Home

Boedapest massaal de straat op vlak voor verkiezingen: ‘Het regime wordt zwakker en zwakker’

Een maand voor de cruciale parlementsverkiezingen gaan regering en oppositie in Boedapest de straat op. Beide marsen staan in het teken van vrijheid. Zittend premier Viktor Orbán maakt de Hongaren bang voor een toekomst zonder hem; voor oppositieleider Péter Magyar en zijn aanhangers is dat juist de hoop.

is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij doet verslag vanuit Boedapest.

Melinda Mátyás (70) ziet het zo weer voor zich. Ze staat vlakbij het Heldenplein in het centrum van Boedapest. ‘In 1989 stond ik hier om voor onze vrijheid te strijden. Nu sta ik hier, treurig genoeg, om dezelfde reden.’ Dat massaprotest luidde destijds het einde van het communisme in. De toen liberale Viktor Orbán hield een toespraak die zijn politieke carrière lanceerde. Nu ziet het plein zwart van de mensen die de premier weg willen hebben.

De man die hem moet verslaan, komt aangelopen. Oppositieleider Péter Magyar voert een mars aan over de brede Andrássy-boulevard. Het startpunt van de mars staat bomvol. ‘Mensen komen in beweging’, constateert Mátyás tevreden, die hier met zes familieleden is gekomen. Sommigen proberen deze zonnige middag de mensenzee richting het Heldenplein te omzeilen met de metro die onder de boulevard loopt. De karretjes puilen uit. Mensen dragen bordjes van Magyars partij Tisza en hun slogan: ‘Nu of nooit’.

Ook premier Orbán en zijn partij Fidesz organiseren een mars aan de andere kant van het centrum. Over exact vier weken gaan de Hongaren naar de stembus. Zowel regering als oppositie grijpt de nationale feestdag op 15 maart aan om hun kracht te tonen voorafgaand aan deze cruciale verkiezingen. Tisza zou volgens de peilingen een einde kunnen maken aan Orbáns electorale zegetocht waardoor hij al zestien jaar aan de macht is.

Snoeiharde verkiezingsstrijd

Niet eerder was er zo’n kans ‘voor het veranderen van dit abjecte en corrupte regime’, zegt Zsolt Lázár (27), een IT’er die vanuit een klein stadje in het zuidoosten hiernaartoe is gereisd. Op Magyar, een conservatieve populist die zelf uit de gelederen van Fidesz komt, heeft hij de nodige kritiek. ‘Maar hij biedt de enige kans.’ In amper twee jaar tijd kwam Magyar op als een komeet. De kleinere en kibbelende oppositiepartijen vaagde hij weg, over een maand is het hem of Orbán. De verkiezingsstrijd is snoeihard.

Magyar mobiliseert de onvrede onder de Hongaarse bevolking over corruptie, de stagnerende economie en de slechte publieke voorzieningen. Over dat laatste hoef je Lázár niets te vertellen. Gevraagd naar het ergste van de afgelopen zestien jaar, begint hij over zijn moeder, die overleed aan kanker. ‘Als ze niet was behandeld in Hongarije, denk ik dat ze een veel betere kans had gehad. Hongaarse ziekenhuizen zien eruit als schietbanen, alles is kapot.’ Magyar en zijn aanhangers leggen de schuld bij de wijdverbreide corruptie, die Europese fondsen wegzuigt bij zorg en onderwijs. ‘Het is immoreel’, aldus Lázár.

Aan de overkant van de rivier, waar ’s ochtends de mars van Fidesz van start gaat, is er juist behoefte aan dat alles bij hetzelfde blijft. De verhalen over corruptie zijn niet alleen overtrokken of gewoon onwaar, valt hier te horen; Orbán doet het juist heel goed. ‘Het is heel belangrijk dat Orbán weer wint’, zegt de 34-jarige vertaler Lilla. ‘Hij beschermt onze cultuur, hij steunt de economie en jonge families zoals wij.’ Ze wijst naar haar echtgenoot. Met steun van de regering konden ze een huis kopen.

Haar vader Csaba (72, ze willen beiden niet met achternaam in de krant) wijst op een verkiezingsposter van Magyar. ‘Hij zal tienduizenden migranten binnenlaten. Hij zal ons uitleveren aan het kwaad, aan Brussel en Oekraïne.’ Dat is de campagneboodschap van Fidesz: de oppositie spant samen met de EU en Kyiv om Orbán uit het zadel te wippen, de doorsnee Hongaar mag vervolgens opdraaien voor de oorlog en zal er uiteindelijk in worden meegesleurd. ‘Het zijn chaotische tijden’, aldus Lilla. ‘Dus het is goed dat Orbán blijft.’ De mars komt langzaam in beweging, de brug op en de Donau over.

Geschminkte vlaggetjes

Twee jonge mannen hebben zich uitgedost met geschminkte Hongaarse vlaggetjes op hun wangen, maar de regeringspartij steunen ze verrassend genoeg niet. ‘Ik ben gekomen om Orbáns laatste toespraak te horen’, zegt Gergö (22) met een grijns. ‘Hopelijk.’ Hij kan zich moeilijk voorstellen dat deze regering, die vrijwel zijn hele leven aan de macht is, verdwijnt. Vriend Balázs (25) denkt net als hij aan emigreren als Orbán blijft. Over Magyar zijn ze niet bijster positief. ‘Maar deze kans komt misschien niet nog eens.’

Orbán spreekt zijn menigte toe, terwijl enkele honderd meters verderop de aanhangers van Tisza zich klaarmaken voor hun eigen mars. ‘Hoe groot de menigte ook is’, zegt Orbán in een duidelijke verwijzing naar zijn opponent, ‘als haat en woede haar bijeenbrengen, zal er nooit vrijheid zijn.’ Verder herhaalt hij zijn campagnestandpunten over Brussel en Oekraïne. Ook voor hem draait het om vrijheid, zegt Magyar tegen de menigte die hem aan het eind van de middag juichend onthaalt op het Heldenplein. ‘Vrijheid moet keer op keer worden bevochten.’

Over de grootte van die marsen wordt al gestreden terwijl ze nog gaande zijn. Orbán noemde zijn mars ‘de grootste ooit’. Maar drones – die officieel verboden waren, volgens Magyar zodat de omvang van zijn mars niet duidelijk is – tonen een weergaloze groep mensen op de been voor verandering.

Deze mars gaat om meer dan grootte, zegt Júlia Molnár (60). De betekenis ervan is ‘gestolen’ door Orbán. Hongaren herdenken vandaag hun vrijheidsstrijd uit 1848, een revolutie die uitliep op een verloren oorlog tegen de Oostenrijkers. ‘Orbán zegt altijd dat wie niet achter hem staat, geen Hongaar is. Maar wij zijn Hongaren.’ Bij de mars van Magyar dragen velen Hongaarse vlaggen en kokardes met de nationale driekleur, als om ze terug te veroveren.

Angst voor represailles

Haar vriend Róbert (60) geeft liever niet zijn achternaam uit angst voor represailles richting zijn bedrijf. ‘Ik ben misschien nog een beetje bang.’ Ook vindt hij de berichten over Russische inmenging ‘angstaanjagend’. ‘Russen naar huis’, scandeert de menigte verderop, ter herinnering aan 1956, nog zo’n in bloed gesmoorde Hongaarse opstand, toen met Russische tanks.

Maar de angst is aan het verdwijnen, ziet het tweetal ook, wijzend op alle mensen op straat. ‘Er is nu voor het eerst een partij die iedereen bindt. En het regime wordt zwakker en zwakker. Maar we hebben vaker valse hoop gehad.’

Source: Volkskrant

Previous

Next