Fotografie De Duitse fotograaf Tata Ronkholz (1940-1997) fotografeerde begin jaren tachtig kiosken, etalages, fabriekspoorten en de Düsseldorfse haven – niet echt de fraaiste plekken van een stad. Nadat ze in de vergetelheid raakte, is er nu voor het eerst een overzichtstentoonstelling van haar werk.
Trinkhalle/Kiosk, Düsseldorf. Sankt-Franziskus-Straße 107 (1977)
Ontworpen wereld: Door de ogen van Tata Ronkholz (1940-1997). T/m 21 juni in Huis Marseille
Het is knap: een tentoonstelling maken met zo’n driehonderd foto’s waarop eigenlijk alleen maar heel gewone, alledaagse stadstaferelen te zien zijn. Plekken die vaak banaal zijn, soms uitgesproken onaantrekkelijk of zelfs ronduit lelijk. Dit voorjaar toont het Amsterdamse Huis Marseille werk van de Duitse fotograaf Tata Ronkholz, die eind jaren zeventig en begin jaren tachtig haar omgeving in en rond Düsseldorf en Keulen vastlegde. Ze fotografeerde rommelige kiosken (Trinkhallen), kleine winkeltjes en snackbars in achterafstraatjes en op stille straathoeken. Troosteloze etalages waar muffe vitrages het zicht naar binnen ontnemen. Desolate fabriekspoorten van staal en prikkeldraad. Plekken waar voorbijgangers meestal achteloos aan voorbijlopen, zonder ooit de neiging te voelen hun camera tevoorschijn te halen. Plekken die Ronkholz echter mateloos fascineerden: zo legde ze zo’n vijfhonderd Trinkhallen vast en bijna tweehonderd fabriekspoorten. Op bijna rigide wijze ging ze daarbij te werk: rechttoe rechtaan, de lens altijd op ooghoogte, het gebouw of de poort in het midden, meestal in zwart-wit, met luchten in een onbestemd grijs. Systematisch en seriematig, zonder deze plekken ook maar een zweem van glans of aantrekkelijkheid mee te geven. En: geen mens te zien, op geen enkele foto.
Firma / Company ROW, Hafen, Tor/ Gate Nr. 0930, Wesseling-Godorf (1984)
Firma / Company Tromm, TorGleisanschluss / Gate railway siding. Köln-Niehl (1983)
Ronkholz (1940-1997) maakte haar belangrijkste werk in een korte periode, tussen 1978 en 1985, toen ze op de kunstacademie van Düsseldorf fotografieonderwijs kreeg van Bernd Becher. Samen met zijn vrouw Hilla was die bekend geworden met foto’s van Duitse watertorens, mijnschachten en vakwerkhuizen, zo objectief mogelijk vastgelegd, steeds vanuit eenzelfde standpunt en eenzelfde licht, met steeds diezelfde koele, observerende blik. In Amerika hadden de Bechers in 1975 deelgenomen aan een spraakmakende tentoonstelling, New Topographics, met fotografen die nu eens niet de overweldigende natuur of imposante gebouwen hadden vastgelegd, maar plekken waar tot dan toe maar weinig belangstelling voor was geweest: omvangrijke woonwijken, industriële architectuur, verwaarloosde tussengebieden in suburbs en aan de rafelranden van de stad. Ook in het banale en alledaagse (stads)landschap is waarde én een eigen vorm van schoonheid te vinden, was hun overtuiging – nu gemeengoed in de fotografie, destijds nog controversieel en vernieuwend. Die invloed van de Bechers op Ronkholz is in deze tentoonstelling in Huis Marseille onmiskenbaar. Maar terwijl haar medestudenten zoals Thomas Ruff, Thomas Struth, Axel Hütte en Andreas Gursky – toen allemaal twintigers – wereldberoemd werden, raakte Ronkholz in de vergetelheid.
Vreemd is dat niet. Ze was na een bescheiden loopbaan als productdesigner pas aan haar fotografiestudie begonnen op haar 38ste, en had er geen vertrouwen in dat ze daar na de academie haar brood mee kon verdienen, zo lezen we in de bijbehorende catalogus. De fotografiemarkt was nog non-existent, een lucratieve carrière als kunstfotograaf uitermate onzeker. En misschien heeft het meegespeeld dat ze na twee scheidingen een alleenstaande vrouw van 45 was? Hoe dan ook koos ze er in 1985 voor haar carrière als autonoom fotograaf te beëindigen en voor een fotopersbureau te gaan werken. Of ze daar ooit spijt van heeft gehad toen ze zag dat kort daarna, in de jaren negentig, haar medestudenten sky high gingen – éíndelijk werd fotografie gezien als serieuze kunst, er kwamen grote exposities, de prijzen stegen explosief – is onbekend. Ronkholz stierf in 1997. Dat de foto’s van haar studiegenoten in deze crazy nieuwe markt voor fotografie in de 21ste eeuw zelfs miljoenen opbrachten, maakte ze niet meer mee.
Friseur / Hairdresser, Köln Ehrenfeld, Philippstraße 30 (1980)
Imbissstube / Snack bar, KölnMülheim, Berliner Straße 120 (1979)
De tentoonstelling, eerder te zien in Düsseldorf en samengesteld door de Photographische Sammlung/SK Stiftung Kultur, is de eerste overzichtstentoonstelling van haar werk. In een eerdere expositie van zeventien fotografen van de ‘Becher-Schule’ in Huis Marseille, in 2018, was het werk van Ronkholz niet opgenomen. In deze kennismaking met haar fotografie is er ruim aandacht voor de Trinkhallen in alle soorten en maten en vormen: als losse gebouwtjes, in caravans, onder in een flat, met kauwgom- en sigarettenautomaten op de stoep en reclameborden voor bier, ijs en kranten. Er zijn fabriekspoorten en etalages, en er is aandacht voor de vorm- en lichtstudies die Ronkholz maakte vóórdat ze naar de academie ging. Een prachtig lijnenspel met licht en donker bij de kathedraal van Volterra, de symmetrie van een schaduw die valt op de muur van een museum in Parijs. Het laat zien dat haar oog niet alléén door de Bechers getraind was.
Bijzonder is vooral de serie die ze maakte samen met Thomas Struth (hij was toen 24) in de Düsseldorfse haven, vlak voordat besloten werd om de boel daar plat te gooien en het gebied te ontwikkelen tot de moderne Medienhafen die het nu is. Een uniek historisch document met geweldige foto’s van industriële architectuur, enorme pakhuizen, kades met hijskranen, loodsen en opslagtanks. Op een paar foto’s breekt Ronkholz met haar strenge aanpak en gaan we zelfs naar binnen: we zien een smoezelig kantoor, een omkleedruimte voor de havenarbeiders, machinekamers, oneindig veel buizen. Ook hier: geen mens te zien – daarin bleef ze consistent. Door de havenfoto’s van Ronkholz in deze tentoonstelling met en naast die van de nu beroemde Struth te exposeren, en niet overal goed te kunnen zien wie nou precies wat heeft gemaakt, wordt duidelijk dat het werk van Ronkholz ook een opmaat had kúnnen zijn naar een verdere ontwikkeling van een kunstenaarschap en naar internationale roem. Dat zij (of waren het de omstandigheden?) anders besliste, is jammer.
Santa Maria Assunta, Dom /Cathedral, Volterra (1975)
Palazzo dei Vescovi (Museodell’Antico), Pistoia (1975)
De mooiste fotografie en de beste tips geselecteerd door de fotoredactie