Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Onderweg naar het stembureau kwam ik langs een abri waarin een poster hing die een verhaal probeerde te vertellen over discriminatie. Om preciezer te zijn, ‘discriminatie of uitsluiting in Haarlem’. Dat ‘in Haarlem’ stond in rode letters, alsof je bij uitsluiting en discriminatie in aangrenzende gemeenten pech had.
‘Wij ondersteunen je. Met luisterend oor, advies en hulp, voorlichting en trainingen.’ Het meest in het oog sprong een foto met daarop acht personen die duidelijk een afspiegeling moest voorstellen van mensen die last hebben van uitsluiting en discriminatie.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Ik probeerde – terwijl ik mij nog maar eens in mijn warme bad van wit, heteroseksueel en mannelijk privilege wentelde – met welke vormen van uitsluiting en discriminatie de verschillende afgebeelde personen te maken hadden. Van de meesten kon ik dat wel invullen. Helemaal links stond een jongen met spastische parese, daarnaast een vrouw met Aziatisch uiterlijk, naast haar een oudere witte man, een zwarte vrouw met krullen, een jongere vrouw met een lichtblauwe hoofddoek en een knappe man van mijn leeftijd, met mediterrane huidskleur. Tot zover een eenvoudige invuloefening (al duurde het even voordat ik bedacht dat de oudere witte man ‘leeftijdsdiscriminatie’ moest voorstellen).
Er was ook nog een jongere, witte vrouw met blond, achterovergekamd haar. Daar werd het wat lastig, maar ik vermoedde dat hiermee een representatie van zowel de categorie ‘vrouw’ als ‘lesbienne’ werd bedoeld. Het werd dubieuzer. Als derde van rechts, tussen de jonge vrouw met de lichtblauwe hoofddoek en de zwarte vrouw met de krullen, stond een jonge witte man.
Hij had het blakende gelaat van iemand die net drie weken naar Mallorca is geweest, perfecte jukbeenderen, een weelderig blonde haardos, ogen in het lichtste hazelnoot, een zelfverzekerde blik en een volle, perfect gecoiffeerde snor. Met welke vorm van discriminatie zou deze droom van elke genenfetisjist te maken hebben?
Het werd een kwestie van deductie. Dit was niet iemand die last had van leeftijdsdiscriminatie, noch racisme. Hij had ook verder geen uiterlijke kenmerken die uitsluiting op basis van de meest voorkomende vormen van discriminatie verklaarden. Dus we hadden: jonge, knappe, witte man. Dit kon maar één ding betekenen en die brainstorm moet een feest zijn geweest.
‘Ja nee, zo gaan mensen niet raden waarop hij gediscrimineerd wordt.’
‘Mensen gaan deduceren. Maak je geen zorgen.’
‘Nee, dat is niet genoeg.’
‘Je hebt gelijk. Geef hem een snor.’
‘Pardon?’
‘Ja, zo’n lekkere dikke homosnor, zoals Freddie Mercury’.
‘Wauw. Wat?’
‘Ik zie dat je geëmotioneerd bent. Wat is er aan de hand?’
‘Nou, ten eerste: wie ben jij? En ten tweede: daarmee nemen we dus een achterhaald, stereotiep uiterlijk kenmerk en koppelen dat aan een bepaalde seksuele geaardheid.’
‘Ja, so what?’
‘Maken we onszelf dan niet schuldig aan precies datgene waarmee we mensen met deze campagne proberen te helpen?’
‘Doe niet zo moeilijk. Niemand die het ziet.’
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns