Billie Eilish zingt over depressie, Stromae over donkere gedachten, S10 over psychoses – de lijst popartiesten die mentale gezondheid tot onderwerp hebben verheven is lang. Hoort dat bij deze onzekere tijden, of veroorzaakt de popindustrie zélf psychische nood?
is redacteur popmuziek van de Volkskrant.
Het gaat niet goed met Lola Young. Dat weet iedereen die weleens naar haar liedjes heeft geluisterd. De zangeres uit Londen zingt over angsten, zelfhaat en mentale aandoeningen. Haar doorbraakhit Messy is een soort ADHD-anthem, waarin Young (25) uitlegt dat ze zowel heel slim als ‘fucking dumb’ kan zijn, perfect én een puinhoop van een mens.
Op de laatste editie van festival Lowlands kon iedereen ook zien dat het niet goed gaat met Lola Young. Haar optreden was een worsteling en vooral een gevecht met zichzelf. De paniek was zichtbaar in haar ogen vanaf het moment dat ze het podium opkwam, in een zweterige en afgeladen tent. ‘Ik ben heel emotioneel, zoals jullie kunnen zien’, zei ze. ‘Ik voel me ongemakkelijk.’
Dat was duidelijk, maar ondanks dat werd haar optreden een van de aangrijpendste shows van het festival. Misschien juist omdat de zangeres op het punt stond om in te storten, maar zich er toch doorheen sleepte. Haar ontroerende nummer You Noticed klonk als een overwinning. ‘And you laugh at every joke that I make/ And that makes me feel alive/ Probably ’cause I usually don’t.’
Lola Young is bepaald niet de enige artiest die gekweld wordt door geestelijke nood en mentale klachten, en daar ook nog vrijuit en taboedoorbrekend over zingt. Een grootheid als Billie Eilish maakte een indrukwekkend nummer over depressie en suïcidale gedachten. ‘I’m not okay/ I feel so scattered’, zong ze in Before I Go, een liedje dat ze schreef toen ze 17 was. ‘You better hurry/ I’m leaving soon.’
En vier jaar geleden schreef Stromae, toen 36, het beklemmende L’enfer (de hel), over zijn donkerste gedachten en de strijd van mensen die lijden aan mentale stoornissen.
De lijst artiesten die mentale gezondheid tot onderwerp hebben verheven, is veel langer. Popsterren als Chappell Roan, Selena Gomez en Olivia Rodrigo zingen erover. En in Nederland doet Froukje dat, bijvoorbeeld in haar liedje Noodzakelijk verdriet, over depressie en herstel. Haar vriendin S10 deed in 2022 mee aan het Songfestival met een liedje over psychische klachten, gezongen vanuit de donkere hoeken van haar ziel (De diepte).
Mentale gezondheid is een zwaarwegend onderwerp in de popmuziek van de laatste jaren, zeker die van (en voor) de jongste generatie. Hoe kan dat eigenlijk? Is popmuziek over mentale problemen een uitvloeisel van een moeilijke tijd, waar we met zijn allen doorheen moeten? Of kan de popindustrie zelf ook een aanjager zijn van geestelijke nood? Omdat de zeer competitieve popwereld jonge mensen nogal kan uitwringen en opbranden?
‘And it feels like yesterday was a year ago
But I don’t wanna let anybody know
’Cause everybody wants something from me now
And I don’t wanna let them down’
Billie Eilish, Everything I Wanted, 2019.
Mentale nood onder jongeren is in de eerste plaats een breder maatschappelijk probleem. Eind vorig jaar kwamen het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Trimbos-instituut met een verontrustend rapport over de mentale gezondheid in Nederland. Vooral jongvolwassenen worstelen steeds vaker met hun mentale welzijn: in de groep 18- tot 24-jarigen bleek volgens onderzoek meer dan een op de drie jongeren te lijden aan een psychische aandoening. Vrouwen hebben vaker klachten dan mannen.
Internationaal onderzoek laat eenzelfde beeld zien van iets dat toch wel een mondiale gezondheidscrisis genoemd mag worden. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) lijdt 15 procent van de jongeren in de leeftijd van 10 tot 19 jaar aan een mentale stoornis, van depressies tot paniekstoornissen en angsten.
Over de oorzaken hiervan wordt verschillend gedacht, maar in veel onderzoeken worden toch dezelfde factoren genoemd: de druk die veel jongeren ervaren door sociale media lijkt een rol te spelen, net als oplopende prestatiestress en de algehele ellende en uitzichtloosheid in de wereld, van klimaatcrisis tot oorlogen.
Het is dus begrijpelijk dat mentale problemen ook vaker opduiken in de popmuziek, die van oudsher een uitlaatklep is voor opgebouwde spanning. Grote voorgangers in de pop maakten het onderwerp al bespreekbaar: artiesten als Lady Gaga, Zayn Malik en Miley Cyrus spraken openlijk over hun worstelingen met depressie, verslaving of eetproblematiek. Dat deed de Zweedse dj Avicii ook, die gebukt ging onder het leven als superster en in 2018 overleed door zelfdoding.
Praten over mentale gezondheid werd mede daardoor, en in ieder geval in de pop, niet langer gezien als teken van zwakte, maar eerder als sterk statement. Het onderwerp dook vaker op in liedjes, van bijvoorbeeld Demi Lovato (Anyone, over eenzaamheid en angst) en Logic (1-800-273-8255, over suïcidale gedachten).
In Nederland doorbrak zangeres S10 het taboe op psychische aandoeningen als gespreksonderwerp, al in haar eerste liedjes. Ze zong over psychoses en stemmen in haar hoofd, en nummers als Psychoses en Van kant spoorden veel jongeren aan óók met hun verhaal naar buiten te treden als ze niet lekker in hun vel zaten, of erger. ‘Ik krijg brieven, heel veel brieven’, zei ze vier jaar geleden in een interview met de Volkskrant. ‘Ik denk dat het voor veel mensen al heilzaam is als ze hun verhaal achterlaten in mijn inbox.’
Zoiets merkt de Nederlandse zangeres Leah Rye ook, vooral na haar concerten. Rye schrijft prachtige en intieme liedjes, vaak over de minder mooie kanten van het leven en de eigen binnenwereld. Op haar album Room of Disbelief zingt ze over faalangst en zelftwijfel. ‘Als ik liedjes ga schrijven, gaat het bijna nooit over echt leuke dingen’, zegt ze. ‘Mijn therapeut zei eens, toen ik helemaal in de knoop zat: je moet gewoon gaan zingen. Om die knoop uit je hoofd te halen. Dat ben ik altijd blijven doen.’
‘Sometimes when the lights go out
I’ll get a key to the room of disbelief
Where mirrors full of self doubt
Wake me from a dream’
Leah Rye, Room of Disbelief, 2025.
Schrijven over mentale uitdagingen is voor haar vanzelfsprekend. ‘Als je een tekst schrijft, moet je volgens mij eerlijk zijn tegen jezelf. En soms confronterend. Zodat je jezelf beter leert kennen.’
In het titelnummer van haar laatste album bijvoorbeeld zingt ze over chronische zelftwijfel, een symptoom van het zogeheten bedriegerscomplex. ‘Dat heb ik dus heel erg. Al gaat het goed of heb je succes: je haalt jezelf steeds naar beneden. Je zegt tegen jezelf: jij bent helemaal geen artiest, je kunt niets.’
Zij bedacht een metafoor voor die innerlijke twijfel: ‘Een kamer in mijn hoofd, waar ik steeds in terechtkom als ik mezelf overtuig dat het allemaal niet goed is. En die kamer lonkt altijd, lokt je steeds weer naar binnen. Omdat het ook heel makkelijk is om altijd in het negatieve te hangen, denk ik. Waarom is dat eigenlijk zo comfortabel? Ik wilde daar een liedje over maken.’
Rye merkt dat haar intieme en persoonlijke liedjes niet alleen voor haar, maar ook voor haar publiek louterend kunnen werken. ‘Het gebeurt heel vaak, of nou ja, eigenlijk altijd, dat mensen bij een optreden gewoon breken en na de show een knuffel komen halen bij de merchandise. En hun verhaal vertellen. Dat is soms best intens want ik ken die mensen natuurlijk niet, maar ik vind het ook het mooiste wat er bestaat.’
Bij optredens in de kleinere zalen laat de zangeres haar publiek soms boodschappen noteren op briefjes: bemoedigende mededelingen, die zij zelf graag van iemand anders zouden horen. ‘Al die briefjes gaan dan in een bak en ze worden weer uitgedeeld, zodat iedereen een ander briefje mee naar huis krijgt. Om op de koelkast te plakken, en iedere ochtend even naar te kijken.’
Een optreden in een kleine Amsterdamse bioscoop veranderde in een kringgesprek. ‘Ik speelde daar voor vijftig man. We zaten in een halve cirkel, en een host ging vragen stellen aan het publiek aan de hand van mijn teksten. Of iemand weleens eenzaam was, bijvoorbeeld. Het ging veel over mentale gezondheid. Na afloop zag ik mensen in groepjes napraten over de thema’s die waren besproken. Ik vond dat zo vet, dat muziek dat kon losmaken.’
Zingen en schrijven over de eigen worstelingen kan een onderdeel zijn van genezing. De Amerikaanse zangeres Kesha keerde in 2017 terug in het publieke popleven na een lange afwezigheid. Zij leed aan depressies en eetstoornissen, na jaren van vermeend misbruik door haar producer Dr. Luke, en werd enige tijd opgenomen in een kliniek.
Haar comebackliedje Praying was volgens haarzelf een therapeutische reis, waarin ze haar misbruiker vertelde dat ze over haar trauma heen was. Praying werd een van haar grootste hits en was volgens Kesha een keerpunt in haar leven, het begin van herstel en een terugkeer naar het podium.
Maar dat podium, en eigenlijk de hele popindustrie, is niet bepaald een veilige en heilzame omgeving. Volgens veel recente onderzoeken is werken in de popmuziek zelfs een aanslag op het geestelijk welbevinden: zo’n 70 procent van de mensen die werken in de muzieksector, en dus ook artiesten, zou beroepsgerelateerde klachten ervaren, variërend van paniekaanvallen tot extreme stress, depressie en angststoornissen.
‘All this other shit I’m talking about, they think they know it
I’ve been praying for somebody to save me, no one’s heroic
And my life don’t even matter, I know it, I know it
I know I’m hurting deep down, but I can’t show it’
Logic, 1-800-273-8255, 2017
De Nederlandse hoogleraar en communicatieonderzoeker Mark Deuze publiceerde eind vorig jaar het boek Well-Being and Creative Careers, over mentale gezondheid – of liever: het gebrek daaraan – in de creatieve industrie en met name ook de popsector. Hij toont aan dat mensen die ‘met passie’ in hun werk zitten, en dus doen wat ze leuk vinden, geneigd zijn zichzelf te exploiteren.
Popartiesten werken op onmogelijke tijden, willen iedere kans grijpen om een positie te veroveren in een competitieve markt en vinden dat ze dankbaar moeten zijn dat ze ‘een plekje aan de tafel’ hebben gekregen, als er al enig succes komt. Ze houden zichzelf ook voor dat ze nu eenmaal doen wat ze het allerliefste doen en zullen dus niet snel op hun strepen staan, laat staan werktijden in de gaten houden.
De industrie om hen heen maakt dankbaar gebruik van deze toegeeflijkheid, die de gepassioneerde werknemer razendsnel een burn-out in kan duwen. En dan levert een baan als popartiest, zeker in de eerste fase van een carrière, geen enkele bestaanszekerheid op. Met muziek is tegenwoordig weinig te verdienen, omdat streaminginkomsten en gages uit optredens te verwaarlozen zijn, zeker als je speelt in het kleinere clubcircuit.
Op het congres rond het festival Eurosonic Noorderslag (ESNS) in Groningen was mentale gezondheid in de muziekindustrie dit jaar een van de belangrijke gespreksonderwerpen bij panels die werden georganiseerd door onder andere Stomp, de koepelorganisatie voor onafhankelijke platenmaatschappijen.
Volgens psychosociaal therapeut Katja Keersmaekers, een van de sprekers in Groningen, speelde geestelijke gezondheid altijd wel een rol in de popmuziek, maar wordt de problematiek de laatste jaren bespreekbaarder. ‘Vroeger hing er nog een beetje romantiek rond die kwalijke kanten van de muziek, de drugs en de rock-’n-roll. Dat is er wel vanaf: nu vinden we het gewoon tragisch. En het onderwerp komt uit de taboesfeer.’
