Toen ijsplaat A23a decennia geleden afbrak van de Zuidpool, bleek dat het begin van een thriller: waar gaat A23a heen, en vooral wannéér? Ergens deze weken komt de finale. De ooit grootste ijsplaat ter wereld smelt dan tot een ijsklontje en verdwijnt voorgoed.
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Volkskrant-cartoonist Wim Boost wijdde er veertig jaar geleden een van zijn karakteristieke pentekeningen aan. Een man zit in zwembroek op een tropisch strand: drijft er opeens een ijsschots voorbij, met een huisje met rokende schoorsteen er nog op. Het was 25 oktober 1986, en het nieuwtje dat Boost tot zijn spotprent inspireerde stond op pagina 33 van de krant: op Antarctica waren drie grote stukken ijs van de Filchner IJsplaat afgebroken.
‘Zo groot als een Nederlandse provincie’ was de grootste, wist de Volkskrant destijds al te melden. Want leg de ijsberg die de codenaam A23a zou krijgen op Nederland en je zou er probleemloos heel Zeeland, Groningen of Zuid-Holland mee kunnen bedekken. Met zijn vierduizend vierkante kilometer zou je A23a in het Kanaal kunnen leggen en van Dover naar Calais kunnen lopen. Althans: na een flinke klim, want de ijsberg was honderden meters hoog.
Die hoogte speelde hem parten. Terwijl de andere ijsbergen wegdobberden, liep A23a aan de grond, op maar een paar honderd kilometer van zijn vertrekpunt. Dus werd het wachten. Wanneer zou deze joekel het ruime sop kiezen en, net als in de cartoon, richting bewoonde wereld dobberen?
Eind 2022, na 36 jaar, was het zover. De ijsberg was kennelijk genoeg afgekalfd om los te komen van de bodem, en raakte op drift. Met satellieten volgden poolwetenschappers de kapriolen die volgden. Acht maanden lang bleef de schots rondjes draaien om zijn as. Daarna dobberde hij ineens weg, langs het Antarctische schiereiland.
Recht op Zuid-Georgia af, tot grote schrik van biologen. Want eenmaal bij dat eiland zou zijn koude smeltwater de vissen kunnen wegjagen, waarna de vogels en pinguïns van het natuurparadijs zouden verhongeren. Gelukkig viel het mee. Opnieuw liep A23a aan de grond. Toen hij na drie maanden weer vrijkwam, dobberde hij op respectabele afstand langs Zuid-Georgia, de zuidelijke Atlantische Oceaan op.
Zo eens in de vijftig jaar gebeurt het dat een reuzenijsberg zoals A23a losbreekt van Antarctica. In de regel is dat puur natuur: dit is wat je krijgt als je een ijsplaat steeds verder de zee op duwt, zoals de gletsjers van Antarctica doen. Zorgwekkend is het pas de laatste decennia, nu ook stabielere ijsplaten het beginnen te begeven. Met als gevolg dat de Antarctische gletsjers hun ‘handrem’ verliezen, waardoor ijs steeds sneller in zee raakt.
Dát heeft pas gevolgen, voor de zeespiegel vooral. Want hoe kolossaal ze ook zijn, drijvende ijsbergen zoals A23a veranderen geen millimeter aan de oceaanhoogte. Dat komt pas als het opgehoopte ijs op het vasteland van Antarctica steeds meer in zee belandt, via de lopende banden van ijs die gletsjers in feite zijn.
En nu, haast veertig jaar nadat hij voor het eerst losraakte, nadert voor A23a het einde. Met een tempo van zo’n 2,7 kilometer per uur dobbert hij richting evenaar, terwijl er steeds grotere brokstukken van hem afbreken. Januari vorig jaar: een plak ijs zo groot als een flinke stad, genaamd A23b. Afgelopen zomer: weer drie grote stukken, bij experts ingeboekt als A23g, A23h en A23i.
Bovenop het restant van de reuzenschots ontstond inmiddels een soort zwembad, van koud, helder smeltwater. Een duidelijk teken dat de ijsberg niet alleen in warmer zeewater, maar ook in warmere lucht was beland. Afgelopen januari verloor hij weer een stuk ijs, een brokstuk genummerd A23j deze keer. Van het ooit zo trotse gevaarte was weinig meer over.
En nu, ergens komende weken, zal de wetenschap ophouden hem te volgen. De ijsschots is dan kleiner dan 70 vierkante kilometer, nog altijd respectabel genoeg overigens om te kunnen concurreren met een Waddeneiland zoals Terschelling of Ameland, maar voor experts niet meer de moeite waard. Een maand, misschien iets langer, en de schots is volledig verdwenen.
Hoewel hij een tijdlang gold als de grootste ijsschots ooit gezien, is A23a inmiddels van de troon gestoten door de nog iets grotere schots genaamd A76, die vijf jaar geleden afbrak van West-Antarctica. De meest hardnekkige ijsschots was A23a wel, met zijn eindspel dat begon in het jaar van de kernramp in Tsjernobyl, en nu eindigt in het tijdperk van de oorlog in Oekraïne.
Op kaarten die de route van de ijsschots weergeven, begint zijn spoor te vervagen. De laatste weken lijkt de ijsberg een soort draai te maken, een scherpe bocht naar rechts. Alsof A23a eindelijk begrijpt welk onheil hem wacht, daar in warme streken – en nog een wanhopige laatste poging onderneemt om terug te keren naar de kou.
‘Inmiddels zijn de Russen begonnen hun weggedreven Antarctica-station op te sporen’. De Volkskrant in 1986, over het feit dat op de ijsberg nog een verlaten Russisch poolstation stond.
‘IJsbergen die zo groot zijn als deze kunnen decennia op een plek blijven hangen, en dan op een dag besluiten om op avontuur te gaan’. Nasa-expert Chad Greene over het losraken van A23a, in New Scientist.
‘Het is net als ijs in je drankje. Het duurt helemaal niet zo lang voordat het weg is.’ Poolwetenschapper Christopher Schuman tegen de BBC.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant