In twee dagen tijd werden explosieven tot ontploffing gebracht bij een synagoge in Rotterdam en bij een Joodse school in Amsterdam. ‘Antisemitisme is het nieuwe normaal. Ik word vrijwel dagelijks op straat nageroepen.’
Cheider is al een van de best beveiligde scholen van Nederland, maar zondag staat er nog eens extra bewaking. In Buitenveldert, een wijk in stadsdeel Zuid in Amsterdam, posten mannen met sjaals tot over hun neus voor de deur van de Joodse school. Particuliere beveiligers, met oortjes in. Op vragen van de verslaggever komt geen antwoord, sommigen schudden alleen ‘nee’. Een stukje verderop staan vijf mannen van de marechaussee naast hun auto.
Hoge muren met bovenop stalen punten ontnemen het zicht op de school, op palen zijn tientallen camera’s gemonteerd.
Het contrast is enorm met de gemiddelde school in Nederland, zoals Mundus, 450 meter verderop. Die school heeft zo’n typisch groen traliehek, de poort staat open, een jongen met een oranje voetbal aan zijn voet loopt er doorheen richting de speeltoestellen.
Maar voor de kinderen van Cheider zou zo’n omheining naïef zijn. In de nacht van vrijdag op zaterdag, om 3.45 uur, schrokken omwonenden wakker van een explosief bij de buitenmuur van de school. Hulpdiensten waren snel ter plaatse. De schade bij de school viel mee, maar de golf van verontwaardiging en afkeuring raasde tot ver buiten de landsgrenzen.
‘Ik begrijp de boosheid en angst en ga snel in gesprek met de Joodse gemeenschap’, citeert de Franse krant Le Monde premier Rob Jetten. Het Amerikaanse CNN haalt burgemeester Femke Halsema aan: ‘Dit is een laffe daad van agressie tegen de Joodse gemeenschap.’
Isaac Herzog, de Israëlische president, noemt het op X ‘volstrekt onacceptabel dat de historische Joodse gemeenschap in Nederland, die is verwoest door de Holocaust en vandaag een bloeiend centrum van Joods leven is, nog steeds te maken heeft met gewelddadig antisemitisme.’
De orthodox Joodse school Cheider begon in 1974 in een appartement met vijf leerlingen. Inmiddels lopen er zo’n 120 leerlingen rond, de meisjes gescheiden van de jongens. Na 7 oktober 2023 ging Cheider tijdelijk over op online lessen omdat het aangaf de veiligheid van de leerlingen niet te kunnen garanderen. Vorig jaar ontving de school een mail waarin iemand dreigde kinderen dood te schieten.
De explosie dit weekend bij de buitenmuur van de school volgt op explosies bij een synagoge in Luik en in Rotterdam – de politie arresteerde daar vier verdachten. Twee verdachten van de explosie in Amsterdam zijn nog voortvluchtig. Bij alle drie de aanvallen verschenen filmpjes met vergelijkbare opschriften en muziek in Telegram-groepen van door Iran gesteunde militante groepen. Het is echter nog onduidelijk wie er achter de aanvallen zit, en in hoeverre die met elkaar samenhangen.
In de buurt van de Amsterdamse school willen zondag weinig passanten praten met de pers. ‘Geen behoefte, ik voel me geen vertegenwoordiger van de gemeenschap’, zegt een verkoper achter de toonbank van Mouwes Koshere Delicatessen. Dionne, een buurtbewoonster die bij het Amsterdam UMC werkt, die liever niet met haar achternaam genoemd wil worden, wijst op de situatie in het Midden-Oosten: ‘De mensen die hier wonen hebben niks te maken wat daar gebeurt. En zeker kinderen niet.’
Naast haar loopt marketeer Nienke, die zaterdagnacht wakker schrok van de explosie: ‘Ik ken een aantal Joodse meisjes van mijn bijbaan bij een restaurant vroeger. Als je dan hoort wat die allemaal voor beveiliging krijgen. Dat dat nodig is, in een vrij land.’
‘Het algemene gevoel in de Joodse gemeenschap is: het hek is van de dam’, zegt Eddo Verdoner, Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB), aan de telefoon.
‘Dit gaat zoveel verder dan alleen Cheider’, zegt ook opperrabbijn Binyomin Jacobs in een reactie. Hij is voorzitter van de adviesraad van Cheider en zat er jarenlang in het bestuur. Zijn dochter geeft er les, zijn achterkleinkinderen zitten er op school. ‘Antisemitisme is het nieuwe normaal geworden.’
Jacobs noemt zichzelf bruggenbouwer, maar vindt dat steeds moeilijker worden. ‘Er moet wel een kade aan de overkant zijn om überhaupt een brug naartoe te kunnen bouwen. Ik word vrijwel dagelijks op straat nageroepen door kinderen. Free Palestine!, schreeuwen ze dan. Of Yahūd (Arabisch voor Jood, red.). Nou, daar bedoelen ze niet m’n hoed mee, hoor. En als ik dan in gesprek wil met hun ouders is het: kan niet, privacy.’
Hij houdt niet van generalisaties, benadrukt dat er ook zat mensen zijn die hem wél vriendelijk aanspreken op straat. En zodra iemand een zin maakt met de combinatie ‘moslims’ en ‘antisemitisme’, antwoordt hij: ‘In de oorlog woonden hier geen moslims en is tachtig procent van mijn familie uitgemoord. Antisemitisme is een muterend virus, het duikt telkens weer op in een nieuwe gedaante, met nieuwe groepen mensen die er het meest ontvankelijk voor zijn.’
Educatie – thuis, op scholen en in asielzoekercentra voor nieuwkomers – is volgens de opperrabbijn de enige manier om iedereen te leren normaal om te gaan met mensen met een ander geloof. ‘Gewoon die basisnormen: vrouwen zijn geen gebruiksvoorwerp, je mag niet iemand haten om zijn geaardheid, huidskleur of religie. En je mag Joden niet verdelgen.’
Ook Verdoner, de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding, wijst op de rol van educatie. ‘Het is nu al zo dat Joodse instellingen extra beveiligd moeten worden. Maar niemand wil natuurlijk achter hoge muren leven. Het belangrijkste dat we hier als samenleving tegen kunnen doen is gelijk ingrijpen zodra iemand op zijn achtergrond wordt aangevallen; of het nu op school is, op straat of op de voetbalclub.’
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant