Home

Wim Helsen: ‘Als je niet huilt, kun je de indruk wekken dat je jezelf in de hand hebt’

Verdriet, verveling en ander ongerief moet je niet wegduwen, vindt komiek Wim Helsen. Dus gaf hij ook de rouw om zijn broer een plek in zijn voorstelling Welkom ongemak – maar wel op zijn manier. ‘Is irritatie het omgekeerde van ontroering?’

is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en populaire cultuur.

‘Weten jullie trouwens wat het voordeel is van een broer die zelfmoord heeft gepleegd?’, zegt Wim Helsen (57) na een minuut of twintig plompverloren in zijn nieuwe voorstelling Welkom ongemak.

Op de schijnbaar naïeve toon die hem wel toevertrouwd is, legt de cabaretier uit hoe je deze gebeurtenis kunt inzetten als je niet bent komen opdagen bij een vergadering. Je bent in bed blijven liggen, en nu is iedereen kwaad over het onbeleefde verspillen van hun tijd. ‘Dan kun jij zeggen: ‘Mijn broer heeft zelfmoord gepleegd.’’ Dit excuus kun je maar drie maanden gebruiken, voegt hij er droogjes aan toe, daarna zul je iets anders moeten verzinnen.

In vrijwel elk theater waar hij optreedt, trekt hetzelfde licht geschokte lachgolfje door de zaal, van ‘o, dat kun je niet zeggen!’ Wim Helsen is dan alweer onderweg naar een ander voorbeeld van flapdrang – de impuls om er zomaar iets onbehouwens uit te flappen, meestal tegen willekeurige voorbijgangers.

Later laat hij nog een paar keer kort iets vallen over de dood van zijn broer, met het detail ‘twee jaar geleden’ erbij. Zou dit hem nou echt overkomen zijn, of niet? Wie zijn desoriënterende comedystijl vol verdwaalabsurdisme een beetje kent, kijkt wel uit om volautomatisch aan te nemen dat zo’n tragisch sterfgeval uit zijn persoonlijke leven is gegrepen.

Vanaf zijn debuut Heden soup! (2002) is de Vlaamse komiek, acteur en presentator van interviewprogramma Winteruur (Canvas) zowel in Nederland als Vlaanderen geliefd bij een breed publiek. Hij is een charmante, beeldende verteller die met zijn unieke humor laveert tussen surrealisme en existentiële verwarring. De onderstroom is altijd een filosofische of psychologische overpeinzing, een gedachte waarmee hij geraffineerd iets blootlegt over menselijk gedrag, en stiekem ook van alles over zichzelf.

Twee keer won hij een Poelifinario, de cabaretprijs voor de beste voorstelling van het seizoen: eerst voor Het uur van de prutser (2009), daarna voor Spijtig spijtig spijtig (2013).

Met zijn vorige voorstelling Niet mijn apen, niet mijn circus (2022) maakte hij opnieuw veel indruk. Een parkeerboete vormde daarin het startpunt van een hele toer – een kettingreactie van onnavolgbare gebeurtenissen tussen fantasie en realiteit. Wandelend van zijpad naar zijpad leidde Helsen richting de inzichten van een pratende geit, die oneliners paraat had als ‘schuld bestaat niet’ en verbonden bleek met zijn dode vader.

Waar een wil is, is een weg, is dat waar? Je kunt je eigen werkelijkheid opbouwen met overtuigingen die voor jou kloppen, leek het punt, zolang je maar routes blijft vinden om het voor jezelf waar te maken. Anders raak je alsnog verstrikt in je verhaal. ‘Een stilistisch meesterwerk’ noemde NRC het. Vijf sterren, ook in de Volkskrant.

Suïcide kwam vaker voor in zijn werk. In Het uur van de prutser speelde hij iemand die tegen het publiek loog over een zus die zelfmoord had gepleegd. In Er wordt naar u geluisterd (2016) was hij een ontaarde man die voor het eerst namens een uitvaartbedrijf een begrafenis moest leiden en de afscheidsbrief van een zelfmoordenaar voorlas.

