Naar aanleiding van het pleidooi van mijn collega-opiniemaker Gert-Jan Segers in Trouw over de onderwijsvrijheid, de laffe liberale concessie van 1917, wilde ik deze maand eigenlijk betogen waarom we de pacificatie moeten opblazen. Ik denk dat Hans van Mierlo, de oprichter van D66, dit in werkelijkheid bedoelde toen hij zei dat hij kwam om het politieke bestel op te blazen. Diezelfde pacificatielogica zien we consistent terug in de omgang met confessionelen, zo ook met de Iraanse ayatollahs. Daarom gaan we het deze keer over het opblazen van de ayatollahs hebben.
In The ones who walk away from Omelas beschrijft Ursula Le Guin het idyllische Omelas, een vreugdevolle gemeenschap die geen ziekte, armoede of andere narigheid kent. Het voortbestaan van deze gemeenschap is afhankelijk van één mens: een kind opgesloten in een bezemkast, moederziel alleen, verwaarloosd in zijn eigen uitwerpselen. Waarom weet niemand: men weet alleen dat de gezellige gemeenschap ophoudt te bestaan als men het kind vrijlaat. De bewoners van Omelas die dit niet kunnen accepteren lopen weg, om nooit meer weder te keren.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Hoewel het islamitische regime in een paar dagen tijd meer mensen ter dood bracht dan de DDR in haar hele geschiedenis, kiezen progressieven er net als in 1917 voor om in de strijd tegen onvrijheid de handdoek in de ring te gooien. Afgezien van een bureaucratische non-maatregel (de sancties tegen de Iraanse Revolutionaire Garde), verschuilen progressieven zich achter het internationaal recht om net als de bewoners van Omelas niet meer naar het leed te hoeven omkijken.
De progressieve kinderboerderij is wat dat betreft net als Omelas: wij als idyllische, deugende gemeenschap zijn tegen Trump, tegen ‘imperialisme’ en het internationaal recht is een handig instrument om dertigduizend Iraanse lijken in een bezemkast te verstoppen, zodat dit verhaal kan blijven bestaan.
Soms bekruipt mij het gevoel dat als ik het lijk van Mahsa Amini zou opgraven en als vergaderstuk meenemen naar de Algemene Vergadering van D66, men dan nog steeds niet verder komt dan een nietszeggend standpunt over de zorgelijke situatie de-escaleren. Zou Rutger Bregman dan vinden dat de meeste ayatollahs deugen? Het verhaal dat wij goed zijn en tegen Trump en tegen interventie heeft een prijs: de vrijheid van 90 miljoen Iraniërs.
We zouden toch van de toeslagenaffaire geleerd moeten hebben dat er een discrepantie bestaat tussen de wereld van regels en procedures, en het brute menselijk leed dat in de feitelijke werkelijkheid bestaat. Áls we dat niet al wisten, want het waren diezelfde regels en procedures die niet konden voorkomen dat er onder het toeziend oog van Dutchbat achtduizend moslims in Srebrenica werden afgeslacht. Neville Chamberlain zou zeggen dat we in ieder geval vrede hebben.
Blijkbaar kan het internationaal recht niet voorkomen dat 15-jarige meisjes in Iraanse cellen verkracht worden omdat ze geen hoofddoek dragen. Rechten, en zeker mensenrechten, betekenen niets als je er geen aanspraak op kan maken. Het probleem is niet het al dan niet opvolgen van het internationaal recht: het probleem ís het internationaal recht. In een democratisch land als Nederland, dat een trias politica heeft, beschermt het de burger. In een islamitische dictatuur, beschermt het de ayatollahs. Het internationaal recht beschermt blijkbaar alleen degenen voor wie mensenrechten al vanzelfsprekend zijn.
In mijn nobele progressieve huis van de Verlichting lijkt men soms te zijn vergeten dat onze eigen liberale orde wortelt in bloed en strijd. De ayatollah van het oude regime, Lodewijk XVI, werd niet uitgenodigd voor een dialoogsessie: hij kreeg de guillotine. Zo verdienen ook de ayatollahs de guillotine. Niet omdat ik voor de doodstraf ben, want dat ben ik niet, maar omdat sommige macht zo wreed en barbaars is, dat het alleen bestreden kan worden door het te vernietigen.
Wie met onvrijheid onderhandelt, betaalt dat met vrijheid. Dat was in 1917 en 1938 zo en dat is in 2026 zo. De ayatollahs begrijpen de taal van vrijheid niet: zij begrijpen slechts de taal van kruisraketten. Omelas zal branden, niet omdat progressieven van vernietigen houden, maar omdat ze het leed van het kind niet kunnen verdragen.
Want naties hebben geen rechten. Staten hebben geen rechten. Alleen individuen hebben rechten. Alleen mensen. Niet hun vlaggen, niet hun regeringen, niet hun wetten, en zeker niet hun goden. Progressieven kiezen daarom niet voor pacificatie met onvrijheid en tirannie. Zij kiezen voor oorlog.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns