Home

Al 75 jaar is muziek het medicijn voor de Molukse gemeenschap

Molukse gemeenschap Dit weekend 75 jaar geleden arriveerden de eerste Molukse KNIL-militairen met hun families in Nederland. Het is het begin van een complexe geschiedenis die wordt bezongen in lagu lagu en Molukse rockmuziek. Massada was de populairste band en treedt nog altijd op.

Concert van de Nederlands-Molukse band Massada in poppodium C-Punt in Hoofddorp.

Hij zoekt naar een boom die oud genoeg is. Daar, die den, die is misschien nog getuige geweest, de rest is allemaal te jong. Het bos waar Johnny Manuhutu (78) loopt was tussen 1951 en 1972 het Molukse kamp Almere, bij Huizen. Nu is er niets meer dat nog aan die tijd herinnert, behalve een klein informatiebord. „Daar, dat ben ik.” Hij wijst naar de groepsfoto, naar een jongen van een jaar of vijf. Daarboven een foto van militairen die appèl houden. „Deden ze elke dag, ook al waren ze officieel geen militairen meer. Die mannen waren diep gekrenkt.”

Zijn vader was zo’n man. Een oud-militair van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), die, als hij te veel dronk, zijn kinderen sloeg en hen behandelde „als krijgsgevangenen”. Dit bos was de plek waar Johnny thuisbleef van school om zijn moeder te beschermen. Maar ook de plek waar hij over de heide rende, uit bomen viel en gehavend thuiskwam in de tochtige, brandgevaarlijke barak die ze deelden met verschillende gezinnen. Het is de plek waar hij zijn eerste band begon. Muziek werd zijn ticket naar buiten, een manier om aan de trauma’s te ontsnappen.

Op 21 maart is het 75 jaar geleden dat de tweejarige Johnny met de Kota Inten aankwam in Rotterdam. Die was het eerste van twaalf schepen die in totaal ongeveer 12.500 Molukkers naar Nederland brachten, vrijwel allemaal KNIL-militairen met hun gezinnen. De families werden verdeeld over kazernes en kampen in het land, ook voormalige concentratiekampen zoals Westerbork en Vught.

De KNIL-militairen hadden aan Nederlandse kant gevochten tegen het Indonesische leger en wilden doorstrijden voor de onafhankelijke Republik Maluku Selatan (RMS), de Republiek der Zuid-Molukken. Nederland durfde de confrontatie met Indonesië niet aan en bracht de Molukse KNIL-soldaten hierheen, als ‘tijdelijke oplossing’ voor een paar maanden. Ze werden uit dienst ontslagen en mochten niet werken, niet deelnemen aan de maatschappij.

Johnny Manuhutu, oprichter van de Nederlands-Molukse band Massada.

De maanden werden jaren, jaren werden decennia. De kampen werden ontruimd, er kwamen ‘Molukse wijken’. De hoop op een terugkeer vervloog. Al die tijd bleef de gemeenschap hecht, maar ook geïsoleerd.

Die complexe geschiedenis en het generationele trauma is terug te horen in de muziek die nog altijd een grote rol speelt in de Molukse gemeenschap in Nederland. Je hoort het in de lagu lagu, de traditionele muziek van de eilanden, veelal heimweeliedjes, maar ook in de sound van de vele Molukse rock- en soulbands.

Johnny Manuhutu’s band Massada (tot 1973 The Eagles) was de meest succesvolle van de generatie uit de jaren zeventig, de tijd waarin zijn leeftijdsgenoten overgingen tot gewapend verzet: gijzelingen en treinkapingen. Massada koos een andere koers. „We richtten ons ook op het Nederlandse publiek, zodat we een brugfunctie hadden. Maar we steunden die acties, we deelden de frustraties.”

Ook voor een nieuwe generatie Molukse muzikanten, twintigers en dertigers van nu voor wie het trauma verder weg is, is muziek een belangrijk deel van de Molukse identiteit. In dit herdenkingsjaar klinkt bij bijeenkomsten ook die nieuwe muziek. Omdat zij makkelijker in contact staan met hun leeftijdgenoten op de Molukken, via sociale media en reizen, komt er muzikale uitwisseling op gang, waarbij ze ook daar leren over de traditionele waarden van muziek. Want zoals ze zeggen op de Molukken: musik yaitu obat, muziek is medicijn.

Molukse vlag

Ruim zestig jaar na de oprichting van de band treedt Massada nog altijd op. Bijna elk weekend. Op een zaterdag in februari zijn er zo’n honderdvijftig mensen naar het poppodium C-Punt in Hoofddorp gekomen. Veel Molukkers en veel zeventigers, maar lang niet uitsluitend. „We spelen maar twee uur vanavond, want morgen moeten we weer vroeg op, sorry”, zegt Manuhutu.

Tijdens het tweede nummer, de gedragen ballad ‘Trust in Me’, over het gebrek aan vertrouwen van de Nederlandse bevolking, staat hij met zijn vuist omhoog naar het scherm waarop beelden van de treinkaping bij De Punt in 1977 worden vertoond. In een hoek van het podium hangt een klein Moluks vlaggetje, een symbool waarvoor je in Indonesië jarenlang in de gevangenis kan belanden.

Hoewel de tifa (de Molukse drum) klinkt en er meerdere gongs op het podium staan, lijkt de sound helemaal niet op de lagu lagu. De oude rockers in trainingspakken en leren jasjes maken vooral latin rock, vergelijkbaar met Santana. „De lagu lagu is voor ons te melancholisch. We wilden altijd rock en veel drums”, verklaart Manuhutu later in Huizen. „We waren de eerste band in Nederland met zoveel percussie.”

Toch zorgden ze ervoor dat op elk album minstens één Moluks nummer stond en de hoezen altijd het erfgoed lieten zien, zoals het romantische eiland op de hoes van hun debuut Astaganaga en de tifa’s op Pukul Tifa. En hoewel de Nederlandse fans dat misschien niet altijd wisten, raken veel liedjes wel degelijk aan de Molukse zaak. Zo wrijft een deel van het publiek de ogen droog bij Sajang é, de nummer 1-hit van de band uit 1980. Het gaat over het luisteren naar de ouderen en over het aanhoudende verlangen om terug te keren.

Een van de bandleden toont zijn tatoeage van het bandlogo.

De Molukse vlag is tijdens het concert van de Nederlands-Molukse band Massada in C-Punt bevestigd aan de percussie-instrumenten.

Nog emotioneler wordt het bij ‘Mobilae’, een instrumentaal nummer dat gitarist Rudy de Queljoe schreef toen hij met rockgroep Brainbox in de studio zat. Het was op de dag in 1970 dat zijn vrienden de Indonesische ambassade in Wassenaar bezetten. „Ik hoorde op de radio dat het bezig was, en ik was zo boos”, vertelt De Queljoe in Huizen. „Ik zat in die verzetsgroep en ik kon niet meedoen. Die frustratie zit erin, maar ook alle gemengde gevoelens over het geweld en de teleurstelling richting Nederland.”

Later zou De Queljoe bij elke actie een lied schrijven, ter ondersteuning. Massada organiseerde een benefietconcert om de families van de opgepakte treinkapers in 1977 te ondersteunen. Het publiek wist niet dat het geld van het concert daarheen ging. Manuhutu maakte dat pas in 2019 bekend, in een documentaire van VPRO’s Andere Tijden.

Voetballen met Mick Jagger

Door de gewelddadige acties stond de Molukse gemeenschap er slecht op in de jaren zeventig. Samen met voetballer Simon Tahamata was Massada de uitzondering, de bruggenbouwer, maar ook zij ondervonden discriminatie. Na een optreden werd hen bij een club de toegang geweigerd terwijl hun muziek door de deuren klonk. Manuhutu schreef er het nummer ‘Discrime’ over. De Queljoe herinnert zich dat hij met Brainbox in Meppel speelde en bij de concertzaal werd geweigerd terwijl de rest van de band, onder anderen Jan Akkerman en Kaz Lux, al binnen was.

Uiteindelijk kon Nederland niet om de populariteit van Massada heen. Ze openden Pinkpop in 1979, deelden het affiche met Dire Straits en The Police en voetbalden met Mick Jagger.

Gek genoeg zijn de meeste Molukse liedjes uit die tijd helemaal niet zo expliciet als de acties die de agenda bepaalden. „Veel Molukse muziek gaat over heimwee naar de natuur en de eilanden”, zegt journalist Victor Joseph die samen met musicoloog Rein Spoorman het boek Musik Maluku maakte. „En over moeders, altijd de moeders – het zijn immers vaak soldatenliedjes. Maar voor een aantal Molukse muzikanten van de tweede generatie in Nederland was de lagu lagu-sound te zoetsappig. Dat waren angry young men, ze wilden Jimi Hendrix zijn. Toch bleef de muziek steeds het middel om frustraties te controleren.”

Joseph ziet dat een nieuwe generatie nu anders met de muziek omgaat. „Er komt steeds meer directe uitwisseling met de eilanden. Jongeren hebben alle informatie beschikbaar en gaan makkelijker op vakantie naar de Molukken. Daar verdiepen ze zich ook in de spirituele kant en in de ritmes. Ze leren wat de codes op de tifa zijn om te communiceren en voorouders te vereren.”

DJ Brian Parera (33) is van die nieuwe generatie. Hij organiseert ‘Lagu Timur Sessions’, feesten en dj-sets waarin de laatste muziek uit Molukken, Papoea en Oost-Nusa Tenggara wordt gedeeld. Hij draaide onlangs bij de opening van tentoonstelling Ketahanan in het Noord-Brabants Museum, over Moluks erfgoed. Na het blazen van de tahuri (schelp) en het bespelen van de tifa klonk daar opeens ‘Tabola Bale’, een Molukse TikTok-hit, van de draaitafels.

Parera: „Ik probeer op feesten altijd zoveel mogelijk Molukse muziek te draaien. Al horen maar tien jongeren iets nieuws, het opent toch een luikje voor ze.” Parera zelf komt uit een muzikale familie waar Massada ook vaak klonk. „Vroeger kende ik vooral de Molukse muziek van hier, maar nu ontdek ik een hele nieuwe scene in de Molukken zelf. Die hebben daar zeker niet stilgezeten.”

Het groepsgebed voor aanvang van het optreden in Hoofddorp, met oprichter Johnny Manuhutu in het midden met witte jas.

Een aantal van die jonge bands komt in dit herdenkingsjaar deze kant op, bijvoorbeeld naar het Molukse festival Sama Sama in Alphen aan den Rijn, waar ook Massada speelt. Elk jaar staan daar muzikanten met Molukse roots, zoals dit jaar Trijntje Oosterhuis en Danjil Tuhumena. De Nederlandse muziekscene kent veel Molukse muzikanten, zoals Ronnie Flex en Jiri Taihuttu (Jiri11 en De Nachtwacht). Victor Joseph: „Molukkers zijn zeer muzikaal. Unesco heeft Ambon tot ‘City of Music’ verklaard, die delegatie was diep onder de indruk.”

Ondanks hun trauma’s

Manuhutu herinnert zich van vroeger dat uit elke barak muziek klonk en iedereen gitaar speelde. Op de hei in Huizen kijkt hij nog eens naar de jonge boompjes op de plek waar ooit zijn bed stond, waar hij zijn vaders lp’s van Louis Armstrong en Ray Charles hoorde.

„Muziek was mijn redding. Terwijl anderen naar Amsterdam gingen om drugs te scoren, bezocht ik concerten. Zo kon ik aan de opgekropte frustraties van dit kamp ontsnappen. Maar toch: onze vaders en moeders sleepten ons er wel doorheen, ondanks hun trauma’s. Het lijkt soms alsof ik hard ben voor mijn vader, hij was een man met twee gezichten. Maar eigenlijk maak ik die muziek voor hen: die mannen en vrouwen die hierheen werden gehaald en zich bedrogen voelden en zich niet konden ontwikkelen. Ik wil ze eren.”

Op 28 maart speelt een aantal Molukse bands op Sama Sama Maluku in 013, Tilburg.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Populaire muziek

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next