De Zitting Fred staat terecht voor het medeplegen van diefstal van een aanhangwagen met daarop een mini-graafmachine. Diefstal van bouwapparatuur is een groeiend probleem. „Ik doe ritjes, maar ik jat niet.”
„Diefstal? Hoe kom je daar nou bij.” De officier van justitie heeft nog geen twee zinnen van de dagvaarding uitgesproken of de verdachte begint te sputteren. „Ik heb geen graafmachine gestolen, ik heb dat ding juist teruggebracht”, zegt hij zittend op het puntje van zijn stoel.
Enigszins verrast door de uitbarsting probeert de rechter de man tot rust te manen. „Dit is de verdenking”, legt ze uit tijdens een politierechterzitting op 12 maart bij de rechtbank in Amsterdam. Dat hij straks de kans krijgt om zijn versie van de gebeurtenissen te vertellen, lijkt hem niet gerust te stellen.
Mopperend valt hij terug in zijn stoel, maar iedere keer als het woord diefstal valt, begint hij te knorren. De verdachte heet Fred, een tanige veertiger uit Noord-Holland, gekleed in een trainingspak. Fred heeft geen advocaat meegenomen en liep op de gang voor de rechtszaal al onrustig op en neer, omdat de behandeling later begon.
Hij wordt verdacht van het medeplegen van de diefstal van een aanhangwagen met daarop een mini-graafmachine, op 9 maart 2025. De diefstal is vastgelegd op beveiligingsbeelden. Daarop is een BMW te zien die met de aanhanger wegrijdt, aldus de officier. En de eigenaar van die auto wijst naar Fred.
Tijdens een verhoor bij de politie heeft Fred bevestigd dat hij de aanhanger met graafmachine heeft meegenomen. Maar het was geen diefstal, zegt hij ook dan al. Fred heeft een klus gedaan in opdracht van ene Mike. Zijn nummer heeft Fred aan de politie gegeven, maar dat blijkt niet te bestaan.
Hoe zit het nou precies, wil de rechter weten. ”Ik werd gebeld of ik op zondag een graafmachine wilde ophalen en wegbrengen”, vertelt Fred, die nog altijd geagiteerd is. „Dat heb ik gedaan en daar kreeg ik 350 euro voor, contant.”
Fred doet dit soort klusjes wel vaker, legt hij uit. „Ik voer materiaal af en aan in de bouw. Als ze bellen om gips op te halen bij de bouwmarkt, ga ik gips halen. En als ze vragen om een graafmachine te verplaatsen, doe ik dat. Ik doe ritjes – maar ik jat niet.”
De eigenaar van de graafmachine, die een verhuurbedrijf runt, heeft aangifte gedaan van de diefstal. Daarna heeft hij ook geprobeerd om die aangifte in te trekken, zo vertelt de rechter op basis van het dossier.
Hij was namelijk gebeld door ene Harry. Hij wist waar de graafmachine stond en wilde dat wel vertellen. Maar dan moest de aangifte worden ingetrokken, kreeg de eigenaar te horen.
Harry, zo stelt de rechter vast op basis van het dossier, was Fred. Waarom heeft u gebeld?, wil ze weten. „Ik wist waar die machine stond en wilde hem helpen. Maar dan moet je natuurlijk niet de politie erbij halen”, aldus Fred.
De uitleg van de rechter dat je een aangifte niet kunt intrekken, maakt op Fred weinig indruk. „We zijn een jaar verder. Hij had die machine veel sneller terug gehad als hij gewoon die aangifte had ingetrokken”, zegt Fred, wijzend naar de eigenaar verderop in de zaal. „Maar ik heb uiteindelijk wel aan de politie verteld waar die kraan stond.”
Diefstal van bouwapparatuur is een groeiend probleem, zo meldde het Verbond van Verzekeraars al in 2018. Maar precieze cijfers ontbreken. Het Centraal Bureau voor de Statistiek werkt daarom aan een Monitor Criminaliteit tegen Bedrijven, samen met het Platform Veilig Ondernemen.
Vanwege dat gebrek aan cijfers doet het bedrijf BauWatch zelf onderzoek, mede op basis van enquêtes onder bouwbedrijven. BauWatch is gespecialiseerd in het beveiligen van bouwplaatsen en bedrijventerreinen. In 2024 meldde het dat de schade wordt geschat op 250 miljoen euro per jaar, zegt een woordvoerder van BauWatch. „Al denken we dat de echte schade hoger ligt.”
In de strafzaak tegen Fred blijkt hoe snel de schade van een diefstal kan oplopen. Alleen de gederfde huurinkomsten bedragen al 2.400 euro. En de totale schade ligt volgens het slachtoffer op ruim 5.000 euro. Een deel van dat bedrag moet Fred volgens de officier van justitie terugbetalen: ruwweg 3.500 euro.
Volgens de officier lijdt het geen twijfel dat Fred schuldig is aan de diefstal. Naast het terugbetalen van de schade eist de officier een taakstraf van 120 uur of 60 dagen celstraf.
Fred legt zich in zijn laatste woord neer bij die strafeis. „Ik aanvaard een straf voor een klussie dat fout is gegaan.” Maar de eigenaar moet blij zijn dat hij die machine terug heeft. Dus die schade vergoeden, nee dat wil Fred niet.
Volgens de rechter is bewezen dat Fred de bouwkraan heeft gestolen. Dat hij later heeft verteld waar die kraan stond, doet daar niets aan af. Ze neemt de strafeis integraal over. Fred krijgt een taakstraf van 120 uur en moet de schade terugbetalen.
En daarover begint hij opnieuw te mopperen. Hoe hoog is dat bedrag precies, wil Fred weten. „3.500 euro? Dan ga ik in hoger beroep. Dankzij mij is die graafmachine terug en toch draai ik op voor de schade”, zegt hij voordat hij de zaal uitloopt. „Dat klopt niet!”
In deze rubriek beschrijven verslaggevers elke week een rechtszaak.