Iemand stuurde een mail over zijn nieuwe voorstelling naar zijn Belgische agent, vertelt Wim Helsen bij de koffie in café Des Arts in Antwerpen. Het is een week voor de première van Welkom ongemak. ‘Zij was haar broer of zus verloren aan zelfmoord en vond het niet kunnen dat ik er gratuite grapjes over maakte. Da’s een raar ding hè? Als het echt gebeurd is, dan mag het.’

Maar dit keer ís het dus echt gebeurd: zijn oudere broer Dirk maakte in november 2023 onverwacht een einde aan zijn leven. Ook een feit: de lethargie die Helsen soms toch al kon overspoelen, is sindsdien meer aanwezig dan ooit. Vergaderingen bijwonen behoort godzijdank niet tot het wekelijkse takenpakket van een komiek, maar net als de neurotische figuur die hij speelt, beweegt hij heen en weer tussen levenslust en niet vooruit te branden zijn.

‘Welkom ongemak’, die twee woorden schreef hij jaren geleden met een penseelstift op een muur in zijn slaapkamer. De kurk waarop de voorstelling drijft, valt samen te vatten met twee sleutelzinnen. Eén: ‘Amai, noemen ze dat joggen tegenwoordig?’. Twee: ‘Je bent beter dan niemand en niemand is beter dan jij.’ Als je dat écht gelooft, dan heb je niks te winnen en niks te verliezen.’

De theatrale zoektocht naar lichtheid als tegenwicht voor verdriet, verveling en ander ongerief mondt uit in een ontroerend samenspel met het publiek. The Sound of Music speelt een rol, en Elvis Presley – het zou afdoen aan de ervaring om er meer over prijs te geven.

Hij nam uitgebreid de tijd om tot iets nieuws te komen: ‘Ik kan nu zeggen dat ik die tijd nodig heb. En dat klopt en dat klopt niet. Wat er aan klopt, is dat er van alles bij is gekomen waarvan ik geen idee had toen ik aan de try-outs begon. Ik dacht te weten waar het over moest gaan, maar die ideeën zijn onderweg ergens in de verfloddering geraakt.’

Waarover dacht je dat het moest gaan?

‘De menselijke neiging om jezelf beter te willen voelen dan anderen, wat voortkwam uit gedachten over figuren als Trump en Poetin. En over het spel om plots iets brutaals tegen iemand te zeggen, wat je ook kunt interpreteren als een manier om boven de ander te gaan staan. Wat we samenvatten onder de noemer macht, komt neer op jezelf boven anderen stellen.

‘Dat zinnetje ‘Amai, noemen ze dat joggen tegenwoordig?’ heb ik ooit echt gezegd toen mijn zoon en ik een wandeling maakten in het bos. Ik flapte het er voor de grap uit tegen iemand die aan het hardlopen was. Mijn zoon reageerde een beetje beschaamd, maar hij vond het ergens ook grappig. Bij de volgende jogger deed ik het weer, en daarna nog een keer, waardoor het een soort spel werd.’

Wat levert flapdrang in het leukste geval op?

‘Dan vatten de mensen die ik aanspreek het meteen op als spel. Soms zitten mensen vast in iets en is er geen ruimte voor spel, dan kan het wat ongemakkelijk worden of gênant, maar dat vind ik niet zo erg.

‘Jezelf goed voelen door boven anderen te staan, dat had de figuur die ik aanvankelijk in de try-outs speelde onder de knie, of hij dacht van zichzelf dat hij het onder de knie had. Hij voelde zichzelf beter dan het publiek. Het gaf hem een soort zelfvertrouwen, waardoor hij met van alles wegkwam.

‘Het werkte twintig minuten. Daarna brak het me op dat ik een rol moest aannemen die ik helemaal niet graag speel. Je staat natuurlijk als een heel onkwetsbaar figuur op het podium.’

Wat vond je daar in eerste instantie aantrekkelijk aan?

‘Ik dacht: als ik zelf kan begrijpen wat er voor die mannen zo verslavend is aan de macht, dan kan ik anders naar ze kijken, en dus niet alleen maar vanuit verontwaardiging. Want het is zo vermoeiend om bijna elke dag opnieuw tegen gelijkgezinden te zeggen: maar wat zij doen, dat kán toch niet?

‘Ik wilde proberen dit soort mannen toch nog als mens zien, hoewel zij op grote schaal groepen mensen ontmenselijken. Als ik bij wijze van spreken de Poetin in mijzelf kan herkennen, zou dat ontspanning kunnen geven.’

En, zit het ook in jou?

‘Ik kan me drie momenten herinneren waarop ik me duidelijk beter voelde dan anderen, alle drie in dezelfde context. Ik speelde in een comedycafé met andere comedians en voelde dat ze opkeken naar mij. Ze legden veel te veel ontzag aan de dag, waardoor normaal contact eigenlijk niet mogelijk was. Wat er vervolgens bij kwam, is dat ik hun grappen slecht vond.’

Je dacht: ja, ik bén ook beter?

‘Voilà, daar kwam ik bij uit. Mijn default modus viel weg, vriendelijk en beleefd blijven onder bijna alle omstandigheden. Ik deed geen enkele moeite, toonde nul interesse. Er kwam een gevoel van complete ontspanning over mij. Ik hoefde echt niks van die boys, en dat voelde goed.

‘Het is niet iets om na te streven, maar ik denk dat de ontspanning die ik toen heb ervaren, de volkomen angstloosheid, verwant is aan waar kerels zoals Poetin en Trump verslaafd aan zijn. Ik weet niet of het klopt wat ik zeg, maar het was in ieder geval de link die ik legde.

‘Goed, langzaam begon de voorstelling te veranderen. Plots kwam er een zinnetje in over mijn broer. Het triggerde iets in mij om dat thema nog meer aanwezig te laten zijn, zonder dat de voorstelling erover zou gaan. Ik voel weerstand bij alles wat neigt naar sentimentaliteit. Het effect op mij is omgekeerd. Is irritatie het omgekeerde van ontroering? In elk geval: het wekt irritatie bij mij. Het verdriet mag voelbaar zijn, zonder dat het wordt ingezet om te ontroeren.’

In twee eerdere voorstellingen kwam ook suïcide voor. Was het al eerder een onderwerp in jouw leven?

‘Niet zo dichtbij als mijn broer. Toen Kurt Cobain zelfmoord pleegde, was ik begin 20. Ik weet nog goed hoe mijn reactie was. Aan de ene kant dacht ik: spijtig, dan is het gedaan met die muziek. En tegelijkertijd was er een soort opluchting: ah ja, dat kan ook altijd nog. Vreemd hè?’

Vond je het destijds ook al vreemd?

‘Het viel mij wel op, ja. Het is me ook bijgebleven, terwijl ik zelf nooit op het punt heb gestaan, of er ook maar over heb gefantaseerd.

‘Wel over doodgaan in het algemeen. Een vriend van mij kwam ooit met een of ander boeddhistisch memento mori-ritueel, waarbij mensen zich het moment voorafgaand aan hun dood voorstellen. We hebben dat toen samen gedaan, ieder voor zich.

‘Ik stelde me voor dat ik op mijn sterfbed lag met rondom mij de mensen die ik graag zie. Het afscheid emotioneerde mij heel erg. Daarna voelde het alsof ik opgeruimd was van binnen. Bij die vriend werkte het veel minder goed, maar ik dacht: ik heb het gevonden, dit is dé manier om mezelf helemaal bevrijd te voelen. Ik vermoed omdat ik fysiek iets had beleefd waarbij ik van alles losliet.’

Wat liet je los?

‘Dat weet ik niet zo goed. Ik zou dat opgeruimde gevoel kunnen uitleggen als zorgeloosheid, dus ik denk angst. Angst voor van alles. Zolang je leeft ben je gehecht aan ideeën over jezelf en wie je zou willen zijn, of denkt te moeten zijn. De stress die dat geeft, die stopt als je doodgaat. Of zo stelde ik me dat dus voor.’

En je was niet onder invloed van het een of het ander?

‘Nee! Ik heb het daarna nog een paar keer geprobeerd, maar het werkte alleen die ene keer.’

Wie zaten er allemaal aan je sterfbed?

‘Mijn kinderen. Mijn moeder. Mijn vrouw, toen nog. Mijn broers.’

Wat herinner je je van de dag waarop je broer overleed?

‘Ik was blijven slapen bij mijn vriendin. Het was maandagochtend, ik lag nog in bed, maar ik was al wakker.

‘Mijn telefoon gaat en ik zie dat het mijn jongere broer is. Ik ben blij zijn naam te zien verschijnen, dus ik neem op. Ik zeg: ‘Dag Jan, hoe is het?’ En hij zegt meteen: ‘Ja, niet zo goed. Onze Dirk heeft zelfmoord gepleegd.’

‘Ik wist meteen dat het waar was, maar ik heb weet ik niet hoe dikwijls gezegd: ‘Dat is niet waar Jan, dat is niet waar.’

‘Jan was gebeld door de weduwe van mijn broer, onze moeder wist het nog niet. We zijn samen naar haar toe gefietst. Ze stond buiten toen we bij haar aankwamen, ze was de stoep aan het vegen. Aanvankelijk, in een fractie van een seconde, zag ik haar enthousiasme: hé, twee van mijn zonen. Vlak daarna wist ze dat er iets aan de hand was. Ze zei: ‘Er is iets gebeurd.’ Een van ons, ik weet niet meer wie, zei: ‘Onze Dirk is dood.’ En zij zei: ‘Zelfmoord.’

Hij valt even stil. ‘Ik heb al verschillende keren gedacht dat ik het verdriet inmiddels heb doorleefd. Maar nu ik dit vertel, voel ik dat dat niet helemaal waar is. Dat telefoongesprek met Jan speelt zich nog vaak af in mijn hoofd. Alsof er een leven voor en na dat gesprek is. Goed, dat geldt eigenlijk voor elk moment, hè?’

Niet elk moment voelt zo onomkeerbaar.

‘Dat is waar. De onherstelbaarheid, die maakt het zo wreed.’

Wat ging er aan zijn dood vooraf?

‘In mijn beleving was er niet zo veel aan de hand. Hij was boekhouder en klaagde wel over te veel werk en dat het zwaar was, maar het lukte mij niet om daar echt over in gesprek te raken met hem. Het was niet de bedoeling dat ik zijn geklaag te serieus nam en oplossingen aanreikte, wat ik misschien ook te snel deed.

‘Hij was ook voorzitter van een vereniging die ijvert voor het afschaffen van een vliegveld hier in Antwerpen. Ze hadden geld nodig voor advocaten om processen aan te spannen tegen de mensen die dat vliegveld uitbaten, en daarom organiseerde hij benefietcomedyavonden.

‘In zijn laatste zomer heb ik op zo’n avond opgetreden. Hij was daar nog twee weken gelukkig van, zei mijn moeder. Het was moeilijk om hem ergens mee te helpen, maar dit was iets dat ik hem kon geven. Alleen op zulke momenten had ik het gevoel dat ik iets voor hem kon doen.’

Hoe was jullie band? In de voorstelling zeg je dat niemand zo hard om jou kon lachen als je broer.

‘Hij kon echt bevrijdend hard lachen, zo’n lach die aanstekelijk is. Je maakt een grap die helemaal niet zo bijzonder is, maar de ander moet er zó hard om lachen, en blijft lachen, waardoor het toch een heel goede grap wordt.

‘Hij was hoogbegaafd en sociaal niet zo vaardig, maar wel speels. Hij herkende alle vormen van lol. Hij nam daarin alleen nooit het voortouw, omdat dat niet zijn ding was. Dirk had een veel groter plichtsbesef dan ik, vroeger al. Maar hij was ook impulsiever en emotioneler als er iets mis ging.

‘Toen hij een jaar of 20 was, heeft hij in een opwelling de trein naar Parijs gepakt, nadat het gedaan was met één of ander lief. Hij had thuis gezegd dat hij zelfmoord ging plegen, en is twee dagen weggebleven. Ik hoorde het pas toen hij terug was. Ik denk dat mijn ouders mij en mijn jongere broer in het ongewisse wilden laten. We hebben het er nooit over gehad.’

Hij zoekt in zijn telefoon. ‘Een gedicht dat altijd iets losmaakt bij mij, is Lotgenoten van Jules Deelder.’ Ik ga het even voorlezen, oké?’

Lotgenoten,

Ons gaan is een komen
Ons komen een gaan

De zin van het leven
is dat we vergaan

De wereld van iedereen
Niemand de baas

Het heden is eeuwig
Alles is waar

God of Jehova
Allah Jahweh

De één is de ander
De ander de één

Ontsteekt uw geweten
Kijkt om u heen

Het lot dat we delen
laat niemand alleen

Wat vind je er mooi aan?

‘Andere mensen zien als lotgenoten, dat is wat er kan gebeuren als je je verdriet deelt. Het is verbindend. Het vervelende aan ‘verbindend’ is dat het zo’n kloterig modewoord is geworden, maar als je de ander laat merken dat je ergens door geraakt bent, vergemakkelijkt dat ontspannen contact. Het gebeurde net bij mij ook. Ik zag jou even betraande ogen krijgen, en dan opent er zich iets bij mij.’

In mijn familie is niet zo lang geleden ook iemand uit het leven gestapt. Het verdrietigste vind ik de eenzaamheid van deze dood. Dat iemand in psychische nood zo afgesloten kan raken van anderen, zelfs als die er zijn.

‘Ja, dat herken ik. Mijn broer isoleerde zich. Ik kon hem niet bereiken. Ik geloof niet dat dat een bewuste keuze was. Hij kon te goed denken, is achteraf mijn analyse. Als je zo goed kunt denken, ben je in staat oplossingen te zien, maar je ziet ook alle mogelijke problemen. Ik denk dat het hem heeft afgesloten van het idee dat iemand hem zou kunnen begrijpen.

‘De enige die de laatste jaren wist hoe erg het met hem gesteld was, was mijn moeder. Maar het idee dat hij zelfmoord zou plegen was ook voor haar onvoorstelbaar.’

Het klinkt alsof jullie door zijn dood werden verrast.

‘Het eerste dat we als familie hebben gedaan, is schuldgevoelens bij elkaar wegnemen. Iedereen denkt nadat zoiets is gebeurd: had ik maar dit, of had ik maar dat. Zodra iemand ook maar iets in die richting uitsprak, zeiden we: nee, dat had geen verschil gemaakt.’

Heb je jezelf hiervan moeten overtuigen?

‘Nee. Dat inzicht uit mijn vorige voorstelling is blijkbaar wel ingedaald.’ Hij begint te lachen.

Schuld bestaat niet.

‘Maar wat wél bestaat, is verantwoordelijkheid.’

Wat zie jij in dit geval als je verantwoordelijkheid?

‘Ik probeer het verdriet niet tegen te houden als het zich aandient. En ik probeer anderen ook alle ruimte geven om het er te laten zijn, zonder het op eender welke manier te willen wegnemen. ‘Niet huilen’ of ‘Je hoeft niet te huilen’, dat zijn slechte zinnen om tegen iemand te zeggen, vind ik.

‘Ik doe het ook niet graag hoor, de machteloosheid laten bestaan, op een manier die zichtbaar is. Ik heb nu al een paar keer gevoeld dat ik zou kunnen huilen, en door even te ademen probeer ik het toch weg te stoppen. Als je niet huilt, kun je de indruk wekken dat je jezelf in de hand hebt. Dat je tenminste ergens macht over hebt, al is het maar over je eigen gedrag.’

Wim Helsen gaat roken, waarmee die ene prangende vraag ook meteen beantwoord is: nee, hij is niet gestopt, zoals hij zich voornam in ons gesprek van vier jaar geleden. We hadden het toen over de bodem onder de gekte in Niet mijn apen, niet mijn circus: de invloed van schuldgevoelens op ons denken, voelen, doen en laten.

Helsen legde uit hoe hij zichzelf in allerlei situaties in een positie manoeuvreert waarin hij ‘de mindere’ is, bijvoorbeeld door steeds te laat te komen op afspraken. Een vriendin die psycholoog is deed hem inzien dat die neiging terugvoert op de diepgewortelde overtuiging niet goed genoeg te zijn.

