Dat personage, Harry Palmer, werkte ook nog eens, anders dan die beroemde 007, in morsige kantoren in een wereld die, na de Tweede Wereldoorlog, in puin lag.
is kunstredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over films, series en fotografie.
De Koude Oorlog deed op zijn hoogtepunt van een genre bloeien dat nu al ruim zestig jaar boeken, films en series levert: de Britse spionagefictie. In 1962 verscheen Dr.No, de eerste James Bondfilm, gebaseerd op een boek van Ian Fleming uit 1958. In datzelfde jaar verscheen The Ipcress File, het debuut van de op 16 maart op 97-jarige leeftijd overleden Len Deighton.
De naamloze held van dat succesvolle boek, geschreven in de eerste persoon, was in alles de tegenhanger van James Bond, de man die de glamour van het Britse rijk met zich meedroeg, net zo op zijn gemak in casino’s, tropische eilanden als in ondergrondse bunkers van superschurken. De held van Deighton daarentegen was van eenvoudige afkomst, een uitzondering in een wereld die werd geregeerd door mannen die hun opleiding op het elitaire Eton waren begonnen.
Spionage was bij Deighton een wereld van morsige kantoren en eindeloos complex dubbelspel op een continent dat nog deels in puin lag. Zijn werk zou meer vergeleken worden met dat van John le Carré dan dat van Fleming – de doorbraak van Le Carré kwam in 1963 met The Spy Who Came in from the Cold.
De spionageromans van Deighton werden in de jaren zestig verfilmd, waarbij met name The Ipcress File uit 1965 de reputatie van een thrillerklassieker heeft. Dat was voor een belangrijk deel te danken aan hoofdrolspeler Michael Caine, die voor de films (ook Funeral in Berlin uit 1966) door het leven ging als Harry Palmer. De Harry Palmer-films horen evenzeer bij de Swinging Sixties in Londen als The Beatles en fotomodel Twiggy.
Caine, geboren als Maurice Micklewhite en zoon van een viskruier, was de perfecte belichaming van Deightons held, een man met een diep wantrouwen tegen de gevestigde orde waar hij nooit bij had gehoord. Hij speelde het type spion dat veel meer had aan zijn kennis van de straat dan aan een eiltair netwerk of aan het recept van een cocktail. De spionageromans van Deighton mogen uit beeld zijn verdwenen, The Ipcress File herleefde als serie in 2022.
Deighton was een multitalent. Na de oorlog studeerde hij aan het prestigieuze Royal Collage of Art. Hij werd een veelgevraagd illustrator en tekende, onder meer, de omslag van de eerste druk van On the Road van Jack Kerouac in 1957. Tegelijk had hij een rubriek van getekende recepten in zondagskrant The Observer, die in 1965 werden gepubliceerd als Len Deighton’s Action Cook Book, de eerste van vijf kookboeken die hij zou schrijven.
Deighton mag een plank vol boeken – ook historische romans over de Tweede Wereldoorlog – hebben volgeschreven, het schrijven ging hem nooit makkelijk af. In de schaarse interviews die hij gaf vertelde hij dat research voor hem de favoriete fase van het schrijven was.
Het leven van een succesvol schrijver bracht hem veel. Maar hij wist ook wat het ergste van een schrijversleven was: ‘Achter een typemachine gaan zitten om een boek te schrijven.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant