Home

Jazzgitarist en componist Reinier Baas durft te verrassen en daarom wint juist hij de Boy Edgarprijs

Jazzprijs Gitarist, componist en bandleider Reinier Baas (40) krijgt de Boy Edgarprijs, de meest eerbiedwaardige Nederlandse prijs voor jazz. „Vroeger wilde ik bewijzen dat ik iets kon. Nu wil ik gewoon spelen.”

Reinier Baas, gitarist en winnaar Boy Edgarprijs.

‘Ready?”, vraagt Reinier Baas vanaf de mengtafel. De baritonsaxofoniste zet haar koptelefoon recht en de band zet in. Irene Caumel Carrasco (21) legt een lange, smachtende solo neer, een groove die langzaam openbreekt en steeds rauwer wordt. Als de laatste toon wegsterft, valt er een korte stilte in de controlroom van de muziekstudio in Amsterdam-West. „Dat was een eleven out of ten”, verzucht de Spaanse bassist Ton Felices bewonderend. „Madre dios!”Maar Carrasco schudt haar hoofd. Ze wil nog één keer, met een meer Spaanse touch, nog losser. Baas beslist na afloop: de eerste take blijft staan.

In de muziekstudio Power Sound hangt de geconcentreerde rust van een opnamesessie die al enkele dagen duurt. Voor en na de opnames van het album Opus Kaleidoskopus staat jazzgitarist Reinier Baas midden tussen zijn muzikanten van het Nationaal Jeugd Jazz Orkest (NNJO). Ze zijn onderzoekend, gretig, nooit helemaal tevreden. Alle nummers bevatten ruimte voor improvisatie. Daardoor klinkt het jazzorkest nooit twee keer hetzelfde.

Deze door hem samengestelde negende formatie van het Nationaal Jeugd Jazz Orkest werkt als een soort „Montessori van de jazz”, zegt Baas, artistiek leider van de club. Zestien talenten en twee junior arrangeurs volgen onder zijn leiding een tweejarig coachingstraject waarin zij zich ontwikkelen tot de jazzmakers van morgen. Uiterst misleidend eigenlijk, die naam ‘Jeugd Orkest’. Dit zijn jazz youngsters van de conservatoria, tussen de 18 en 25 jaar oud, een aanstormende generatie jazzmuzikanten die veelal al eigen bands hebben, componeren en hun muziek zelf uitbrengen.

Voor een trombonepartij blijkt de demper nog thuis te liggen. Technicus Paul Power knutselt ter plekke een oplossing: een geïmproviseerde mute van isolatiemateriaal. „Iemand verder nog zorgen?”, vraagt Reinier Baas rond. Een jonge harpiste knipt een kapotte snaar bij met een nagelschaartje. Droogjes: „Er knapte best een essentiële.”

Zacht praat Baas nu tegen pianist Evan van der Feen. „Laten we het hele stuk doen, inclusief jouw intro. Dat inspireert iedereen.” De eerste take klinkt goed, maar in het laatste deel is het net iets gehaast. „Drie BPM langzamer, alsjeblieft.”De blazers nemen erna apart op. „Een kwestie van kansberekening”, aldus Baas diplomatiek. „De blazers zijn niet snel tevreden. En als je met zo’n grote groep telkens opnieuw moet beginnen, wordt het al snel riskant.” Als regisseur straalt hij naar hen vertrouwen uit. Hij praat rustig, maar weet precies wat hij wil horen. „Duízend keer beter dan net. Boem! Thanks. Moving on.” Zijn stijl is zacht, maar als hij iets hoort, stuurt hij direct scherp bij. En ondertussen heeft hij oog voor iedereen. „Gaat-ie?” zegt hij tegen een muzikant die net een lastige partij heeft gespeeld. „Góed man.”

Volgende week zijn ze te horen op zijn avond. Want gitarist, bandleider, componist, arrangeur Reinier Baas (40) wint dit jaar de Boy Edgarprijs, de meest eerbiedwaardige Nederlandse prijs voor jazz en geïmproviseerde muziek. De jury noemt Baas een veelzijdig fenomeen en een authentieke vernieuwer die „complexe muziek voor een breed publiek toegankelijk maakt”. Baas zoekt volgens de jury verbinding met andere muziekgenres en kunstvormen en is een aansprekend voorbeeld, dat jonge musici beïnvloedt en „de weg wijst”.

„Ze zijn eigenlijk veel verder dan ik op hun leeftijd was”, stelt Baas vast. Zelf was hij als student ook ooit solist bij het Nationaal Jeugd Jazz Orkest. De in Hilversum geboren gitarist sloot het Amsterdams Conservatorium in 2010 cum laude af. Een jaar later zag zijn debuutalbum More Socially Relevant Jazz Music het licht, hij was toen 25 jaar. Niks ‘sociaal relevante’ muziek – eerder uitbundig ronkende jazz met meerdere lagen.En er kwamen veel meer albums als (co-)leider. Jazzbroeder en saxofonist Ben van Gelder kan hij blind vinden in evenwichtig, intuïtief samenspel. Samen laten zij zich graag muzikaal uitdagen door onruststokers als Han Bennink en Jeff Ballard. Baas is verder actief met Hammond-trio Deadeye en hij speelt in Benjamin Hermans punk- en jazzgroep Bughouse.

Reinier Baas: : „Ik heb er bewust voor gekozen om zelf niet die bebopclichés te spelen.”

Onverwacht genoegen

De Boy Edgarprijs is voor de Amsterdamse jazzgitarist een onverwacht genoegen. „Ik moest echt even aan het idee wennen”, zegt Baas, omringd door zijn gitaren. „Er zijn veel mensen die ik ook graag zou zien winnen. Maar het voelt bijzonder en heel ondersteunend.” Het telefoontje van het Fonds Podiumkunsten kwam hem in eerste instantie voor of hij, net als vorig jaar aan toetsenist Tony Roe, weer de prijs wilde uitreiken. Grijns: „Toen zeiden ze ineens dat het beter was ’m dit keer zelf in ontvangst te nemen.”

In zijn jazz laat Baas – lang, nonchalante kuif en dromerige blik –akkoorden over elkaar buitelen alsof ze ter plekke ontstaan. Soms schieten er nerveuze grooves doorheen, dan weer laat hij als buitengewoon gitarist open snaren lang nagalmen. Hij speelt graag met flageoletten, snelle heldere boventonen, die met kleine snaartrucjes als watervalletjes de ruimte in vallen. Hij laveert moeiteloos tussen compositie en improvisatie, met een open houding waarin ruimte is voor humor, experiment en onverwachte wendingen. Niets ligt vast, en juist daarin schuilt zijn signatuur: muziek die durft te verrassen, zonder ooit vrijblijvend te worden.

Hij is net terug in Amsterdam, na een aantal dagen Italië. Eerst was er een duoconcert met basklarinettist en componist Joris Roelofs in Brixen/Bressanone. Daarna gaf hij les in Milaan, twee dagen lang, aan de jazzafdeling van het conservatorium. Nu verschuift zijn aandacht naar de Boy Edgar-uitreiking in het Bimhuis. Een klein ceremonieel moment, maar vooral een boordevolle concertavond: een dwarsdoorsnede van zijn muzikale wereld. Hij speelt met het NJJO-orkest en zijn band met Ben van Gelder en drummer Han Bennink, aangevuld met blazer Joris Roelofs. En er is een reünie van zijn oude ensemble, The More Socially Relevant Jazz Music Ensemble, dat na tien jaar weer samenkomt.Ook illustrator Typex is deze avond betrokken – ooit tekende die het jazzsprookje Reinier Baas vs Princess Discombobulatrix dat Baas verzon als compositieopdracht voor North Sea Jazz (2016).

Hoefijzer door de kerk

Baas voelt zich verwant met muzikanten die buiten de lijntjes kleuren en bewondert drummer Han Bennink, die trouw blijft aan zijn eigenzinnige kunst. Hoe diens dwarse kracht zit in onverwachte details: tijdens een optreden kan hij ineens alles opschudden. Zoals toen hij midden in een romantische cadens door Baas en Van Gelder een hoefijzer met veel kabaal door de kerk slingerde. „Want dat kon onze muziek blijkbaar wel gebruiken.”

Afkeer van herhaling zit bij hem diep. Ook buiten het podium. Op een voorspelbare jazzhoes zul je Baas niet betrappen. Geen standaardbeeld van muzikant-met-instrument, geen veilige esthetiek. Hij zoekt al sinds zijn eerste plaat het randje op, soms met humor, soms met lichte vervreemding. „Veel albumhoezen in de jazz lijken op elkaar”, zegt hij. „Dat vond ik niet cool.” Dus huurde hij ooit een geit in voor een cover. Of verzon titels die meer klonken dan betekenden. Niet om te choqueren, maar om los te breken uit een beeldtaal die te comfortabel was geworden

Die houding werkt door in zijn muziek. Wat hij bewondert, probeert hij niet te kopiëren, soms juist bewust niet. „Ik luister graag naar iemand als Charlie Parker”, zegt hij. „Maar ik heb er bewust voor gekozen om zelf niet die bebopclichés te spelen.” Het is een vorm van negatieve definitie: bepalen wat je niet wilt zijn. „Het is een beetje als beeldhouwen. Je zegt steeds: niet dit, niet dat. En dan kijk je wat er overblijft.”

Grote carrièredromen zijn er niet in de klassieke zin. Geen lijstje met zalen waar hij nog moet spelen, geen heilige samenwerkingen die nog moeten gebeuren. Wat er wel is: een groeiend besef van verantwoordelijkheid richting de volgende generatie. „Om te zorgen dat die muziek kan blijven bloeien.”

Hij doceert aan het conservatorium in Amsterdam, en daarnaast in Basel, als gastdocent. Eerder gaf hij les in Siena. Gitaar, compositie, ensembles, maar vooral: hoe je je verhoudt tot muziek.

Reinier Baas (bovenste rij, vierde van links) met het Nationaal Jeugd Jazz Orkest (NJJO)

Nieuwe generatie draait om het collectief

„Deze nieuwe generatie, net als het NJJO, is echt anders dan mijn generatie twintig jaar geleden. Ze zijn zorgzaam naar elkaar, geven elkaar ruimte en lijken ook iets volwassener. Als ik terugdenk aan mijn eigen tijd had ik minder oog voor de gevoelens van anderen. Niet dat ik niet empathisch was, maar het draaide meer om het individu. Nu lijkt het meer om het collectief te gaan, en dat vind ik een mooie ontwikkeling.”

Voor jonge muzikanten is het volgens de gitarist belangrijk om niet volledig samen te vallen met hun werk. In gesprekken met studenten benadrukt hij dat muziek maken nooit echt „af” is en dat het daarom essentieel is om af en toe afstand te nemen. „Op een gegeven moment moet je ook gewoon de deur dichttrekken en je telefoon uitzetten”, zegt hij. ” Je bent ook een mens naast je muziek.”

Ooit hing zijn eigenwaarde aan elke noot. „Als ik een slecht concert speelde, voelde ik me een slecht mens.” Alles moest kloppen: techniek, timing, theorie. Maar hij weet nu: „Het idee in je hoofd en de werkelijkheid vallen nooit helemaal samen.”

Hij denkt dat hij nu anders klinkt. Losser. „Vroeger wilde ik bewijzen dat ik iets kon. Nu wil ik gewoon spelen.” Hij lacht: „Misschien ben ik gewoon ouder worden.” Op het podium voelt het in elk geval lichter. „Er ligt minder druk om iets te laten zien.”

Om zijn perfectionisme te slopen én meteen om te gaan met zijn ongemak met sociale media, was hij rigoureus: „Eén minuut muziek, in vier uur gemaakt. En dan meteen online op Instagram.” Geen terugspoelen, oppoetsen, geen twijfel. „Gewoon posten. Wat het ook was.” Dat werkte. „Het was eigenlijk heel bevrijdend.”Tijdens de pandemie werd het een ritueel: „Drie maanden lang, elke dag vier uur schrijven aan één minuut muziek per dag. „Je nodigt je lichaam en je onbewuste uit om mee te doen. Je hebt geen excuses maar moet gewoon op komen dagen. Deze haast mentale gym leidde tot zijn caleidoscopische jazzserie #oneminuteradio 1-4.

Voor Baas ligt de kern in de live-ervaring. „Vroeger voelde ik vooral opluchting als een concert klaar was. Alsof je een toets had overleefd. Nu moet het iets zijn waar ik in het moment van geniet, anders is al het gedoe eromheen het niet waard.”

Tijdens de coronaperiode werd duidelijk dat livestreams dat niet kunnen vervangen, gaat hij verder. „De gedeelde ruimte, de fysieke aanwezigheid, het blijkt essentieel. Je voelt als muzikant sterk aan een zaal of iets werkt of niet. Mensen gaan synchroniseren als ze in dezelfde ruimte zijn. Met hun neus dezelfde kant op.”

Hij zoekt naar woorden, aarzelt even. „Spiritueel, bij gebrek aan betere woorden. Het is iets fundamenteels.”

Concert en uitreiking Boy Edgar Prijs, 25 maart in Bimhuis Amsterdam.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next