De Oekraïense president Volodymyr Zelensky heeft "een heel slecht voorgevoel" over de gevolgen voor zijn eigen land van de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran. De Europese bondgenoten delen zijn zorg dat Rusland de baat heeft bij het conflict in het Midden-Oosten.
Als Trump zo graag Europese militaire hulp wil in de Straat van Hormuz, valt er dan geen deal te sluiten? In ruil kan de Amerikaanse president zich wellicht minder pro-Russisch opstellen in onderhandelingen om de oorlog in Oekraïne te beëindigen, een breed gedragen wens in Europa.
Dat idee werd dinsdag voorgelegd aan de Finse president Alexander Stubb, tijdens een bijeenkomst van een denktank in Londen. Hij leek eerst verrast en liep vervolgens snel warm. "Ik denk dat dit werkelijk een heel goed idee is." Stubb zei het te gaan bespreken met zijn team.
De Finse president is een van de Europese leiders die zich ernstige zorgen maken over de gevolgen van de nieuwe oorlog in het Midden-Oosten voor de oorlog in Europa, die zijn vijfde jaar is ingegaan. Dat geldt ook voor Zelensky: de Oekraïense president zei afgelopen woensdag in een interview met de BBC dat hij een "heel slecht voorgevoel" heeft over wat de Iranoorlog zal betekenen voor zijn land.
De Britse premier Keir Starmer ontmoette Zelensky deze week in Londen voor de ondertekening van een militair drone-verdrag en verzekerde hem dat "de focus op Oekraïne moet blijven". Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Oekraïne dreigt "de grootste verliezer" van de Iranoorlog te worden, zei onderzoeker Ed Arnold van de Britse defensiedenktank Royal United Services Institute (RUSI) recent tegen persbureau AP. Daar zijn drie hoofdredenen voor.
De vredesgesprekken tussen Oekraïne en Rusland, die vorig jaar en begin dit jaar plaatsvonden, kenden al weinig voortgang. Maar ze zijn helemaal stilgevallen, nu bemiddelaar de VS de handen vol heeft aan de eigen oorlog.
De Turkse regering bood Rusland deze week aan om gastheer te spelen voor een nieuwe ronde van gesprekken, maar het Kremlin liet donderdag weten dat die "op pauze staan". Volgens een woordvoerder praten Russische onderhandelaars nog wel met de Amerikanen over investeringen en economische samenwerking.
Aan de frontlinie in het oosten en zuiden van Oekraïne vinden op dit moment weinig verschuivingen plaats, maar deskundigen zeggen dat de tijd waarschijnlijk in het voordeel van Rusland werkt. In de uitputtingsoorlog heeft het land simpelweg meer incasseringsvermogen dan het veel kleinere Oekraïne.
De export van olie en aardgas blijft ondanks westerse sancties de voornaamste inkomstenbron van Rusland. Stijgende energieprijzen op de wereldmarkt, door de sluiting van de Straat van Hormuz, zijn dus uitstekend nieuws voor Moskou.
De VS heeft bovendien sancties tegen Rusland afgezwakt, in een poging om de wereldwijde olieprijs te stabiliseren. Dat had meteen gevolgen: Reuters meldde donderdag dat Aziatische landen deze maand naar verwachting een recordhoeveelheid Russische olie zullen importeren. In Rusland werd dat met blijdschap ontvangen. "Kom overeind van je knieën, olie", zei een vooraanstaande Russische militaire blogger op Telegram.
Europese landen halen weinig energie direct uit het Midden-Oosten, maar zijn wel gevoelig voor prijsstijgingen op de wereldwijde energiemarkt. Europa heeft zich in de afgelopen jaren ook relatief snel losgemaakt van afhankelijkheid van Russische olie en gas, op Hongarije en Slowakije na. Vorig jaar kwam 13 procent van de gasimport en 3 procent van de olie-import in de EU uit Rusland.
De Russische president Vladimir Poetin speelt hardop met de gedachte om die 13 procent aardgas niet meer te leveren. "Andere markten komen nu beschikbaar en misschien is het voordeliger voor ons om nu te stoppen met leveren aan de Europese markt", zei hij begin deze maand. Volgens deskundigen zou dat Europa de kop niet kosten, maar kan het de door de Iranoorlog veroorzaakte energiecrisis wel extra pijnlijk maken.
En terwijl Rusland meer verdient, wordt Oekraïne - dat financieel al overeind wordt gehouden door zijn Europese bondgenoten - juist geconfronteerd met grotere uitgaven.
Oekraïne smeekt het westen al maanden om meer interceptors: raketten waarmee vijandelijke raketten of drones uit de lucht kunnen worden geschoten. Oekraïne heeft innovatieve manieren ontwikkeld om Russische drones te onderscheppen, bijvoorbeeld met eigen 'jagerdrones'. Maar voor het stoppen van de Russische raketten, waarmee hun steden ook worden bestookt, zijn de Oekraïners afhankelijk van Amerikaanse Patriot-raketten.
De VS, Israël en de Golfstaten hebben tot nu toe zeker duizend (en mogelijk een meervoud daarvan) Patriot-raketten gebruikt tijdens de Iranoorlog. Dat is bijna twee keer zoveel als het aantal dat de Amerikanen per jaar produceren en aanzienlijk meer dan de Patriots die Oekraïne in de afgelopen vier jaar lanceerde als bescherming tegen Russische raketaanvallen.
Voor de Oekraïners is het extra zuur dat Patriots niet alleen worden ingezet tegen Iraanse raketten, maar ook tegen drones. Een Patriot kost 2,5 tot 5 miljoen euro, terwijl Iran naar schatting 20.000 tot 50.000 euro kwijt is voor een Shahed-drone. De jagerdrones die Oekraïne gebruikt tegen de Russische versies van dezelfde Shaheds kosten enkele duizenden euro's.
Zelensky maakte afgelopen dinsdag bekend dat ruim tweehonderd Oekraïense drone-experts naar het Midden-Oosten zijn gestuurd om de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar, Saoedi-Arabië en Koeweit te helpen met hun luchtverdediging. Volgens hem gebeurt dat niet alleen op verzoek van die landen, maar ook van de VS.
Of het Oekraïne veel goodwill zal opleveren in Washington is de vraag. "De laatste persoon van wie wij hulp nodig hebben is Zelensky", zei president Donald Trump afgelopen zaterdag tegen NBC News. Trump weigerde antwoord te geven op de vraag of de VS wel Oekraïense assistentie krijgt in het Midden-Oosten.
Source: Nu.nl algemeen