Home

Werkelijk behoudende politiek keert zich niet tegen sociaal activisme

‘Minder naar jezelf luisteren, maar naar Boven kijken.’ Terwijl ik in mijn mail zoek naar een bericht over mijn laatste Vinted-aankoop, stuit ik op deze aansporing van een predikantsvrouw aan gereformeerde moeders die erdoorheen zitten. Naast aankondigingen van een filosofische mailinglist (veel evenementen, weinig vacatures) en aanbiedingen van verschillende webshops ontvang ik in mijn spamfolder de dagelijkse nieuwsbrief van het Nederlands Dagblad.

In tegenstelling tot mijn dooplidmaatschap bij de protestantse kerk heb ik me voor deze nieuwsbrief ooit zelf aangemeld. Wat hiervoor de aanleiding was, weet ik niet meer, maar het openen ervan voelt als een digitaal uitstapje naar een wereld die ik lang achter me heb gelaten.

Over de auteur

Annemarije Hagen is essayist en docent politics, psychology, law & economics aan de Universiteit van Amsterdam. In de maand maart is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Meer nog dan het gedachtegoed is het de taal uit de nieuwsbrief die me herinnert aan mijn gereformeerde jeugd, een taal die me soms ineens op nieuwe gedachten brengt. Zo laat een reportage over de behoudende gemeente in Epe me bijvoorbeeld stilstaan bij het woord ‘behoudend’.

Behoudend – vaak vervangen door het meer seculier klinkende ‘conservatief’ – roept de vraag op wat er eigenlijk behouden moet worden. In de politiek is conservatief gedachtegoed traditioneel iets van de rechtse partijen die pleiten voor het in stand houden van bestaande waarden en structuren. Zij keren zich tegen maatschappelijke veranderingen en sociaal activisme, zich daarbij vaak beroepend op pathetisch gedweep met God en traditie.

Geen positie waar ik me toe aangetrokken voel. In progressieve kringen heeft het woord ‘behoudend’ vrijwel altijd een negatieve bijklank: het verwijst naar stilstand, naar gebrek aan ambitie of verbeelding. Progressieve politiek daarentegen is gecommitteerd aan het idee dat een andere – en betere – toekomst mogelijk is. Die toekomst is voor links van oudsher het toneel van revolutie, of nu dat is afgezworen, op zijn minst de weg naar vooruitgang. Een boodschap die door de recente Het kan wél-campagne van D66 is teruggebracht tot haar meest uitgeklede vorm.

Toch vraag ik me af hoelang deze vooruitgangsgedachte (ook in de verdunde versie) nog houdbaar is. In de eerste plaats omdat wat wél kan blijkt neer te komen op meer van hetzelfde, namelijk het afbreken van sociale voorzieningen. Dit afbraakbeleid is inmiddels een constante factor in de politiek en een recept voor linkse teleurstelling.

Maar er is ook een meer onderliggende reden: de verbeeldingskracht die nodig is om een toekomst voorbij het heden voor te stellen, dwingt ons meer en meer om onder ogen te zien dat de wereld zoals wij die kennen, kan verdwijnen. Dat is geen prettige boodschap en die laat zich dan ook moeilijk verpakken in hoopvol optimisme.

Hiermee wordt de vraag wat er behouden moet worden ook voor links relevant. Juist nu nogal wat verworvenheden op de tocht staan – om er een paar te noemen: het demonstratierecht, de internationale rechtsorde, fatsoenlijke omgangsvormen in de politiek en een concentratiespanne van meer dan vijf minuten – vraagt dat om een behoudende politiek. Let wel: ‘behoudend’ betekent hier geen nostalgisch verlangen naar een grotendeels imaginair verleden, maar zorg dragen voor het heden.

Dit biedt mogelijkheden voor angstige pessimisten zoals ikzelf, bij wie de verbeelding nu eenmaal eerder naar doemdenken neigt dan naar opgewekte toekomstplannen. Deze houding hoeft namelijk allerminst lam te slaan. Terwijl hoopvolle projecties gemakkelijk kunnen omslaan in vrijblijvend wensdenken (technologische innovaties gaan ons redden!), kan de angst om te verliezen wat er is een opening bieden om in actie te komen. Juist het besef dat vooruitgang niet langer vanzelfsprekend is, maakt strijdbaar.

Afgelopen zondag stonden bij de Feminist March weer anti-abortusdemonstranten langs de route. Een intimiderende herinnering dat rechten die ooit bevochten zijn ook weer kunnen verdwijnen. Moet ik mijn dochter later vertellen dat er ‘in mijn tijd’ nog toegang was tot veilige abortus? Precies deze verontrustende gedachte laat de kracht van behoudzucht zien: de bereidheid om te vechten voor wat we kunnen verliezen, of het nu gaat om reproductieve rechten, een leefbaar klimaat of de rechtsstaat.

Zo komt ‘behoudend’ los van zijn gangbare conservatieve connotatie. Een werkelijk behoudende politiek keert zich immers niet tegen sociaal activisme. Integendeel: behouden vraagt om ingrijpen, om verdediging – inderdaad, om actie.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next