Keersmaekers biedt met haar bedrijf The Mental Crew bijstand aan artiesten en mensen die werkzaam zijn in de pop. Volgens haar komen artiesten vaak in de knel, omdat in de popmuziek bijna geen onderscheid wordt gemaakt tussen het werkzame en het persoonlijke leven. ‘Het werken in deze industrie is een levensstijl. Je bent altijd die artiest, en al je wakkere tijd gaat eraan op. Als het even niet lekker gaat, is daar eigenlijk geen tijd voor. Dan kom je in de knel, in de popmuziek vaker dan bij andere banen.’
Keersmaekers noemt ook het ‘passieprincipe’ van hoogleraar Mark Deuze: de liefde voor het werk die datzelfde werk ook zo slopend kan maken. ‘Omdat je je werk met zoveel liefde doet, ga je minder goed grenzen bewaken. Want je houdt toch zo van je werk? Als het even niet goed gaat, denk je snel: ik ga nu niet lopen zeiken. Voor mij duizend anderen. Je kunt ook niet denken: ik vind mijn passie eigenlijk niet meer zo leuk. Dan kom je echt met jezelf in conflict.’
De problematiek speelt niet alleen in de pop, of als onderwerp in liedjes. In België deed de populaire drum-’n-bass-dj Used al eens een boekje open over depressies en angststoornissen, en de therapie die hij volgde om uit een mentale crisis te raken. De dj kon niet langer omgaan met adoratie, zei hij in een interview. Die duizenden mensen aan zijn voeten, de stortvloed aan complimenten. Hij wist niet meer wie hijzelf was, zag alleen nog maar die dj-god op dat podium.
Voor mensen die dit niet aan den lijve ondervinden, klinkt het misschien als een luxeprobleem, of gezeur van iemand die alles ogenschijnlijk goed voor elkaar heeft. Maar dit verschijnsel is toch erg ingrijpend, zegt Keersmaekers. ‘Je voelt niet meer wie je werkelijk bent maar je moet volhouden, want als je niet meer die artiest bent, of je relevantie verliest, wie blijft er dan nog over? Het gaat een beetje voelen als leven of dood.’
En dan hangt boven iedere artiest ook nog die donkere wolk van de sociale media. Keersmaekers: ‘Ook daar, in de commentaren van je volgers, zoek je naar je bestaansrecht, of je nog relevant bent. Je zoekt constant die externe bevestiging. Maar je loopt ook tegen de afkeurende commentaren aan.’ En laten die vernietigende opmerkingen nu net door je hoofd blijven spoken. ‘Het is het zout in de wond.’
Toch zoeken geplaagde artiesten steeds weer het contact met het publiek, die ogen die je aanstaren als jij op dat podium staat. Dat lijkt inderdaad paradoxaal, zegt zangeres Leah Rye. ‘Maar ik vind het bijna makkelijker om mijn hele levensverhaal aan vreemden te vertellen dan aan mijn ouders of mijn partner. Je kwetsbaarheid op een podium geeft je op een of andere manier juist een heel krachtig gevoel.’
Zangeres Lola Young maakt zich ook op voor een comeback. Een maand na haar show op Lowlands ging het mis: Young zakte op een podium in New York in elkaar. Ze zei daarna dat ze zich moest terugtrekken uit de pop, om te werken aan genezing, ook van een cocaïneverslaving. Aanstaande concerten werden afgelast.
Veel fans namen haar dat niet in dank af, vertelde ze vorige week in een interview met het muziekblad Rolling Stone. ‘Ik kreeg veel haat over me heen, maar ik dacht: fuck it. Wat moest ik anders doen? Sterven?’
Nu is ze klaar voor het vervolg van haar carrière: er staan weer concerten op het programma. Vorige maand trad ze voor het eerst weer op, bij de Amerikaanse Grammy Awards. ‘Ik ben terug. Ik voel me beter’, zei ze daar. ‘Ik ga doen wat ik kan, om goed te zijn voor mijn fans en de mensen die van mij houden.’
Zangeres Leah Rye speelt 7/5 in Mezz in Breda, 10/5 in Fluor in Amersfoort en 16/5 in Paard in Den Haag.
Het laatste album I’m Only F**king Myself van Lola Young is verschenen bij Island/Universal.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant