Er is een wetmatigheid: extra rijstroken trekken extra verkeer aan. Goed prijsbeleid, in combinatie met investeren in alternatieven, doorbreekt de auto-afhankelijkheidsspiraal. Daar is alleen wel politieke moed voor nodig.
De hoge brandstofprijzen als gevolg van de oorlog in Iran leggen een pijnlijk probleem bloot: Nederland is afhankelijk geworden van de auto. Wie vandaag stemt, kiest indirect. Behouden we deze afhankelijkheid, of durven we mobiliteit anders te organiseren?
Op landelijk niveau, in het coalitieakkoord, kiest men voor een methode die autorijden aantrekkelijker maakt. Meer asfalt en lagere lasten voor automobilisten. Meer rijstroken moeten Nederland ‘beter bereikbaar’ maken. Alsof files een ruimteprobleem zijn, en geen keuzeprobleem.
Hannah van Amelsfort is gepromoveerd op prijsbeleid aan de TU Delft en is adviseur beleids- en gedragsonderzoek is bij Goudappel.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Meer asfalt klinkt als een oplossing, maar dat is het niet. Het maakt het zelfs erger. Dezelfde files, meer uitstoot en hogere maatschappelijke kosten. Dat is geen mening. Dat is verkeerskunde. En de rekening wordt steeds groter.
In de verkeerskunde geldt een wetmatigheid, bekend als de ‘geïnduceerde vraag’: extra rijstroken trekken extra verkeer aan. Nieuwe automobilisten vullen de ruimte op. Dezelfde files keren terug, met meer uitstoot, meer ongevallen en hogere maatschappelijke kosten tot gevolg.
Wie meer wegen aanlegt, maakt het bovendien aantrekkelijk om verder weg te wonen van werk, school en voorzieningen. Reisafstanden groeien. De auto wordt onvermijdelijk. Openbaar vervoer wordt duurder, omdat minder mensen het gebruiken. Zo versterkt de spiraal van auto-afhankelijkheid zichzelf. En meer autorijden zorgt ook voor meer maatschappelijke kosten, zoals luchtvervuiling en meer verkeersongelukken. En dus stijgt de rekening bij elk ritje.
Maar er is een oplossing. De term ‘rekeningrijden’ galmde enkele maanden geleden nog door de Haagse gangen, maar nu hoor je daar niemand meer over. Dat terwijl goed prijsbeleid de auto-afhankelijkheidsspiraal doorbreekt. Een gerichte heffing voor automobilisten in drukke stadsdelen, gecombineerd met investeringen in fiets en openbaar vervoer, kan autogebruik effectief sturen en verminderen.
Ik begrijp de politieke terughoudendheid. Heffingen zijn impopulair. Zeker bij mensen die de auto elke dag nodig hebben, bijvoorbeeld omdat het openbaar vervoer hen niet bereikt, ze te ver van hun werk wonen of omdat ze geen alternatief hebben. Die mensen verdienen geen extra last.
Maar dat is precies waarom we moeten investeren in alternatieven, in plaats van in asfalt dat hun auto-afhankelijkheid vergroot. Met investeringen in fiets, ov en woningbouw dichtbij voorzieningen en gerichte compensatie voor kwetsbare doelgroepen, kunnen reispatronen veranderen. En maken we mobiliteit minder afhankelijk van de auto.
Internationale voorbeelden laten zien dat het werkt. In Stockholm leidde een spitsheffing tot ruim twintig procent minder autoritten en bijna een derde minder reistijd voor degenen die wél autoreden. De luchtkwaliteit verbeterde, met als gevolg minder kinderen met astma. Londen deed hetzelfde. En New York inmiddels ook. De acceptatie groeit zodra mensen de voordelen voelen: voorspelbare reistijden, schonere lucht en meer ruimte.
Of het nu via een heffing is, of achteraf via belastingen, files en maatschappelijke kosten, de automobilist betaalt uiteindelijk altijd. Maar met scherp prijsbeleid en echte alternatieven krijgt de automobilist iets terug wat niet te koop is: tijd.
Dat vraagt iets van de (lokale) politiek. Dat ze niet wachten op honderd procent draagvlak, want dan wacht je voor altijd, dat ze eerlijk zijn over wat er op het spel staat en dat ze investeren in fiets en ov, zodat mensen een echte keuze hebben.
Mobiliteit moet anders. Niet omdat het moet van Brussel of vanwege het klimaat, maar omdat het huidige systeem niet werkt – voor niemand, in geen enkele gemeente. De kennis is er. De voorbeelden zijn er. Wat ontbreekt is politieke moed.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant