geen vooropgezet plan met zijn schrijfwerkzaamheden”. Gedreven door nieuwsgierigheid beoefende hij uiteenlopende genres, zoals toneelstukken, tv-scripts, sprookjes, musicals, filmscenario’s en thrillers zoals de Sid Stefan-trilogie en Merg en Been (1985) dat zich afspeelt onder de penoze op de Wallen. Tevens publiceerde hij in De I Tjing van Nu (2016) zijn persoonlijke versie van het oude orakelboek. Lange tijd was hij als toneelcriticus verbonden aan Vrij Nederland. Het was ook uit nieuwsgierigheid dat hij geestverruimende middelen als hasj en lsd gebruikte; hij betitelde zichzelf als een ‘psychonaut’, een reiziger door het heelal van de eigen geest. Samen met Plomp schreef hij Uit Je Bol (1994), een handboek voor verantwoord drugsgebruik.
In 1972 zorgden Hellinga en filmregisseur Pieter Verhoeff voor een rel: de VPRO zond hun satirische documentaire Rudy Schokker huilt niet meer uit over een jongetje dat geconcipieerd werd onder de rook van Schiphol. Als hij huilt, klinkt dat oorverdovend, als een vliegtuig. Het was een fake-documentaire, een zogenoemde mockumentary. Toch geloofde het grote publiek dat het echt was. Hellinga was verbijsterd over het gemak waarmee tv-kijkers zich laten misleiden.
Gerben Hellinga in 2008.
Tijdens de politieke strijd om Ruigoord raadpleegde hij veelvuldig de I Tjing en vertrouwde hij op de voorspellende kracht ervan. Zo liet het boek hem weten van Ruigoord een atelierdorp voor kunstenaars te maken, en geen woondorp. Dat is gelukt; het stadsbestuur deed recentelijk zelfs de belofte Ruigoord voor de komende kwart eeuw ongemoeid te laten. We hebben Ruigoord niet gesticht, we hebben het laten gebeuren, was Hellinga’s overtuiging. Dat illustreert mooi, zegt Thielsch, „hoe hij toeval een grote plaats gaf in zijn leven”.
Gerben Hellinga overleed 10 januari op 88-jarige leeftijd in een verzorgingshuis in Bergen (NH).
In deze rubriek elk weekeinde een portret van iemand die recent is overleden.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden