nieuwsbriefMachtige Tijden
Machtige Tijden De aanvallen op Iran laten zien dat de VS kiezen voor een wereldorde zonder klassieke vormen van conflictbeheersing (democratie, diplomatie, rechtsorde). Maar Den Haag debatteert erover alsof het conflictmodel van de jaren nul nog bestaat. Wanneer kijkt de landspolitiek het beest in de bek?
Geert Wilders, minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen, premier Rob Jetten en minister van Defensie Dilan Yesilgöz tijdens het debat over het conflict in Iran.
Als Den Haag een oorlog bespreekt, gaat het vaak meer over Den Haag dan over de oorlog. Volg de openbare debatten en regeringsuitingen over de Amerikaans-Israëlische bombardementen op Iran, en je verzeilt in deeldebatten die het belang van het eigen wereldje boven dat van de wereld zelf plaatsen.
Vragenuurtje, dinsdag: oplopende dieselprijs. Commissiedebat Buitenlandse Zaken, woensdag: uitzending Nederlands fregat naar de Middellandse Zee. Bekendmaking minister van Klimaat, woensdag: kabinet spreekt nationale oliereserve aan. Donderdag: plenair debat over de oorlog in Iran en de gevolgen, ook die van gestrande Nederlanders in de Golfregio. Et cetera.
Zo loopt Den Haag alle invalshoeken af. Er komen nog meer Kamerbrieven en -debatten – economische gevolgen, koopkrachtplannen en meer. Alles thematisch opgeknipt en netjes afgebakend. Met als resultaat dat het grote vraagstuk dat onder deze aanvalsoorlog verscholen zit – een wereldorde die verkruimelt, en wat dit voor het land betekent – hooguit een subthema is.
Typerend was het moment, donderdag in de plenaire zaal, dat minister Tom Berendsen (Buitenlandse Zaken, CDA) tegen het einde van het debat „zijn favoriete blokje” aankondigde: „De veranderende wereldorde.”
„Dat is mij te hoog gegrepen”, smaalde eenpitter Mona Keijzer (ex-BBB), die een vraag over een ander thema inbracht. En toen dat was afgehandeld, zag de minister de bui al hangen: „Ik ben bang dat de voorzitter mij niet voldoende tijd gaat laten voor dit blokje.”
Kamervoorzitter Thom van Campen gaf hem nog een paar alinea’s, en nadat Don Ceder (CU) de minister had gevraagd om een visiedocument, werd het vraagstuk keurig vooruit geschoven. „Ja”, zei Berendsen, „dit is absoluut een discussie die we gezamenlijk moeten gaan voeren.”
Uiteraard spraken Kamerleden zorgelijk over het recht van de sterkste en de wankelende internationaal recht. Maar verdiepend debat bracht het zelden.
En dus bleef het echte vraagstuk bijzaak: in welke wereld leven we als Donald Trump (79) en Benjamin Netanyahu (76) niet de moeite nemen hun militaire operatie tegen Iran voor te leggen aan de eigen volksvertegenwoordiging, Europese bondgenoten en de VN Veiligheidsraad? Plus: wat wacht Nederland als deze middelvinger naar democratie, rechtsorde en bondgenoten de nieuwe standaard van de machtigste landen wordt?
Het raamwerk kan iedereen uitdenken. Als de sterkste landen de zwakkere landen domineren, zullen de zwakkeren proberen ook sterk te worden. Of op zoek gaan naar bondgenoten onder de vijanden van de sterksten. Zo kan razendsnel een model ontstaan waarin klassieke vormen van conflictbeheersing (democratie, diplomatie, rechtsorde) betekenisloos worden. En militaire confrontatie de enige manier is om belangenconflicten of meningsverschillen te beslechten.
Donderdag zag je dat veel Haagse politici, bewust of niet, nog steeds het conflictmodel van de jaren nul hanteren. Toen, in 2002, zei het politieke talent Barack Obama: „Ik ben niet tegen alle oorlogen […]. Ik ben tegen een domme oorlog.”
Zo positioneren linkse en progressieve partijen zich nu inzake Iran. SP, PvdD, Denk, GL-PvdA, Volt en coalitiepartij D66 verachten het Iraanse regime maar verwerpen Trumps oorlogsaanpak. „Waar ik geen enkel begrip voor heb, is dat je een oorlog begint zonder duidelijk plan, zonder bewijs voor wat je zegt te willen bereiken”, zei fractievoorzitter Jan Paternotte (D66).
En (uiterst) rechts hanteert nog steeds de benadering van George W. Bush na 11 september 2001: „Of je steunt ons, of je steunt de terroristen.”
Geert Wilders (PVV) donderdag tegen Jesse Klaver (GL-PvdA): „Waarom kiest u altijd de kant van de onderdrukkers, van de terroristen, van de antisemieten?” Chris Stoffer (SGP): „Mijn vraag aan de heer Klaver is: als hij over een aantal jaar hierop terugkijkt, aan welke kant had hij dan willen staan? Aan die van Iran […] of van Israël en de VS?”
Klaver laakte de versimpeling („dit is zoals we in 2003 de Irak-oorlog zijn in gerommeld”) maar de vragen bleven komen. Mona Keijzer: „Aan welke kant sta je? […] Ik wil dat de heer Klaver kiest.”
De groei van rechts vergemakkelijkt aanvallen op links, en laat zien dat de Amerikaanse hyperpolarisatie, inclusief identiteitspolitieke waarde, ook hier ingeburgerd raakt. Rechts gelooft in machtsuitoefening en autoriteit. Links in overleg en rationaliteit. Dus de (uiterst) rechtse partijen maakten er ook een punt van dat het kabinet geen „steun” aan de aanvallen op het moorddadige Iraanse regime uitspreekt. Verder dan „begrip” wilden premier Rob Jetten en de coalitiefracties niet gaan.
Jetten moest jongleren. Hij zei ook dat de aanvallen van Israël, de VS en Iran „buiten de kaders van het internationaal recht” vallen maar had moeite de verenigbaarheid van beide opvattingen te onderbouwen. Klaver noemde het „een woordvoeringslijntje”, daar zat iets in: Jetten redde zich uit het debat, niet uit het dilemma.
Tegelijk zitten er selectieve elementen in de rechtse afkeer van het Iraanse regime. In 2014 bleek dat een Amerikaanse dochter van een voormalige nationale trots, Fokker, de Amerikaanse sancties had omzeild met de export van vliegtuigonderdelen naar onder meer Iran. De Amerikaanse justitie trof een schikking waarbij Fokker een boete van ruim 10 miljoen dollar betaalde. Quote noemde het destijds de op drie na heftigste schikking van een Nederlandse onderneming ooit.
Maar Haagse verontwaardiging bleef uit. Eén Kamerlid stelde kritische vragen, Michiel Servaes (PvdA), nu directeur van OxfamNovib. De rechterflank van de Kamer bleef stil.
Henri Bontenbal (CDA) nam donderdag, zoals wel vaker, een eigen positie in. Hij hanteerde Max Webers verantwoordingsethiek uit Politik als Beruf (1919) als criterium: „Als je ergens wilt ingrijpen, moet je ook bedenken wat de gevolgen zijn.” Later noemde hij het „een legitieme vraag” of „de gewone Iraniër” veel met de aanvallen opschiet.
Hier gaf de CDA-leider de Kamer een kans over de roekeloosheid van de Israëlisch-Amerikaanse operatie te beginnen. En de enorme gevolgen die ze (kunnen) hebben – op de geweldsspiraal in het Midden-Oosten, de wereldeconomie, Europa. Het bleef uit.
Het is niettemin cruciaal. „You don’t have the cards”, zei Trump vorig jaar in die beruchte Oval Office-ontmoeting tegen president Zelensky van Oekraïne. Nu is Trump zelf zijn troeven kwijt.
De Iraanse leider Khamenei is gedood maar Israëlische bronnen van The Wall Street Journal verwachten geen snelle val van het regime. De Iraanse sluiting van de Straat van Hormuz bedreigt de wereldeconomie wegens snel stijgende brandstofprijzen. „Big beautiful gas prices”, smaalde nieuwssite Drudge Report woensdag, verwijzend naar Trumps begrotingswet – „One big beautiful bill” – vanvorig jaar.
En zonder Iraanse welwillendheid duurt de nachtmerrie van hoge benzineprijzen voort in dit Amerikaanse verkiezingsjaar. „Trump kan de vijandelijkheden niet in zijn eentje staken”, aldus The Economist donderdag.
De vergissingen in de oorlogsplanning worden in de VS nu breed uitgemeten. Zo voorzag niemand in Trumps regering dat Iran de Straat van Hormuz zou afsluiten.
En nieuwe vragen rijzen over Trumps relatie met Rusland, dat profiteert van de hoge olieprijzen. Volgens een oud-Moskou-correspondent van The New York Times zijn er wonderlijk grote overeenkomsten tussen de oorlogstaal van de regering-Trump en die van het Kremlin. Minister van Oorlog Pete Hegseth, maandag: de VS „zijn deze oorlog niet begonnen maar onder president Trump maken we hem af.” President Vladimir Poetin, invasie Oekraïne in 2022: „Wij zijn deze zogenaamde oorlog in Oekraïne niet begonnen maar proberen hem af te maken.” Zo geeft hij talloze voorbeelden.
Elke zaterdag ontleedt Tom-Jan Meeus in zijn nieuwsbrief de politieke week - en laat zien wat bijna niemand ziet
Ook zou Rusland met Iran inlichtingen over Amerikaanse militairen delen. Trumps speciale gezant Steve Witkoff zei dat de Russen het tegenover Trump ontkenden. „We kunnen ze op hun woord geloven.” Tegelijk schort Trump sancties tegen India op zodat het land weer Russische olie kan importeren. De VS overwegen volgens Trumps minister van Financiën meer van dit type Rusland-vijandige sancties te onderbreken.
Op de rechtervleugel klonk donderdag in de Kamer dat de oorlog tegen Iran ook Irans bondgenoot Rusland verzwakt. De keuzes van de regering-Trump wijzen op het tegendeel.
Het echte vraagstuk is natuurlijk: moet Nederland gedienstig blijven aan een grootmacht die de wereld volpompt met conflictstof, de grootste vijand van Europa helpt, en elke vorm van conflictbeheersing (democratie, diplomatie, rechtsorde) negeert? Het argument hiervoor is sterk: als klein land is Nederland politiek, economisch en cultureel zodanig vervlochten met de VS dat afwijzing van dat land neerkomt op zelfdestructie.
Maar de vraag is wel: hoelang kan een klein land werkeloos toekijken terwijl die grootmacht alles dat voor dat kleine land van belang is – vrijheid, orde, recht, handel, vrede – op het spel zet?
Dáárover zou het moeten gaan in de nationale vergaderzaal. Maar niets aan de hand. Volgende week zijn de gemeenteraadsverkiezingen, volgens sommige peilingen lijkt het Ruslandvriendelijke FVD een opmars in het lokaal bestuur te maken. FVD: de enige partij die donderdag niet eens de moeite nam aan dat debat deel te nemen.
Opmerkingen, aanmerkingen, observaties, tips? Elke reactie is van harte welkom. Mail me – t.meeus@nrc.nl – of stuur een persoonlijk bericht op mijn LinkedIn.