Home

Kritiek op de monarchie mag niet, kritiek op de regering ook niet meer: Marokkaanse journalisten komen steeds verder in het nauw

Persvrijheid Marokko Toen koning Mohammed VI in 1999 zijn repressieve vader opvolgde, braken betere tijden aan voor de Marokkaanse media. Maar de vrijheid van journalisten is intussen fors ingeperkt. „Marokko kent alleen nog staatsgezinde media, vrije pers bestaat niet meer.”

Journalist Omar Radi (rechts) omhelst zijn vriend nadat hij is vrijgelaten uit de gevangenis in Rabat in juli 2024 bij een koninklijk pardon.

„Ik ben een jaar in therapie geweest”, vertelt journalist Omar Radi in een videogesprek vanuit een rumoerig café in Rabat. Hij steekt een sigaret op terwijl hij vertelt over de anderhalf jaar sinds hij vrijkwam uit de gevangenis, als onderdeel van een koninklijk pardon.

Daarvoor zat hij vier jaar vast, omdat zijn kritische onderzoeksverhalen voor het Marokkaanse nieuwsplatform Lakome de autoriteiten een doorn in het oog waren. Het grootste deel van zijn gevangenschap bracht hij door in een geïsoleerde cel. „Het viel mee. Ik had een radio, een raam, ik mocht boeken lezen”, zegt Radi. Maar later vertelt hij dat hij nog steeds kampt met hoge bloeddruk en een hoog cholesterolgehalte door het gevangeniseten.

Inmiddels heeft hij zijn werk weer opgepakt, maar voor de Marokkaanse pers wil hij niet meer schrijven. „Marokko kent alleen nog staatsgezinde media, vrije pers bestaat niet meer.”

In een recent rapport stelt mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch dat de Marokkaanse autoriteiten de repressie tegen activisten, journalisten en mensenrechtenverdedigers vorig jaar opnieuw opvoerden. „In de afgelopen dertig jaar is de persvrijheid in Marokko nog nooit zo gering geweest”, zegt de Marokkaans-Franse journalist en historicus Maati Monjib.

De rode lijnen zijn bekend: kritiek op de islam wordt niet getolereerd, het koningshuis is heilig, en twijfel aan de Marokkaanse soevereiniteit over de Westelijke Sahara is gevaarlijk. De afgelopen jaren zijn ook journalisten die kritisch waren over de politiek harder aangepakt. Monjib verwijst naar de Marokkaanse journalist Hamid El Mahdaoui, die eerder al drie jaar vastzat en in 2024 in een nieuwe rechtszaak verwikkeld raakte. „Zijn vervolging draait om kritiek op een minister en het politieke systeem, niet de monarchie. Dat toont hoe breed de repressie nu is.”

Een gevaar voor de nationale veiligheid

Monjib ervaart die repressie zelf dagelijks. Eind 2020 zat hij drie maanden vast wegens vermeende bedreigingen van de nationale veiligheid en financiële fraude. Hoewel mensenrechtenorganisaties zijn zaak een farce noemde, legt de Marokkaanse regering hem nog steeds beperkingen op, omdat hij een gevaar voor de nationale veiligheid zou zijn. „Mijn bezittingen, bankrekening en de eigendommen van sommige familieleden zijn bevroren. Ik mag mijn auto niet gebruiken, mag niet reizen en niet werken.”

De strafrechtelijke vervolging van talloze Marokkaanse journalisten leidde tot een nieuwe vorm van journalistiek: „burgerjournalisten”’ zoals Monjib ze noemt. Hij doelt op kritische online makers die informatie delen „via hun persoonlijke online kanalen in plaats van via traditionele nieuwsorganisaties”. Ze opereren op die manier meer in de luwte, maar verder is hun werk hetzelfde, zegt Monjib: „Het analyseren en verslaan van gebeurtenissen om ons heen.”

Ook deze online ‘burgerjournalisten’ worden steeds harder aangepakt. Vlogger en activist Saida el Alami, bekend door haar scherpe analyses van corruptiepraktijken, zit sinds juli 2025 vast wegens verspreiding van onjuiste informatie. In 2022 werd ze al eens opgepakt en vervolgens twee jaar vastgehouden.

Tijdens de Gen Z-protesten vorig najaar, toen jongeren massaal demonstreerden voor beter onderwijs en gezondheidszorg en tégen corruptie, werden volgens de Marokkaanse mensenrechtenorganisatie AMDH verschillende jonge bloggers en andere burgerjournalisten opgepakt.

Een vrijer Marokko 

Toen koning Mohammed VI in 1999 zijn repressieve vader Hassan II opvolgde, leken betere tijden voor de pers aan te breken. Mohammed werd als milder beschouwd dan zijn vader. „In 2008 waren redacties nog plekken waar ruimte was voor enige kritiek”, herinnert Radi zich.

In die periode leerde Radi de ervaren journalist Ali Anouzla kennen, oprichter van nieuwsplatform Lakome. Radi sloot zich bij de redactie aan en groeide uit tot een van de invloedrijkste onderzoeksjournalisten van Marokko. Hij werkte bijvoorbeeld mee aan de onthulling over de koninklijke gratie voor een Spaanse pedofiel. Dat nieuws leidde tot protesten op straat en in het parlement. De koning erkende de fout en de veroordeelde werd opnieuw opgesloten.

Koning Mohammed VI volgde in 1999 zijn repressieve vader Hassan II op.

De relatieve vrijheid van journalisten werd na de Arabische Lente in 2011 fors ingeperkt. „Die periode was moeilijk, maar vol enthousiasme en hoop”, schrijft Anouzla in een WhatsApp-bericht. „We dachten met onze berichtgeving over de 20 februari-beweging [de Marokkaanse protestbeweging tijdens de Arabische Lente] bij te dragen aan de verandering die de jongeren eisten, maar we wisten dat we rode lijnen overschreden”. Hoewel de Marokkaanse koning de beweging probeerde te sussen met beloftes van democratisering en grondwetshervormingen, namen de repressie en mensenrechtenschendingen volgens mensenrechtenorganisaties in de jaren na de Arabische Lente juist toe.

Nadat Lakome in 2013 verwees naar een video van een aan Al-Qaida gelieerde groep in Noord-Afrika met het bijschrift „Marokko: Koninkrijk van Corruptie en Despotisme”, werd Anouzla gearresteerd en nieuwssite Lakome verboden. Hoewel het artikel de video als propaganda bekritiseerde, zagen de autoriteiten voldoende aanleiding om Anouzla als terrorist te bestempelen. Onder grote internationale druk kwam hij twee maanden later vrij. Maar de arrestatie sorteerde effect. Radi merkte bijvoorbeeld dat veel mediaplatforms niet meer met hem wilden werken. „Marketeers trokken uit angst hun financiering in als mijn artikelen daar verschenen.” 

 „Repressie werkt in Marokko niet alleen via strafrecht”, legt Anouzla uit „Het arsenaal is breed: digitale spionage, economische controle over advertenties. Daarnaast kwam in Marokko de afgelopen jaren de lasterpers tot bloei.” In anonieme posts op sociale media worden kritische journalisten van immorele zaken beschuldigd zoals alcoholmisbruik, seksueel wangedrag en landverraad.

‘Carte blanche voor intimidatie’

Radi’s gevangenisstraf volgde op een tweede golf van repressie onder koning Mohammed, na de Rif-protesten in 2016. In het Rifgebied laaide dat jaar massaal verzet op tegen corruptie en de marginalisering van de lokale bevolking door de Marokkaanse autoriteiten. „Alles veranderde. De politie kreeg carte blanche om journalisten te intimideren en op te pakken”, vertelt Radi.

Na de Rif-opstanden werd Radi voor het eerst opgepakt, en twee dagen lang vastgehouden: „Er kwam geen rechtszaak, maar ik kreeg een inreisverbod voor het Rif-gebied.” Anouzla maande hem voorzichtig te zijn, „maar Omar is als een vrij elektron, onmogelijk in te dammen”. In 2021 volgde de klap. Radi kreeg een celstraf opgelegd van zes jaar voor spionage en verkrachting, aanklachten die mensenrechtenorganisaties bestempelden als politiek gemotiveerd.

De belangrijkste beschuldiging: Radi zou als spion informatie aan Nederland hebben doorgegeven. „Nederland praat over democratie, maar kijkt weg als je ze nodig hebt”, zegt Radi. Den Haag verwierp de spionagebeschuldigingen pas na zijn veroordeling. PvdA-Kamerlid Kati Piri noemde de trage reactie een „vrijbrief voor Marokko” om journalisten het zwijgen op te leggen.

Volgens Anouzla heeft de staat Radi nog steeds op de radar: „Hij blijft een doelwit, zoals blijkt uit de regeringsgezinde pers die hem wekelijks aanvalt vanwege zijn moedige standpunten.” Anouzla zelf moest in januari nog voor een hoorzitting in de rechtbank verschijnen: „Al dertien jaar word ik achtervolgd voor hetzelfde dossier: verheerlijking van terrorisme. Mijn vrijheid is nog steeds voorwaardelijk.” 

Toch zwijgen ze niet. In 2015 richtte Anouzla Lakome2.com op, een voortzetting van zijn verboden mediaplatform, al ervaart hij veel minder vrijheid dan zo’n vijftien jaar geleden. Dat Marokko afgelopen jaar van de 129ste naar de 120ste plaats steeg op de Wereldpersvrijheidsindex van Reporters Without Borders, komt volgens Anouzla dan ook niet door een verbetering van de persvrijheid. Hij ziet dat journalisten zich inhouden, een ontwikkeling waar volgens hem in het rapport onvoldoende rekening mee gehouden wordt. „Journalisten handelen tegenwoordig met uiterste voorzichtigheid, tot en met systematische zelfcensuur, volgens het Marokkaanse gezegde: ‘Wie niets doet, hoeft niets te vrezen’.” 

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next