Volgens Helsen is het een erfenis van zijn vader, die overleed in 2017. Hij was een drankzuchtige, gefrustreerde man die flink boos en agressief kon worden. Daardoor hing er thuis altijd spanning in de lucht. ‘Hij had altijd het gevoel dat wat hij deed niet goed genoeg was voor mijn moeder’, vertelde Helsen in dat eerdere gesprek. ‘Om te ontsnappen aan de druk om goed genoeg te zijn, deed hij júíst ongerijmde dingen waarmee hij zichzelf onmogelijk en schuldig maakte: drinken, wegblijven.’

Met dit nieuwe inzicht op zak wilde hij het anders doen. ‘Als het waar is dat schuld niet bestaat, en dat ik dus niet inherent schuldig ben, dan hoef ik dus ook niet te bewijzen dat ik slecht of stom ben. Snap je? Dan kan ik gewoon kiezen: wat voelt nu het beste?’ En ook: ‘Je kunt altijd zelf kiezen in welk verhaal je leeft. Je moet alleen een manier vinden om jezelf in dat verhaal te laten geloven.’

Om de verandering in gang te zetten, moest hij in ieder geval één ding doen, beweerde hij met grote stelligheid: stoppen met roken, en nu echt.

Waarom is het nog niet gelukt om te stoppen?

‘Goede vraag.’ Hij denkt na. ‘Het was wel echt mijn intentie. Maar ik kon het nog in de toekomst plaatsen, snap je? Net als wat ik zei over mijn reactie op de dood van Kurt Cobain: het is het idee dat opluchting geeft. Dat de mogelijkheid bestaat, heeft op mij al een vitaliserend effect.

‘Het idee van verandering maakt mij zo enthousiast dat ik denk dat ik er dan eigenlijk al ben. Door dat enthousiaste gevoel lijkt er geen probleem meer te zijn, dat is mijn probleem.’

Je geloofde dat Niet mijn apen, niet mijn circus pas maximale zeggingskracht zou kunnen hebben als je de verandering had ingevuld, zei je. Het werd evengoed je best ontvangen voorstelling.

‘Dus eigenlijk zeg jij: verander maar niet?’ Hij schiet in de lach. ‘Nodig is het misschien niet, maar het is wel een kans natuurlijk.’

Een kans waarop?

‘Ik merk dat de woorden blijven vastzitten ergens, omdat ze zo groots klinken. Het is een kans om onbezwaard en dus vrij van bekommernissen te zijn.

‘Maar om te kunnen kiezen en om die gewoonten en overtuigingen achter te laten, om dat écht te doen, is veel aandacht nodig voor hoe dat ingesleten negatieve geloof zich manifesteert. Steeds opnieuw.’

Is er nog iets anders nodig, behalve aandacht?

‘Nou, daar dacht ik toevallig gisteren over na, toen ik in Purmerend in de coulissen stond te wachten. Het laatste nummer dat wordt gespeeld voor ik opkom, is het liedje uit The Sound of Music waarin Julie Andrews zingt: ‘I have confidence in sunshine, I have confidence in rain’. En dan, aan het einde: ‘I have confidence in confidence alone’. Dus: ik heb vertrouwen in vertrouwen.

‘Die tekst kwam even helemaal binnen. Vertrouwen hebben in vertrouwen is iets totaal anders dan zelfvertrouwen hebben. Ik vind het veel nastrevenswaardiger. Op de momenten dat ik goed speel of mezelf goed voel, is er niet per se zelfvertrouwen, maar vertrouwen tout court. Hoe zeg je dat in het Nederlands? Simpelweg vertrouwen.

‘In het beste geval heb je dat type vertrouwen altijd, overal, met iedereen. Ik zeg iets, en als de ander het niet begrijpt zoals ik het heb bedoeld, dan zet het zich wel recht. Of niet, en dan is dat ook niet erg. Dat is vertrouwen tout court.’

Laten we niet vaker dan we denken alles maar gewoon op z’n beloop? Ik herinner me iets wat psychoanalyticus Paul Verhaeghe een keer zei in een interview: ‘We maken weinig keuzes in het leven. De meeste dingen gebeuren gewoon.’

‘Dat is absoluut waar. Ik was 30 toen ik het besluit nam om comedy te gaan maken. Ik werkte toen bij de Belgische radio, en plots diende de keuze zich aan: ik stop met dit werk en ik word cabaretier. Dat bracht angst met zich mee, onzekerheid, twijfel. Die twijfel ging niet over of het mogelijk was om cabaretier te worden, maar over wat ik moest loslaten.

‘Ik maakte me druk over de reacties van de collega’s die moeite hadden gedaan om mij bij een bepaald programma te krijgen, en die ik moest teleurstellen. Dat was de grootste angst, want ik wist zeker wat ik moest doen: ik had een ander baantje nodig voor ernaast, dichter in de buurt, minder intensief en parttime.

‘Ik had twee keer tien minuten gespeeld in een comedycafé, maar het vreemde was dat er vertrouwen tout court was.’

Heb je dat later in je leven nog eens gevoeld?

‘Niet op dezelfde manier. Dit was het duidelijkste keuzemoment ooit.’

En toen je kinderen kreeg?

‘De kinderen waren allebei niet gepland. Ik heb wel altijd vertrouwen gehad in het feit dat ik liefde zou voelen voor mijn kinderen en dat ik een goede vader zou zijn. Wat ik ook ben, denk ik, al heb ik natuurlijk fouten gemaakt. Maar mijn kinderen zijn niet bang van mij, bijvoorbeeld. Daar was ik het zekerst over: als ik vader word, dan wil ik dat mijn kinderen nooit bang van mij zullen zijn.’

Waren je ouders nog samen toen je vader stierf?

‘Ja. Mijn vader dreigde dikwijls met weggaan, en ik dacht dan altijd: ja, ga weg, ga weg. Maar het was nooit een serieuze optie. Dat hij vaak een ambetante vent was, wordt niet ontkend. Maar als mijn moeder het nu over hem heeft, is dat met veel liefde.’

Je hebt ook een grap over hoe leuk het is om te praten tegen dode mensen, omdat ze je altijd gelijk geven. Is dat iets wat je echt doet?

‘Dat stukje is er inmiddels uit, maar ik kan dat wel doen ja, in mijn hoofd een gesprek voeren met mijn vader. Hij zegt meestal niet veel terug, maar die gesprekken zijn altijd rustig en liefdevol.’

Op wat voor momenten praat je tegen hem?

‘Dat kan onder de douche zijn. Het gaat vooral om momenten waarin ik een vorm van angst of onzekerheid ervaar. Hij zegt dan iets als: ja jongen, ik zie het, dat is niet fijn. Hij komt niet met oplossingen of goede raad. Het is gewoon een liefdevolle aanwezigheid die zich laat horen in mijn hoofd. Ik ben wel een beetje bang dat mensen denken dat ik een halve gare ben, als dit in de krant komt.’

De volgende middag staat Wim Helsen al te wachten op de parkeerplaats waar we hebben afgesproken. We rijden samen naar theater Het Speelhuis in Helmond. De aandrang om te roken heeft hij onderdrukt. ‘Dit was weer zo’n moment waarop ik letterlijk kon denken: welkom ongemak. Het grappige is dat er helemaal geen sprake was van ongemak. Een sigaret opsteken is vaak anticipatie op ongemak.’

Ik heb nog opgezocht wat het tegenovergestelde is van ontroering: onverschilligheid.

‘Ah ja! Dat is nog veel erger dan irritatie. En eigenlijk is dat precies hoe ik me voel als het slecht gaat met mij: onverschillig. Als ik mij laat gaan in mijn slechte gewoonten is dat de staat waarin ik terecht kom. Onverschillig tegenover in de eerste plaats mijn eigen bestaan, mijn eigen gezondheid, mijn plannen.’

Wat moet ik me voorstellen bij die zwaarte? Depressie?

‘Depressie vind ik moeilijk om in de mond te nemen. Er zijn momenten dat ik gedrag vertoon van mensen die depressief zijn, namelijk niet uit bed komen, mezelf isoleren, niet terugbellen, niet reageren op berichtjes, mails niet openen, niks doen van de eenvoudige dingen die ik mij had voorgenomen te doen, en mij daar ook nog eens slecht over voelen.

‘Wat ik mij voorstel bij écht depressieve mensen is dat ze daar voor langere perioden in blijven hangen. Ik kan dit twee dagen hebben, maar als ik aan het einde van de tweede dag met iemand heb afgesproken, kan de zwaarte na een kwartier helemaal verdwenen zijn.’

Zit het weleens in de weg als je naar het theater moet?

‘Nee, gek genoeg niet. Ik zie spelen en een voorstelling maken als dingen die mij in beweging houden, op een manier waar ik juist vooral veel plezier uit put. Natuurlijk komt er ook stress, onzekerheid en mislukking bij kijken, maar daarmee kan ik goed omgaan als het in functie is van het werk.’

Hoe komt dat denk je?

‘Ik krijg energie van spel, tegen alle spanning in. Sommige dingen die ik doe in deze voorstelling zijn kinderlijk onnozel. Op het randje van beschamend. Zo niksig ook. Maar ik vertrouw erop dat het plezier dat ik heb in dat kinderlijke spel herkend zal worden.

‘En dat gebeurt dus ook. Mensen doen mee, we maken samen plezier. Ik wil ze laten voelen dat zij het ook in zich hebben. Samen plezier maken, dat is wat ik in mijn voorstelling wil laten gebeuren. Ik hoop dat zoveel mogelijk mensen in de zaal zich vrij voelen van wat vertrouwen in de weg kan zitten, en van ballast om mee het kleine kind uit te hangen. Als je dat met elkaar kunt delen, dan is er oordeelloos contact. Dat is zó leuk.’

Je zegt aan het einde: ‘Als ik op tijd had geweten hoe erg het was gesteld met hem, dan had ik gezegd, Dirk, je bent vergeten dat wij samen lol maken. We lossen niks op, maar we hebben wel samen lol.’

‘Het schept ruimte voor een ander perspectief, waardoor je je samen lichter voelt. En eigenlijk los je op die manier heel veel op.’

De maandag na de première in De Kleine Komedie in Amsterdam bellen we nog even. De recensenten zijn tot nu toe onverdeeld enthousiast, die van NRC voorop. ‘Wim Helsen flikt het opnieuw’: vijf ballen.

Hij voegde op de première-avond een nieuwe zin toe aan het slot, vertelt Helsen: ‘Ik heb nog een broer. Die leeft.’

De broer zat in de zaal. Hij zag de voorstelling voor het eerst en kwam na afloop meteen naar de kleedkamer. ‘Dat deed enorm veel deugd. Ik vond het toch spannend, hoe Jan het zou beleven. Hij zei dat hij blij was dat ik hem noemde: ‘Wij moeten samen verder hè.’ Dat klinkt zwaar, maar het voelde licht. Ik merkte dat mijn lichaam zich ontspande. We hebben elkaar vastgepakt en zijn buiten een sigaret gaan roken.’

Denk je aan zelfdoding? Praten helpt. Benader familie, vrienden of een hulpverlener of bel 24/7 gratis en anoniem 113 of chat op 113.nl

Cv Wim Helsen

5 oktober 1968 Geboren in Antwerpen.
1991 Licentiaat Germaanse Filologie, werkt daarna onder meer als sociaal werker, radioredacteur, bouwvakker en leraar Nederlands voor anderstaligen.
1998 Begint cabaretduo Vrolijk België met Randall Casaer.
2002 Finalist Leids Cabaret Festival.
2002-2004 Eerste soloprogramma Heden Soup!, wint cabaretprijs Neerlands Hoop voor de meest veelbelovende theatermaker.
2005-2007 Bij mij zijt ge veilig.
2008-2010 Het uur van de prutser, wint cabaretprijs Poelifinario.
2012-2014 Spijtig spijtig spijtig, wint opnieuw Poelifinario.
2015-heden Interviewprogramma Winteruur (Canvas).
2016-2018 Er wordt naar u geluisterd.
2021-2023 Niet mijn apen, niet mijn circus.
2025-heden Welkom ongemak. Tournee van 1 april- 17 juni 2026.

Wim Helsen woont in Antwerpen en heeft twee kinderen uit een eerder huwelijk.

Foto-assistent: Wout Vloerberghs
Post-production: Phaida Fotoretouche

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next