is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
In 1930 besloot de Britse burggraaf William Lever, bekend als Lord Leverhulme, samen met de Nederlandse kooplieden en industriëlen Sam van den Bergh en Anton Jurgens een gezamenlijke onderneming op te richten: Unilever. Hiertoe werd Lever Brothers, producent van zepen als Sunlight en Vim schuurpoeder, samengevoegd met Margarine Unie, fabrikant van margarinemerken als Blue Band (‘Koopt heden Blue Band, Versch gekarnd’) en Zeeuws Meisje (‘Zoo fijn als Boter doch niet zo duur’).
Het was een lumineus idee. De bedrijven konden gezamenlijk grondstoffen inkopen (met name palmolie), afzetmarkten bewerken en de organisaties stroomlijnen. De bedrijven vulden elkaar aan. Als de zepen het in tijden van crisis wat minder deden, kon dat gecompenseerd worden door betere resultaten bij de voedingsmiddelen (mensen moeten altijd eten). En andersom. Unilever werd een mondiale gigant op het gebied van huishoudelijke en persoonlijke verzorging en voedingsmiddelen.
Maar het honderdjarig bestaan zal het concern niet halen. Onder druk van activistische aandeelhouders zal Unilever ook de laatste voedingsmiddelenactiviteiten (Knorr-soepen en Hellmann’s-mayonaises) verkopen.
In vijf jaar tijd is Unilever compleet gestript, een proces dat bij Philips nog 25 jaar vergde. Na de margarines werden de thee- (Lipton) en ijsdivisies (Magnum) verkocht. Ook de worsten van Unox, de Vegetarische Slager en Conimex zijn naar de hoogstbiedende gegaan.
Eigenlijk zou de ontmanteling moeten worden geformaliseerd in de naamgeving. Het huidige beursfonds Unilever, dat vijf jaar geleden ondanks de smeekbedes van toenmalig premier Mark Rutte een Brits bedrijf werd en zijn hoofdkantoor in Londen vestigde, zou verder moeten gaan als Lever Brothers.
De onderdelen in Nederland zouden kunnen opgaan in een nieuw op te richten Margarine Unie. Upfield BV, de eigenaar van de smeersels, zou daarvoor moeten worden samengevoegd met de Amsterdamse beursfondsen Magnum Ice Cream (ook Cornetto en Ben & Jerry’s) en CVC, dat de theemerken overnam en onderbracht in Ekaterra.
Het zou een voedingsmiddelenconcern van mondiale allure creëren, waar Amerikanen en Chinezen een puntje aan kunnen zuigen. Brussel zou het toejuichen. En Rob Jetten, die Nederland als premier op de kaart wil zetten, zou het omarmen. Het past perfect in de tijdgeest van hernieuwd nationalisme: Europa Eerst en Holland Eerst.
Unilever straalde vanaf de oprichting in 1930 een vleugje idealisme uit. Het concern werd niet alleen opgericht ter meerdere eer en glorie van de aandeelhouders, maar ook om mensen in de crisisjaren goed voedsel voor te kunnen schotelen.
In de jaren tien van deze eeuw ontpopte toenmalig ceo Paul Polman zich als de kampioen van maatschappelijk verantwoord ondernemen, met duurzame productie en een eerlijk loon voor alle werknemers. Activistische aandeelhouders maakten een einde aan deze illusie.
Het conglomeraat is achterhaald. In het kortetermijndenken van de jaren twintig van de 21ste eeuw past dat niet. De slechter renderende onderdelen moeten er zo snel mogelijk uit. En voeding kent nu eenmaal, op dit moment, niet de hoge marges van zeep en shampoos.
Misschien kan een nieuwe Margarine Unie NV iets van de oude idealen oppakken. Polman zit thuis met zijn grote zak geld toch maar te verpieteren.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.