Home

WK shorttrack leert niet van de langebaan: in Montréal staan schaatsers die er nauwelijks willen zijn

De shorttrackers zijn op herhaling in Montréal. Na de Winterspelen van Milaan mogen ze hetzelfde programma afwikkelen. De Nederlandse aflossingsvrouwen haalden met goud hun gram, de Canadees William Dandjinou was net als in Milaan de pechvogel.

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

De WK shorttrack in Montréal is een herhaling van zetten. Een reprise van de Olympische Winterspelen met exact dezelfde nummers op het programma, maar met een uitgedunde cast, minder wedstrijddagen en vooral een heel andere lading. Voor de een vormen de WK een troosttoernooi met de kans om de olympische teleurstelling te verzachten, voor de ander een kans om als gouddelver nog één keer te schitteren.

Neem de Canadees William Dandjinou en zijn landgenoot Steven Dubois. Die laatste pakte in Milaan overtuigend goud op de 500 meter en reed zaterdag opnieuw zonder werkelijke tegenstand de wereldtitel, nu op de baan waar hij en de andere leden van de Canadese ploeg dagelijks trainen. Jens van ’t Wout was blij met zilver.

Debacle

Voor Dandjinou liepen de Olympische Winterspelen op een debacle uit. Hij had voor Milaan vol bravoure gezegd voor vijf titels te gaan, een oogst die nog geen enkele shorttracker in de olympische geschiedenis ooit behaalde. Hij wilde toeslaan op de drie individuele nummers: de 500, 1.000 en 1.500 meter en mikte daarbij nog op goud met de aflossingsmannen en de gemengde aflossingsploeg.

Overmoedig? Zo onwaarschijnlijk leek het rond de jaarwisseling niet eens. De Canadees, ondanks zijn lengte (1,91 meter) extreem behendig en slim op de baan van 111,11 meter, zette de toon in de afgelopen twee seizoenen. Maar het resultaat na twee weken in Milaan? Een zilveren medaille, veroverd met de gemengde achtervolgingsploeg. En voor de rest: valpartijen, misslagen, mislukkingen. ‘Er komt een dag dat ik olympisch kampioen zal zijn’, klonk het halverwege de Spelen al ietwat verbeten uit zijn mond na weer een gemiste podiumkans.

Die wrok had hij van zich afgeschud, vertelde hij voorafgaand aan de WK aan de Canadese nieuwswebsite La Presse. ‘De directe emoties die ik moest ervaren heb ik in Milaan ervaren’, zei hij. En terugkijkend viel hem bovendien weinig te verwijten, vond hij. ‘Het hartverscheurendste is dat er niet zo veel te analyseren valt. Ik heb finales gehaald op elke afstand, maar het liep niet zoals gehoopt. Ik ben trots op hoe ik heb geschaatst.’

Toch wilde de 24-jarige Canadees wel degelijk in eigen huis iets rechtzetten. Maar bij zijn eerste kans, op de 1.500 meter van zaterdag, volgde de wereldkampioen van vorig jaar het sombere script van de Spelen. Hij reed sterk, maar toen hij wilde toeslaan voor de zege gleed hij zonder duidelijke aanleiding de boarding in. En even later eindigde ook zijn halve finale van de 500 meter in de kussens.

Het was tekenend voor de Canadese prestaties. Het land domineerde in de aanloop naar de Spelen de World Tour, maar moest het in Milaan met slechts één titel voor Dubois stellen. De openingsdag van de WK leverde precies hetzelfde beeld. ‘Steven Dubois, een zonnestraal op een grijze dag’, kopte La Presse.

Afmeldingen

Opvallend was hoe vaak rijders zich zaterdag afmeldden voor de B-finales. Maar wie zit er aan het eind van een zware winter nog te wachten op een race voor plek 6 of 7? Dandjinou waagde er zich op de 500 meter nog wel aan, voerde in de B-finale een wedstrijdje showworstelen op met de voor Polen uitkomende Canadees Felix Pigeon. De Italiaan Pietro Sighel en de Koreaan Hwang Dae-heon verschenen niet aan de start.

Het roept vragen op over het bestaansrecht van zo’n post-olympisch WK. Vooral omdat het meer van hetzelfde is. Bij het langebaanschaatsen werd in 1998, twee jaar nadat de WK afstanden waren geïntroduceerd, al duidelijk dat zo’n dubbel programma te veel is. Sindsdien werden in olympische seizoenen alleen de WK sprint en de WK allround georganiseerd, waar andere schaatsers een kans hebben dan de afstandsspecialisten die op de Spelen succes hebben gehad.

Shorttrack volgde in grove lijnen eenzelfde ontwikkeling als het langebaanschaatsen. Aanvankelijk werden op WK’s geen afstandstitels verdeeld, maar telde alleen het allroundklassement. In 2001 veranderde dat en werden de WK een hybride kampioenschap: met afstandstitels én een allroundklassement. Zo kon Suzanne Schulting in 2021 vijfmaal goud winnen: op de 500, 1.000 en 1.500 meter, de relay en het allroundklassement.

Het allrounden werd na de vorige post-olympische wereldkampioenschappen, in 2022, afgeschaft. Maar de WK bleef, als afstandskampioenschap, op de planning staan voor het olympisch seizoen. Geleerd van de langebaan is er kennelijk niet.

Over hun topvorm heen

Op het ijs in Montréal stonden afgelopen weekend talloze schaatsers die er nauwelijks wilden zijn, en sowieso meer dan genoeg die ver over hun topvorm heen waren. ‘Ik voel me alsof ik door een bus ben overreden’, vertelde de Canadese Courtney Sarault voorafgaand aan de WK, ook aan La Presse. ‘We moeten in de overlevingsmodus gaan.’

Xandra Velzeboer en Jens van ’t Wout waren de grote winnaars van de Winterspelen. Beiden pakten ze twee individuele titels. Velzeboer op de 500 en 1.000 meter, Van ’t Wout op de 1.000 en 1.500 meter. Die laatste deed daar bovendien nog een bronzen 500-meterplak en goud met de aflossingsmannen bij. Maar ook voor dit tweetal vormt het mondiale titeltoernooi een bijna achteloos postscriptum van de olympische winter.

Ze moesten best wat moeite doen om zich ervoor op te laden. Zeker Van ’t Wout, die nog een paar dagen ziek in bed lag en daarom nauwelijks zijn training had kunnen oppakken na de na-olympische huldigingen en mediaoptredens. Velzeboer had het over een ‘toetje’ van het seizoen. Geen echte maaltijd, dus.

Maar ze reisden niet helemaal ambitieloos af naar Canada. Er viel immers nog wel iets recht te zetten. Bij de Winterspelen gingen twee onderdelen echt de mist in. Eerst op de gemengde aflossing, met een val van Xandra Velzeboer in de halve finale, later met een glijpartij van haar zus Michelle in de finale van de vrouwenaflossing.

Behoudend

De eerste kans op revanche bood de vrouwenaflossing van zaterdag. Na een rol voor Diede van Oorschot in de halve finale, trad in de eindstrijd hetzelfde kwartet aan dat in Milaan na de ongelukkige val als vierde was geëindigd: Selma Poutsma, Zoë Deltrap en de zussen Velzeboer. In de eerste helft van de wedstrijd reden ze behoudend. Ze lieten het werk aan de Canadezen, die voor thuispubliek een mooie show wilden weggeven, maar die uiteindelijk zoals Nederland in de olympische finale door een val naast het podium belandden.

Ongeveer halverwege kwamen de Nederlanders voorop, leken de wedstrijd volledig in handen te hebben, tot een hapering op zo’n zeven ronden voor het einde. De koppositie ging verloren. De Italiaanse vrouwen wurmden zich ervoor, maar Velzeboer, die eerder op de dag nog in de slotmeters van de 1.000 meter goud in zilver had zien veranderen, zette het ditmaal in de slotronde recht.

‘We laten zien wat we waard zijn’, zei een gelukkige Michelle Velzeboer na afloop voor de camera van de NOS. ‘Ik ben heel blij dat we nu allemaal een gouden medaille om onze nek hebben’, vulde Poutsma aan.

Van Oorschot, die niet in Milaan was omdat Suzanne Schulting een olympisch ticket toegewezen had gekregen, mocht delen in het succes. Dat betekende veel voor haar. ‘In elk normaal jaar zou het WK het hoogtepunt zijn. Nu hebben wij op de WK goud gewonnen en dat is heel bijzonder’, zei ze en ze stipte zo, misschien onbedoeld, juist de beperkte waarde van deze WK aan.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next