Home

Het gevaarlijkste bos van Groningen

Probleemwolf Bram had een stijve nek. Bij een eerdere aanrijding had de in december doodgeschoten Utrechtse wolf tussen twee nekwervels een breuk opgelopen. Weliswaar was er nieuw bot ontstaan, maar lekker soepel met z’n kop zwaaien was er niet meer bij. Mogelijk verklaarde dat het agressieve gedrag dat uiteindelijk tot zijn doodsvonnis had geleid, al benadrukten de Utrechtse en Wageningse biologen die hem op de snijtafel hadden ontleed dat je het nooit zeker kon weten. Toch voelde ik mededogen toen ik over de autopsieresultaten las: zelf was ik door nekpijn al dagen kriegelig.

Ik was net terug van een wandeling in het Groningse Kolham, waar tien jaar geleden een wolf door de woonwijk had gekuierd – landelijk nieuws, in een tijd dat wolven nog niet voorzien werden van pejoratieve prefixen. In Kolham spraken de mensen niet van een probleemwolf maar van een probleembos.

Enkele jaren terug had het dorpsbos de reputatie gekregen van ‘gevaarlijkste bos van Groningen’: de fijnsparren stonden er op omvallen door een combinatie van droogte, schorskevervraat en stormschade. In 2022 was het bos afgesloten voor wandelaars en uiteindelijk had de provincie besloten het spookbos tegen de vlakte te gooien. Dat tot verdriet van sommige omwonenden én mycologen – het bos was uniek vanwege de vondst van de amandelslijmkop, een uitgestorven gewaande paddenstoelensoort.

Recent was het Kolhamsterbos 2.0 herrezen, een bos dat nu nog tot mijn oksels kwam maar moet uitgroeien tot het ultieme toekomstbos. Twijgjes van zomereik en winterlinde stonden er al gemoedelijk zij aan zij met zoete kers, mammoetboom en fladderiep: hoe diverser, des te klimaatbestendiger.

In vier jaar tijd hadden de Kolhammers 73.353 bomen geplant: 54 bomen per inwoner. Geen geringe prestatie, als je bedenkt dat de gemiddelde Randstedeling het moet doen met 0,3 boom per persoon. Maar in tegenstelling tot de gemeente Arnhem (waar de wethouder maandag de 80.000ste boom in vier jaar tijd in de grond zette) en de gemeente Schagen (100.000 bomen binnen vier jaar) had de gemeente Midden-Groningen aan de prestatie weinig ruchtbaarheid gegeven. Geen politieke partij die er in aanloop naar de verkiezingen mee aan de haal was gegaan. De grootste lokale stemmentrekker was de CDA-haringkar geweest, bij de afslag van de A7, waar binnen twee uur dertig haringen waren uitgedeeld.

En dat terwijl juist bomen de gemene deler van deze gemeenteraadsverkiezingen lijken. Delft, Rheden, Horst aan de Maas: overal staat in partijprogramma’s de 3-30-300-regel – een vuistregel die stelt dat iedere inwoner ten minste drie volgroeide bomen vanuit huis moet kunnen zien, in een buurt met minstens 30 procent ‘boomkroonbedekking’, binnen 300 meter van een groene buitenruimte.

De regel is geënt op het Scandinavische project Yggdrasil, vernoemd naar een boom uit de Noordse mythologie waarin een magische geit, een tweekoppige adelaar en een twistzieke eekhoorn huizen. Een ecosysteem op zich, oftewel: een gemeente – want wat is lokale politiek anders dan een dynamisch geheel met toppredatoren en prooidieren?

Net als de voormalige Groningse fijnsparren staat Yggdrasil er wankel bij. Z’n wortels worden aangevreten door een draak met maagpijn van alle criminelen die hij heeft verslonden. Slim, een boom als pijnstiller: aspirine vindt immers ook z’n oorsprong in wilgenbast. Had probleemwolf Bram dat maar geweten, met z’n nekpijn.

Gemma Venhuizen is biologieredacteur en doet elke woensdag ergens vanuit Nederland verslag

Natuur en milieu

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next