Home

De foto’s van David Levinthal tonen flitsen uit het Amerikaanse geheugen vanuit een ander perspectief

In het Hart Museum in Amsterdam zijn zes series te zien van de Amerikaanse fotograaf David Levinthal. Zijn foto’s zijn bedrieglijk realistisch: uit de kinderlijke fantasie die hij schijnbaar toont, met speelgoed en barbies, is het ruw ontwaken.

is redacteur van de Volkskrant en schrijft over fotografie.

De Amerikaanse fotograaf David Levinthal (70) is nooit losgekomen van de fascinaties van zijn zeer Amerikaanse jeugd. Als jochie van 5, opgroeiend in Californië, lag hij languit op de grond en speelde met indianenpoppetjes, cowboys, wigwams en door hekken omzoomde barns, waar wilde plastic paarden werden getemd, als er tenminste geen veldslagen werden uitgevochten met geweren en pijlen. Veel soldaatjes had hij ook, waarmee hij de kersverse glorieuze overwinning op Hitlers Derde Rijk van de geallieerden, de Amerikanen voorop, kon herbeleven.

Het naspelen van de stoere en met bloed doordrenkte Amerikaanse geschiedenis, dat doet Levinthal nog steeds in de studio. Hij bouwt diorama’s met speelgoedpoppetjes en schaalmodellen van huifkarren, auto’s, vliegtuigen, tanks en veel stars and stripes. Hij voorziet zijn 3D-ensceneringen van dramatische en suggestieve belichting (en daarmee schaduw) en speelt een knap spel met de onscherpte die met diafragma-instellingen en de keuze van de lenzen kan worden beïnvloed. Daarmee creëert hij droom- en nachtmerrieachtige taferelen, vaak met polaroids op groot formaat (A3).

Levinthals foto’s zijn bedrieglijk realistisch: toeschouwerers kunnen eenvoudig zien dat hun een illusie wordt voorgeschoteld, en tegelijk willen zij meegaan in de kinderlijke fantasie dat wat zij zien waarheidsgetrouw is. Zo appelleert de kunstenaar aan ieders naïviteit, ontvankelijkheid en onschuld, waaruit het evenwel ruw ontwaken is.

Kritische kijk op de geschiedenis

Het Hart Museum in Amsterdam toont in een grote, fraai opgebouwde tentoonstelling zes van Levinthals series. Ze zijn afkomstig uit een schenking aan het Smithsonian Museum in Washington. Dat is een van de culturele instellingen die door president Donald Trump en de zijnen op de korrel zijn genomen, omdat het onvoldoende meedeint op de golven van antiwoke en patriottisme waarover ook de Amerikaanse kunstwereld de loftrompet wordt geacht te steken.

Met zijn nadrukkelijk kritische invulling in de series van de Amerikaanse geschiedenis en popculturele fenomenen (zoals Barbie, pin-ups en American beauties als Marilyn Monroe), is duidelijk dat Levinthal zich niet voor het karretje van Maga laat spannen.

Gehavende vlag

De tentoonstelling opent met zijn herinterpretatie van de iconische foto van Iwo Jima, waarop een groepje Amerikaanse soldaten op het Japanse eiland tegen het eind van de Tweede Wereldoorlog de victorie kraait door een Amerikaanse vlag op te richten. Levinthal gebruikt een ander perspectief dan zijn voorganger bij het oorspronkelijke tafereel, waarmee hij duidelijk maakt dat hij een alternatieve geschiedschrijving voorschotelt. Bovendien wappert zijn vlag niet fier in de bries van de Stille Oceaan, maar is die geschroeid en gehavend.

Behoorlijk imposant is ook de groot afgedrukte Helicopter from Vietnam (2010), een schaalmodel van de heli uit de film Apocalypse Now tegen een bloedrood-geel oplichtende hemel, veroorzaakt door de napalmbommen waarmee de Amerikanen de hel creëerden. Uit dezelfde serie komt Tall Grass, met een eenzame Amerikaanse soldaat, net uit de heli op de achtergrond gesprongen in het gras, klaar voor de strijd in een vijandig oerwoud. Iedereen die films of series over de Vietnamoorlog heeft gezien, kent dat gras, nerveus kolkend door de opstijgende wentelwiek.

De eenzaamheid van Marilyn Monroe

Levinthals visuele spel met fictie en (al dan niet vervormd herinnerde) werkelijkheid maakt de gruwelijkheid van veldslagen invoelbaar, net als de eenzaamheid van de schaars geklede Marilyn voor de manschappen in Korea. Maar niet altijd lukt het hem zijn werk diepere lagen mee te geven die meer zijn dan een (knappe) herinterpretatie van Amerikaanse populaire iconografie.

Zijn verzadigde serie (voor de verandering scherpe) Polaroid-portretten uit 1998 van de slanke Barbie, eentje met het boekje How to Lose Weight in haar hand, oogt wat gedateerd: eerder een liefdevol eerbetoon dan een kritische blik. En de grote serie met legendarische honkbalspelers, zoals Joe DiMaggio, eert helden die wel de Amerikaanse harten beroeren, maar die van andere nationaliteiten minder. Wél geweldig nagebootst, hun slidings en tot homeruns leidende knuppelslagen.

De foto Dallas 1963 uit 2013 is een treffend voorbeeld van hoe David Levinthal bij een historische gebeurtenis nieuwe visuele waarde toevoegt aan bestaand beeld. Hij baseerde de foto op het vage 8mm-filmpje van Abraham Zapruder van de dodelijke beschieting van president John F. Kennedy in 1963.

Levinthal heeft dit in het collectieve geheugen gegrifte moment naar zijn hand gezet door het standpunt van de camera naar de andere kant te verplaatsen. Hij toont het moment voordat de president door kogels in het hoofd wordt getroffen. First lady Jackie zit stralend naast hem met haar fraaie roze hoed en nog niets wijst op het drama dat de wereld zal veranderen.

Fotografie
★★★☆☆
Hart Museum, Amsterdam
T/m 6/9.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next