Marcia Luyten is journalist en columnist van de Volkskrant.
Begin 2011 zat ik met een clubje oud-mijnwerkers aan de koffie, toen ik de kompels vroeg waarom ze op Geert Wilders gingen stemmen. Het was kort voor de Provinciale Statenverkiezingen, de PVV klom in de peilingen naar haar eerste verkiezingswinst – in Limburg zou Wilders dat jaar de grootste worden. De mannen zwegen.
Wilders heeft het alsmaar over moslims en buitenlanders, probeerde ik nog eens, maar die zijn hier toch nauwelijks? Nog bleef het stil. Tot er een zei: ‘Klopt. Maar we willen ze hier ook niet.’
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Die korte dialoog werd de oerbron van mijn intuïtie dat het PVV-aanhangers niet zozeer om immigratie, maar om iets anders, iets groters gaat. Nadat Wilders in 2024 de Tweede Kamerverkiezingen had gewonnen, concludeerden onderzoekers: hou nou eens op alsmaar verklaringen te zoeken voor de radicaal-rechtse stem. Wat je ziet is wat het is. Zij vroegen het PVV-kiezers, en die zeiden te willen wat Wilders beloofde: minder asielzoekers.
Ik dacht toen aan de oud-kompels. En opnieuw bij het lezen van De symfonie van onvrede – de opmars van radicaal-rechts in Europa, het net verschenen boek van Catherine de Vries. De hoogleraar politicologie beschrijft hoe haar vader, een Overijsselse boer, van CDA naar PVV bewoog. Haar op talloze onderzoeken gebaseerde analyse past naadloos op de radicalisering van de verweesde Limburgse arbeiders en van Europese burgers die stemmen op Marine Le Pen, Nigel Farage of Giorgia Meloni.
Het boek is te goed, te rijk om kort samen te vatten. Door letternood gedwongen: in essentie draait die radicalisering om verlies. 35 jaar neoliberaal marktdenken leidde tot een verschraling van publieke voorzieningen (bussen, bibliotheken, doktersposten), verlies van aandacht door de overheid, verlies van nabijheid. Dat telt op tot het verlies van erkenning en, zwaarstwegend: waardigheid.
Internationaal onderzoek leert dat na sluiting van een huisartsenpraktijk mensen ontvankelijker zijn voor radicaal-rechts. Hoe groter de afstand tot openbare voorzieningen, hoe lager het politieke vertrouwen.
Het gevoel in de steek te zijn gelaten door de overheid, die na WO II juist ongekend zorgzaam was, wordt door Wilders gekanaliseerd tot vijandigheid jegens anderen: moslims en asielzoekers. De Vries stelt dat zodra middenpartijen (in Nederland de VVD) en media (zoals BNNVara in Pauw & De Wit) die boodschap normaliseren, het pad is geëffend voor de doorbraak van radicaal-rechts.
Dat vijanddenken moet voortdurend gevoed. Voor de gemeenteraadsverkiezingen trok Wilders het land in met een ‘azc-tour’: een combi van protest en campagne, waarbij lokale azc-plannen voer zijn voor anti-asielretoriek, waarmee hij Pokon giet op sluimerende grieven. Liefst met rellen en rotzooi, want dan stijgt het gevoel van dreiging – het verdienmodel van radicaal- en extreemrechts. Zij snappen dat politiek emotie is.
Nepnieuwscampagnes online richten juist ongemerkt ravages aan; de helft van alle gemeenten kampte afgelopen jaren met desinformatie. Bodegraven spendeerde tienduizenden euro’s aan beveiliging na verspreiding van de leugen dat op de begraafplaats lichamen van misbruikte kinderen lagen. Slechts 15 procent van de gemeenten heeft voor nepnieuws iets van beleid.
Onderzoeksprogramma Argos legt bloot hoe Nederland in 2016 de internationale proeftuin was voor grootschalige Russische beïnvloeding. Voorafgaand aan het referendum over een associatieverdrag met Oekraïne doken overal Russische berichten en pionnen op; SP-Kamerlid Harry van Bommel – anti-associatieverdrag – was nauw gelieerd aan Russische informanten. Later dat jaar werd Brexit de Russische hoofdprijs.
Geen overheid in afstand zo nabij als de gemeente. Maar het gevoel van nabijheid ontstaat niet alleen met meer geld, ze vraagt kwaliteit, oprechte aandacht, toegankelijke loketten en procedures. En de moed erop uit te gaan, te luisteren en te begrijpen. De democratie is gediend bij politici die meer tijd doorbrengen buiten dan binnen hun stadhuis.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.