Home

‘Wat daar gebeurde, is bijna niet te beschrijven’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Dennis Schuring (45) coördineerde de hulp na een ernstig verkeersongeluk. ‘Ik zag collega’s hun hoofd afwenden.’

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Ik reed door de miezerregen en hoorde over de mobilofoon dat in Oudewater een busje een 17-jarige bromfietser had geschept. Er was een traumahelikopter onderweg, dus het was niet best. Ik had dienst als operationeel coördinator en reed ernaartoe.

‘De chauffeur van het busje stond daar heel geëmotioneerd. Verderop lag de bromfietser, die geen helm droeg, op straat met zijn hoofd in een plas bloed. Politiecollega’s, brandweermensen en ambulancemedewerkers waren levensreddende handelingen aan het verrichten. Ze staken naalden en van alles in dat lichaam om het weer op gang te krijgen. Ik zag aan hun stressvolle gezichten: elke seconde telt.

‘Ik stuurde collega’s aan: ga getuigen horen, zet de boel af, laat de Verkeersongevallendienst hier komen. Je probeert te achterhalen wie het slachtoffer is en laat zijn familie informeren.

‘Vrij snel kwam de stiefvader van de bromfietser naar het ongeval. Die zag zijn stiefzoon daar liggen en schrok zich wezenloos. Hij zei: ‘Zijn moeder is nog op haar werk.’

‘Ik regelde dat collega’s haar gingen ophalen. Op een gegeven moment kwam de trauma-arts naar ons toe en zei tegen die man: ‘Ik begrijp dat dit uw stiefzoon is. We gaan stoppen met reanimeren, het heeft geen zin meer. Wilt u erbij zijn als hij overlijdt?’’

Onheilspellende stilte

‘Die man reageerde verbouwereerd: ‘Moet zijn moeder er niet bij zijn? Ze is onderweg.’ De arts legde uit dat daar geen tijd meer voor was. Daarop liep die stiefvader met hem mee naar het slachtoffer. Ik zag hoe die man door zijn knieën zakte, de hand van die jongen vastpakte en tegen hem sprak. Kort daarna werd de reanimatie gestopt. Dan houdt ineens alle hectiek op, en ontstaat er een onheilspellende stilte. Op dat moment begon die stiefvader hartverscheurend te huilen. Ik zag collega’s hun hoofd afwenden en hun tranen verbijten.

‘Met een reanimatie heb ik geen moeite. Het klinkt misschien een beetje oneerbiedig, maar je doet je kunstje op een lichaam, zo zie ik dat. Waar ik wél moeite mee heb, zijn de emoties eromheen, het verdriet. Die kun je niet uitschakelen.

‘Die stiefvader stond op en ambulancemedewerkers trokken een wit laken over het lichaam. Na een paar minuten hoorden we een sirene: de moeder kwam eraan. Ze wist dat haar zoon was betrokken bij een ongeluk, maar nog niet dat hij was overleden.

‘Zij zag dat witte laken op het wegdek liggen. Het laken werd weer teruggeslagen, en ook zij ging op haar knieën bij haar zoon zitten. Wat er toen gebeurde, is bijna niet te beschrijven. Dat ging door merg en been. Puur verdriet. Iedereen was stil, niks was meer belangrijk. Zoiets overstijgt alles.

‘Uiteindelijk vertrokken de ambulances, ging de brandweer weg en bleef alleen de politie achter, om onderzoek te doen naar de toedracht. Zodra dat allemaal liep, gaf ik via de portofoon door dat ik met alle betrokken collega’s wilde debriefen op de politiepost in Oudewater. Iedereen kwam die kant op.

‘Met tien, elf mensen zaten we daar in een vergaderzaal. Je voelde de spanning. Ik keek rond en zag: mensen staan op springen, de emoties moeten eruit. Ik leidde het gesprek en wilde een rondje maken, iedereen even vragen: ‘Hoe zit je erbij?’’

Vechten tegen de tranen

‘De eerste vertelde best rationeel: ‘Ik heb daar dit en dat gedaan.’ De tweede zei dat het allemaal heftig was, maar bleef ook vrij zakelijk over zijn rol. Nummer drie: zelfde verhaal. Er ontstond zo’n sfeer van: zij laten hun emoties niet zien, dus ik doe dat ook niet. De volgende was een jonge collega, een student nog. Ik merkte dat ze zat te vechten tegen de tranen en benoemde dat: ‘Joh, ik zie emotie.’ Terwijl ik het zei, schoot ik vol.

‘Daarna begonnen verschillende collega’s te huilen, alle emoties kwamen eruit. De spanning ebde weg, er ontstond warmte in de groep. Iedereen vertelde hoe moeilijk het is om getuige te zijn van een ouder die afscheid neemt van een kind. Dat is haast niet te doen.

‘Ik ben een nuchtere Groninger, ik toon niet altijd mijn emoties. En door het politiewerk verhard je een beetje, wij huilen niet snel. Maar in dit geval bracht het me veel dat ik mijn tranen toeliet. Daarna durfde de rest dat ook.

‘Ik heb ervan geleerd dat je als leidinggevende ook daarin een voorbeeld kunt zijn, dat je in onze stoere organisatie de drempel bij een ander kunt wegnemen. Het moet natuurlijk geen kunstje zijn, maar als je oprecht emoties voelt: gooi ze op tafel. Laat merken: dit raakt mij ook. Het kan anderen helpen in hun verwerking.

‘Vroeger liet niemand z’n tranen zien. Tenminste – ik heb dat in mijn eerste pakweg tien werkzame jaren nooit gezien. Heel ongezond, eigenlijk. Daarin is de politie gelukkig echt veranderd. Want wij zijn geen robots. Onder dit uniform zijn we allemaal doodgewone mensen van vlees en bloed.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next