Onderwijs Als de Onderwijsinspectie een school als ‘onvoldoende’ of ‘zeer zwak’ bestempelt, komt dat hard aan. Onderzoekers van de Universiteit Utrecht pleiten nu voor een empathische aanpak door inspecteurs, dat werkt minder verlammend. „Na het horen van het oordeel begonnen mijn oren te suizen, ik hoorde niks meer.”
Kinderen in een klaslokaal tijdens een zomerschool.
Wanneer de Inspectie van het Onderwijs een school een negatief oordeel geeft, kan dat hard binnenkomen bij het onderwijspersoneel. Zeker als het oordeel onverwacht is. Schoolteams voelen zich soms lange tijd uit het veld geslagen en raken minder gemotiveerd om aan verbetering te werken.
Dat blijkt uit onderzoek van USBO Advies, onderdeel van de Universiteit Utrecht, dat in opdracht van de inspectie werd uitgevoerd. Aanleiding waren signalen dat een negatief eindoordeel kan leiden tot demotivatie binnen schoolteams of zelfs het vertrek van leraren. Ook in de Tweede Kamer bestonden hierover zorgen.
Voor het onderzoek sprak USBO Advies met 64 betrokkenen, vooral schooldirecteuren, van 37 scholen die in 2023 of 2024 het oordeel ‘onvoldoende’ of zelfs ‘zeer zwak’ hadden gekregen. „Uit de gesprekken bleek hoe intens de emoties kunnen zijn”, vertelt projectleider Sjors Overman. „We hoorden gevoelens van boosheid, verdriet en onmacht.” Een deelnemer verwoordde het als volgt: „Na het horen van het oordeel begonnen mijn oren te suizen, ik hoorde niks meer.” Overman: „Dat liet ons meteen zien wat een diepe impact zo’n oordeel kan hebben.”
Vooral op kwetsbare scholen die toch al kampten met een krappe personeelsbezetting kwam de boodschap hard aan. Daar leidde het negatieve inspectie-oordeel soms tot vertrek van nog meer leraren.
De vrees dat een negatief oordeel de instroom van leerlingen aantast, lijkt grotendeels ongegrond. Ouders blijken minder gevoelig voor inspectieoordelen dan scholen verwachten. Volgens de onderzoekers lijken ouders het oordeel vaak niet te kennen, of speelt het simpelweg geen doorslaggevende rol in hun keuze. Bij de keuze voor een basisschool is de reisafstand voor ouders vaak belangrijker. In het voortgezet onderwijs liggen de effecten iets anders, omdat ouders en leerlingen daar soms wél verder willen kijken.
De onderzoekers stellen voor om het eindoordeel ‘zeer zwak’ af te schaffen, omdat dit wordt ervaren als stigmatiserend en demotiverend. Eén label (‘onvoldoende’) zou volstaan. Het afschaffen van het label ‘zeer zwak’ is niet aan de inspectie zelf, dat kan alleen de wetgever doen. De onderzoekers richten dit advies dan ook aan het ministerie van OCW.
Verder zouden inspecteurs getraind moeten worden in empathische communicatie. De inspectie moet zich bewuster zijn van de spanning die een bezoek veroorzaakt, vinden de onderzoekers. Overman: „Er lijkt veel verschil te zijn tussen inspecteurs. De een vinkt vooral lijstjes met kwaliteitseisen af, terwijl de ander een meer opbouwend gesprek voert.” Inspecteurs bespreken het eindoordeel vaak alleen met bestuur of directie, terwijl het kan helpen om het hele schoolteam hierbij te betrekken. Dat creëert meer draagvlak.
Het komt voor dat het negatieve oordeel van de inspectie een al in gang gezet verbeterproces op een school doorkruist. Schoolteams die dit overkomt, verliezen hun intrinsieke motivatie om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en proberen alleen nog door ‘de hoepel’ van de inspectie te springen. Bij dit soort scholen zou de inspectie het eindoordeel beter nog even kunnen uitstellen, of het oordeel ‘nog niet voldoende’ kunnen geven in plaats van weer een onvoldoende, adviseren de onderzoekers.
Een negatieve beoordeling werkt niet altijd verlammend. In sommige gevallen brengt het juist een doorbraak teweeg. Dat geldt bijvoorbeeld voor directeuren die zich gesteund voelen door de inspectie tegenover een team dat weinig urgentie ervaart, of tegenover een bestuur dat extra middelen niet nodig vindt. Er waren zelfs directeuren die zélf aan de bel trokken bij de inspectie om te vertellen dat het niet goed ging op hun school, vertelt Overman. „Die zeiden: ik heb een doorbraak nodig om hier op school iets te veranderen.”
Bij scholen die het negatieve oordeel al verwachtten en het er ook wel mee eens waren, werkte het negatieve inspectie-oordeel als een duwtje in de goede richting. Daar zetten leraren collectief de schouders eronder om verbeteringen in gang te zetten.
Volgens de inspectie biedt het rapport „waardevolle inzichten” en zijn de scenario’s die de onderzoekers beschrijven „herkenbaar”. De bevindingen zullen worden gebruikt voor de scholing van inspecteurs en de verdere ontwikkeling van het toezicht.