De oorlog met Iran heeft overal ter wereld de brandstofprijzen flink opgedreven. In de Verenigde Staten zijn benzine en diesel zo’n 30 procent duurder geworden. Ook in Nederland betalen automobilisten fors meer.
zijn onderzoeks- en datajournalist van de Volkskrant.
De blokkade van de Straat van Hormuz heeft in de VS geleid tot de grootste prijsstijging van benzine in twintig jaar, zo’n 27 procent sinds het begin van de oorlog. De prijs van diesel steeg met 33 procent nog harder. Amerikanen betalen voor benzine nu gemiddeld zo’n 3,70 dollar per gallon, oftewel 85 cent per liter.
In vergelijking met de Nederlandse prijzen aan de pomp is dat bedrag relatief laag, omdat de VS minder accijnzen heffen op brandstof. Voor de oorlog werd in de VS ongeveer 17 procent van de benzineprijs bepaald door belastingen, blijkt uit cijfers van het statistiekbureau van het Amerikaanse ministerie van Energie. In Nederland was dat ruwweg 40 procent. Daardoor zijn de Amerikaanse brandstofprijzen sterker afhankelijk van de mondiale olieprijzen.
Met name de Amerikaanse prijs van diesel is de laatste weken hard gestegen. Dat komt doordat diesel voor de oorlog al schaars was. Tijdens de koude winter in het noordoosten van de VS werd meer stookolie gebruikt om woningen te verwarmen. Stookolie en diesel zijn chemisch gezien vrijwel identiek.
Eenzelfde trend doet zich de laatste weken in Nederland en andere Europese landen voor. Tot de grootschalige invasie van Oekraïne haalde Europa veel diesel uit Rusland, maar dat is inmiddels verboden. Nu ook de alternatieve aanvoer van diesel uit het Midden-Oosten stokt, wordt de brandstof steeds duurder. Hoewel de accijns op diesel in Nederland lager is dan die op benzine, ligt de prijs van diesel momenteel hoger.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant