The dawn chorus, zo wordt het ochtendconcert van de vogels in het voorjaar wel genoemd. Wat bepaalt hun ritme en wie horen we precies?
is cultuurverslaggever bij de Volkskrant.
Het leven is één groot leerproces dus toen illustrator Deborah van der Schaaf suggereerde dat the dawn chorus van vogels wellicht goed zou passen in onze tweewekelijkse zoektocht naar rust, reinheid en regelmaat, reageerde ik meteen opgetogen, al was het maar omdat ik nog nooit van het begrip dawn chorus had gehoord en trouwens ook geen geluiden van vogelsoorten weet te herkennen, behalve dat van de ellendige haan achter ons huis die dag en nacht doorkukelt. ‘En de roepie roepie-vogel natuurlijk!’, zegt mijn vriend. Ja hoor, die ook.
The dawn chorus, letterlijk: ‘het dageraadkoor’, is het gezang van vooral mannelijke vogels in de heel vroege ochtend, van ruim voor zonsopkomst tot net iets erna. Deborah had over het verschijnsel gelezen in The Hidden Seasons van Tristan Gooley; de Nederlandse vertaling spreekt van ‘ochtendschemerconcert’. Volgens Gooley is dat concert begin mei op zijn mooist maar de repetities zijn inmiddels begonnen, en tot mijn grote plezier.
Hoeveel rust, reinheid en regelmaat heeft een mens nodig? Volkskrantverslaggever Wilma de Rek, tevens auteur van het boek Rust, reinheid en regelmaat, gaat in een serie op zoek naar antwoorden. Lees hier de andere artikelen terug.
Want hoewel ik geen mus van een mees kan onderscheiden, deel ik met vogels een hobby. Sinds ik me in de rust, reinheid en regelmaat verdiep, hoort het vanuit een opengegooid zolderraam naar de zonsopkomst kijken tot mijn ochtendroutine. Ik laat me wekken door de vele vogels die met hetzelfde doel hun favoriete boom opzoeken: mooiste moment van de dag.
Op het gebied van ritme en regelmaat valt van vogels veel te leren. Wij mensen zetten over anderhalve week de klok weer een uur vooruit, een maatregel waarvan de zinloosheid en schadelijkheid allang overtuigend zijn vastgesteld. Vogels volgen hun biologische klok en stemmen hun dagindeling dus af op het licht van de zon en de maan.
Maar helaas ook op dat van lantaarnpalen en lichtreclames. Het overvloedige kunstlicht in en rond steden werkt op vogels behoorlijk verstorend, schrijft Gooley, waardoor ze daar vroeger beginnen te zingen dan op het platteland. Hij voegt eraan toe dat over het hoe en waarom van de complexe zang van vogels aan het begin van de dag meer níét bekend is dan wel. Gelukkig komt de Nederlandse gedragsbioloog Carel ten Cate in april met een boek onder de veelbelovende titel Vogelgeluiden ontrafeld en mag ik hem vast bellen.
Ter voorbereiding gooi ik mijn raam in de rustige Betuwe nog wat vroeger open en probeer ik in het overvloedige gesnater en gefluit enig systeem te ontdekken. Maar de enige vogel over wie ik zeker ben, is die verdomde haan.
Ik app mijn broer, die al jaren schitterende vogelfoto’s maakt. Hij zegt dat ik waarschijnlijk ‘merels, roodborstjes, lijsters, vinken, spreeuwen, grasmussen, winterkoninkjes, eksters, gaaien, staartmezen, koolmezen, pimpelmezen, huismussen en overvliegende ganzen’ hoor, ‘plus wat ooievaars, een verdwaalde meeuw en hier en daar een jagende sperwer’. Op zijn aanraden download ik de app BirdNET, die tal van vogelnamen suggereert maar er steeds bij zet dat ze ‘hoogst onzeker’ zijn. De enige die een ‘zeer waarschijnlijk’ krijgt, is de kuthaan, die ‘bankivahoen’ blijkt te heten.
In Vogelgeluiden ontrafeld schrijft Carel ten Cate dat er elfduizend vogelsoorten zijn, waarvan het merendeel zangvogels (6.500), die je weer kunt onderscheiden in ‘eigenlijke zangvogels’ en ‘schreeuwvogels’ – die laatste komen, niet verrassend, vooral voor op het Amerikaanse continent.
Zelf gebruikt hij soms ook een vogelapp, zegt hij als ik hem bel. ‘Merlin Bird, die is best goed. Maar de vogels die je nu in de vroege ochtend hoort zijn vooral de merel, de zanglijster, de koolmees en de roodborst, allemaal vogels die hier ook in de winter zitten. Veel trekvogels zijn nog onderweg. De tjiftjaf is de afgelopen week massaal binnengekomen, die hoor je de hele dag door zo’n beetje. Komende weken komen daar de fitis bij en diverse andere kleine zangvogels. En in april gaat het echt los.’
Dat vogels in het voorjaar luidruchtiger zijn, heeft met de voortplanting te maken, maar waarom beginnen ze zo vróég? Ten Cate: ‘Door vooral direct na het wakker worden te zingen, laten ze hun rivalen weten dat ze er nog zijn. Verder speelt mee dat geluiden in de vroege ochtend verder dragen dan overdag.’
Het is niet zo dat de vogels elkaar ’s ochtends doelbewust opzoeken om een koor te vormen, zegt Ten Cate: ‘De ene soort barst gewoon van nature eerder los dan de andere. Maar een beetje afstemming is er wel; uit onderzoek blijkt dat vogels soms even wachten tot een ander is gestopt voor ze hun liedje gaan zingen. Elke vogel heeft de neiging zo veel mogelijk te zingen, maar ze willen ook hoorbaar zijn voor potentiële partners.’
Of ze al zingend ook hun bewondering uiten voor de zonsopkomst? ‘Haha. Laat ik zeggen dat daar weinig aanwijzingen voor zijn.’
Hoe groot de invloed van het geluid en het licht van mensen op het ochtendconcert is, moet nog goed worden onderzocht. Ten Cate: ‘Van verkeerslawaai weten we dat het effect heeft; koolmezen in de stad kiezen uit hun repertoire liedjes met een hogere geluidsfrequentie dan die in het bos. We zien ook dat vogels in de stad eerder gaan zingen. Maar of dat door het geluid komt, door het licht of door een combinatie van die twee is niet altijd duidelijk.’
Een paar dagen later wandel ik om half zeven, ruim voor zonsopkomst, met mijn telefoon in de aanslag naar de Jardin du Luxembourg in Parijs. Ik kan inmiddels een merel van een roodborst onderscheiden en herken ook de tjiftjaf en de lijster. Nu wil ik ontdekken of ze in Parijs anders klinken dan in de Betuwe, want volgens Ten Cate kennen met name zangvogels dus echt dialecten. Mijn vriend belt en vraagt of ik ‘le reupie reupie-vogel’ al heb gehoord.
Maar ik hoor vooral rammelende vuilniswagens, denderende vrachtwagens en knarsende rolluiken. Gelukkig gaat de Jardin du Luxembourg pas om half acht open en kunnen de vogels daar nog even ongestoord zingen.
Kutmensen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant