Home

CBS ziet bospaddenstoelen massaal verdwijnen

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldt dat bospaddenstoelen in Nederland sinds 2010 ongeveer een vijfde aan verspreiding hebben ingeleverd. Vooral soorten die in symbiose leven met bomen, zoals de vliegenzwam en de cantharel, zijn de afgelopen vijftien jaar sterk achteruitgegaan, terwijl zij daarvoor juist decennialang in opmars waren. De cijfers zijn gebaseerd op het meetnet bospaddenstoelen van Paddenstoelenonderzoek Nederland, onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring.

In het meetnet worden 119 van de circa 1.600 bospaddenstoelensoorten gevolgd in bossen op zandgronden. Omdat paddenstoelen snel reageren op veranderingen in milieu en klimaat, gelden ze als goede graadmeters voor de kwaliteit en gezondheid van bossen. De aantallen hebben in de afgelopen halve eeuw een grillig verloop laten zien, sterk samenhangend met vervuiling, verzuring en natuurlijk ook klimaatverandering.

In de jaren zeventig en tachtig namen veel bospaddenstoelen sterk af door hoge uitstoot van zwaveldioxide, ammoniak en stikstofoxiden, die water en bodem verzuurden en vermesten. Milieumaatregelen zorgden daarna voor minder uitstoot, waardoor vanaf het midden van de jaren negentig een herstel optrad, vooral bij stikstofgevoelige soorten. Tussen 1994 en 2010 groeide het verspreidingsgebied van samenwerkende paddenstoelen met ongeveer 80 procent.

Sinds 2010 is dat beeld omgeslagen en lopen de meeste groepen terug. Strooiselafbrekers, zoals de grote en kleine stinkzwam die dood plantenmateriaal afbreken, namen tussen 1994 en 2004 nog met zo’n 15 procent toe, maar zijn in 2024 teruggevallen tot ongeveer 85 procent van hun niveau van 1994. Houtbewonende soorten, zowel parasitaire schimmels als houtafbrekers, groeiden tussen 1994 en 2010 met ruim 25 procent, maar zijn daarna weer gedaald tot rond het niveau van 1994.

De sterkste schommelingen zijn zichtbaar bij de samenwerkende ectomycorrhiza-soorten, die voedingsstoffen en water uitwisselen met bomen in ruil voor suikers. Binnen deze groep namen de stikstofgevoelige soorten tussen 1994 en 2010 met 136 procent toe, mede doordat de stikstofuitstoot afnam en zure regen vrijwel verdween. Nadat de verdere daling van stikstofneerslag stagneerde en een reeks droge zomers volgde, gingen juist deze soorten weer hard achteruit, terwijl stikstoftolerante samenwerkers ongeveer stabiel bleven. Ondanks de recente teruggang ligt de totale verspreiding van samenwerkers in 2024 nog altijd circa 35 procent boven het niveau van 1994.

(Afbeelding: Grok AI / FOK.nl)

Source: Fok frontpage

Previous

Next