Hezbollah wordt door Israël, dat heeft uitgesproken de militante beweging te willen uitroeien, steeds verder in het nauw gebracht. In de Bekaavallei, de kraamkamer van Hezbollah, staat er meer op het spel dan ooit.
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.
Door de modderige steegjes van Nabi Sheet hobbelt een kleine, witte auto. Niemand slaat acht op de Hyundai die de blubber trotseert. Hoog erboven, om de paar meter, hangen billboards en spandoeken met daarop omgekomen strijders van de militante beweging Hezbollah, ‘martelaars’ in het vocabulaire van de groepering. ‘Moge hun bloed een stroom worden’, staat er, ‘die nooit opdroogt.’
Aan de rand van het dorp, ter hoogte van een flat in puin, houdt de wagen halt. Hezbollah-woordvoerders stappen uit en beginnen de verzamelde pers uit te leggen wat hier gebeurd is. Tot voor kort stond hier een woning van vier verdiepingen, zegt een woordvoerder die alleen zijn voornaam Hassan wil geven. ‘Hoewel hier burgers woonden, werd hun huis een doelwit. De vijand (Israël, red.) probeert de mensen tegen ons op te hitsen.’ Slachtoffers vielen er niet, de inwoners zouden hun huis eerder al zijn ontvlucht.
Iedere oorlog is een beeldvormingsoorlog, en dus organiseert Hezbollah (dat in Europa en Amerika op de terreurlijst staat) deze zaterdagochtend een perstour in de oostelijke Bekaavallei, luttele kilometers van de grens met Syrië. Afgezien van de verwoesting, duidend op een Israëlisch bombardement, valt het relaas van de woordvoerder niet te controleren. Woonden hier daadwerkelijk burgers, of waren het strijders en daarmee legitieme doelwitten?
Niemand die het weet, en voor de dorpelingen lijkt het weinig uit te maken, aangezien zijzelf geen enkel onderscheid maken. Hoor maar, er komt net een notabele langsgelopen. ‘Het dorp is Hezbollah’, zegt deze Wahbi al-Moussawi (76), en daarmee basta. Iedereen wordt hier gerekend tot het zelfbenoemde ‘verzet’ tegen buurland Israël. Alleen de vrouwen en kinderen zijn vanwege de oorlog elders in veiligheid gebracht.
Als dit alles overdreven klinkt, is het goed te beseffen dat deze streek, de uiterst vruchtbare Bekaavallei, de plek is waar Hezbollah een half mensenleven geleden ontstond. De eerste leiders kwamen hier vandaan. De leerstellingen van de groep, geënt op de sjiitische islam en de Islamitische Revolutie (1979) in Iran, liggen hier min of meer naast de aardappelen ingezaaid in de rulle aarde.
Oorlog voeren doet de groepering vrijwel permanent, en toch staat er dit keer meer op het spel dan ooit. Nu de Israëlische premier Benjamin Netanyahu zowel het Iraanse regime als het kleine broertje Hezbollah op de knieën wil hebben, dreigt – in de woorden van een Libanees dagblad – een ‘existentiële’ oorlog en een ‘strijd tot de dood.’ Israëlische politici zeggen openlijk dat ze ‘gaan doen wat ze in Gaza hebben gedaan’. Dagelijks worden er gemiddeld zestig mensen gedood, terwijl 830 duizend Libanezen hun huizen zijn ontvlucht. Andersom vuurde de groepering maandagmiddag weer raketten af richting Israël.
Menigeen bereidt zich voor op een wekenlange oorlog, hetgeen niet wegneemt dat er ook uitwegen zijn. Volgens bronnen van nieuwssite Axios ligt er een Frans voorstel dat voorziet in een Israëlische terugtrekking uit het zuiden. In ruil zou de Libanese regering de staat Israël formeel erkennen – een stap die Libanon in tachtig jaar nooit heeft aangedurfd.
Hezbollah zou daarmee de pas worden afgesneden, waarna de groepering verder ontwapend zou moeten worden. Of het plan kansrijk is, is onduidelijk. Er zal Amerikaanse druk nodig zijn om Israël in te snoeren, en het Witte Huis oogt nu nog vooral druk met de Iran-oorlog.
Wie Hezbollah als organisatie wil begrijpen, kan niet om de Bekaavallei heen. De kiem ligt in 1982, toen Israël het land binnenviel om de Palestijnse bevrijdingsorganisatie PLO te verdrijven. Dat laatste lukte, maar men kreeg er Hezbollah voor terug. Begin jaren tachtig glipten honderden officieren van de Iraanse Revolutionaire Garde vanuit Syrië de grens over naar de Bekaa, om te helpen het verzet op poten te zetten. Opmerkelijk detail: onder hen was ook Mahmoud Ahmedinejad die twintig jaar later, in 2005, president zou worden van Iran.
Bij het verwoeste pand in Nabi Sheet is de grond bezaaid met ongebruikte kogels. Een reeks dorpelingen heeft zich bij de perstour gevoegd, onder wie meerderen met de achternamen Moussawi en Shukr, twee van de drie voorname clans in Nabi Sheet. Ze zeggen ‘verre familie’ van elkaar te zijn.
Meer nog dan over de bombardementen gaat het vandaag over de avond van 6 maart, tijdens de openingsweek van de oorlog. Terwijl de dorpelingen het vasten braken met een iftarmaaltijd, slopen Israëlische commando’s het dorp binnen – een sterk staaltje, aangezien het dorp 80 kilometer van de Israëlische grens verwijderd is. Het vermoeden bestaat dat ze het dorp infiltreerden door wagens te gebruiken die Hezbollah ook gebruikt.
Gaat het over die nacht, dan valt er één naam: Ron Arad. Arad was een Israëlische boordofficier die in 1986 neerstortte in de Bekaavallei. Hij werd vastgezet door een aan Hezbollah verwante groepering; sindsdien ontbreekt ieder spoor. In de overtuiging dat zijn stoffelijk overschot in Nabi Sheet begraven ligt, begonnen de commando’s bij de lokale begraafplaats te graven – tevergeefs. Nadien moest Israël toegeven dat de missie mislukt was.
‘Arad ligt hier niet begraven’, mompelt burgemeester Hani al-Moussawi (68), zijn hoofd bedekt met een sjaal tegen de regen. ‘Als dat wel zo was, hadden we zijn lichaam allang teruggegeven.’
De stoet begeeft zich naar het hart van het dorp, niet ver van de begraafplaats. Winkelier Ahmad Shukr (45) zegt alles te hebben gezien. ‘Zie je dat raam?’, vraagt hij opgewonden. ‘Een oude vrouw hoorde lawaai. Toen ze het raam opende, werd ze door de Israëliërs neergeschoten. Haar zoon heeft geprobeerd haar naar het ziekenhuis te brengen, maar onderweg zijn ze met een droneaanval gedood.’ Te verifiëren valt zijn relaas niet.
Vaststaat dat de mannen in het dorp massaal hun wapens grepen en het vuur openden, terwijl de commando’s werden ontzet met twee à drie helikopters. Om hun aftocht te dekken, werd het dorp vanuit de lucht zwaar gebombardeerd, getuige een meters diepe krater in het midden van Nabi Sheet. Toen de rook was opgetrokken, waren er 41 mensen dood. De commando’s ontsnapten, voor zover bekend ongedeerd.
In de hoofdstraat is er plots rumoer. Het mediateam van Hezbollah wil de verslaggevers meenemen naar de begraafplaats, maar daar steekt een anonieme commandant in joggingbroek een stokje voor. Geschreeuw over en weer. ‘Het kan me niet schelen’, foetert de commandant. ‘Al waren jullie Nasrallah (de gedode Hezbollah-leider, red.) in hoogst eigen persoon, dan nog kwamen jullie er niet door.’ De perstour is voorbij.
Boven de provinciale weg die langs de uitgestrekte akkers van de Bekaa voert, is de lucht donker en grijs. Hoewel Hezbollah’s hardliners het nooit zullen toegeven, komt de groepering steeds meer in het nauw. Feitelijk zijn er niet een maar drie vijanden tegelijk – binnenlands, regionaal én internationaal. Het duo Israël-Amerika trekt de aandacht, maar er zetelt ook een regering in Beiroet die de militie met de dag verder in het nauw brengt. Aan de oostzijde moet de Syrische regering evenmin niks van ze hebben (in de burgeroorlog vocht Hezbollah aan de kant van de verdreven dictator Bashar al-Assad).
Dat Syrië direct betrokken gaat raken bij de oorlog, klinkt nu nog ver weg, maar is dat niet. Aan de oostgrens is de situatie al maanden gespannen. Interim-president Ahmad al-Sharaa is een bondgenoot van het Westen, en wil in eigen land stabiliteit. Met Israël lopen er daarom gesprekken over een mogelijk verstandshuwelijk. Gezamenlijk zouden de buurlanden Hezbollah in de tang kunnen nemen. ‘Die Israëlische helikopters’, had de burgemeester van Nabi Sheet gesneerd, ‘kwamen niet voor niks vanuit Syrische richting.’
Anderhalf uur verderop, als de regen is gaan liggen, brengt het 68-jarige Hezbollah-parlementslid Amin Sherri (sinds jaren op de sanctielijst van de VS) een bezoek aan een school in de hoofdstad Beiroet. Honderden ontheemden die de oorlog in het zuiden zijn ontvlucht, slapen nu hier. Met een klein gevolg jakkert Sherri langs de lokalen. Iedereen krijgt een handdruk. ‘Een beetje geduld’, zegt hij in de gauwigheid tegen een ontheemde man, ‘hierna wordt het beter.’
Vervolgens staat hij de pers uitgebreid te woord. Met de Syrische regering heeft Sherri naar eigen zeggen geen problemen. ‘Maar we zijn bang dat Israël straks hun grondgebied gaat gebruiken om ons te omsingelen.’ En weg is hij. De politicus springt achterop een motor, en verdwijnt in het drukke verkeer.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant