Ik vulde als brave burger netjes de Rotterdamse stemwijzer in om vervolgens op geen van de partijen te stemmen die in mijn top-drie eindigde.
En toch is het altijd een interessante exercitie, om een idee te krijgen hoe partijen tegen de dingen aankijken. De TU Delft wil bijvoorbeeld uitbreiden in Rotterdam. Een van de stellingen was dat de gemeente moet meebetalen aan de huisvesting van deze Delftse studenten. Denken partijen dan: wat komen die Delftenaren hier eigenlijk doen? We hebben toch al een universiteit?
Of denken ze dan: geweldig! Een samenwerking tussen TU Delft en Erasmus, wat een fantastisch high-tech synergetisch 1+1=3-project. Nog meer mensen van buiten, het geeft een nieuwe impuls met start-up-incubators en nieuwe gebouwen van glas en staal en high potentials van over de hele wereld. Dit is wat we in Rotterdam nodig hebben.
De vrees is dat dat laatste overwint. Het is hartstikke hip zo’n campus van de ene universiteit in de andere stad. Leiden in Den Haag, Groningen in Friesland. Maastricht in Heerlen. Delft naar Rotterdam.
De universiteit als een sterk merk, dat net als Kentucky Fried Chicken niet vast zit aan Kentucky maar gewoon overal franchises kan beginnen. En gemeenten staan erom te springen. Want wie wil er nu niet de allure van de academie in zijn stad?
Het trekt alle gemiddelden de goede kant op. Academici doen een minimaal beroep op het sociale vangnet, ze zijn veel gezonder dan de rest van Heerlen, Rotterdam, Den Haag of Leeuwarden en bovendien piepjong. Ze rijden niet op fatbikes, ze vapen niet, ze trekken geen bijstand, ze hebben geen jeugdzorg nodig, geen thuiszorg, geen kraamzorg, geen ouderenzorg, ze gaan gewoon stemmen als je dat aan ze vraagt. En wees nou eerlijk: al die succesvolle knappe jonge mensen zien er gewoon fris uit in het straatbeeld. Ook als de helft ervan allemaal aan het eind van de dag weer naar huis moet omdat er alleen voor de internationale studenten huisvesting was geregeld.
Het culturele kapitaal van de universiteit is zo gewild dat de universiteit er gemeentes tegen elkaar mee uit kan spelen. Toen de Universiteit Leiden een aantal jaar geleden 58 sociale huurwoningen wilde laten slopen voor nieuwbouw en daar niet zoveel enthousiasme over bestond, lonkte Den Haag opzichtig naar de nieuwe Humanities-campus. Voor Leidse raadsleden speelde die competitie uit Den Haag mee om akkoord te gaan met de het vastgoedplan.
Toch blijkt de praktijk weerbarstig. De expansiedrift over gemeentegrenzen heen is niet altijd een succes. De Fryslân-campus van de Universiteit Groningen was mede bedoeld om het hoger onderwijs toegankelijker te maken voor de Friezen. Friesland had er veel voor over: middelbare scholieren kregen 1.600 euro subsidie om zich op de campus in te schrijven voor een opleiding. Het doel was om meer dan 600 studenten op de campus te verwelkomen. Het zijn er nu enkele honderden, van wie maar 36 uit Friesland afkomstig.
Hetzelfde geldt voor de uitbreiding van Avans Hogeschool in Roosendaal. Ook die Brabantse stad wilde dolgraag verhipping en verheffing door middel van hoger onderwijs. Maar ook daar vielen de leerlingenaantallen tegen. Toen een raadslid opperde om de Hogeschool toch eens te vragen huur te betalen voor het vastgoed, bleek dat te riskant. Ook Avans dreigt dan om hun boeltje en hun hogeropgeleiden te pakken en de stad te verlaten.
Zowel bestuurders van de universiteit als van de gemeente onderschatten hoezeer steden wél hun eigen karakter behouden. Een eigen geschiedenis, eigen DNA, eigen ambachten en eigen opleidingscultuur. Die zijn niet zomaar om te vormen door instituties en mensen van buiten aan te trekken.
Steeds weer blijkt: de afstand tot het hoger onderwijs is niet het probleem; als inwoners willen studeren is twintig minuten in de trein geen drempel. Voor succesvolle samenwerkingen heb je dan ook geen nieuw vastgoed nodig, je kunt ook vakken volgen op elkaars faculteiten, zo laten TU Delft en Leiden al bijna dertig jaar zien met gezamenlijke bètaopleidingen.
Ondanks de gemengde ervaringen uit andere steden, zie je aankomen dat Rotterdam als een blok voor de TU Delft gaat vallen. Tel maar op: een stad, niet gehinderd door al te veel historisch besef. Vernoemde alles naar een denker die in zijn kindertijd uit Rotterdam verdween en nooit meer terugkwam. Zag in het bombardement ooit een goede aanleiding om zijn oude binnenstad eigenhandig te slopen. Een stad met een relatief hoog percentage mannen met een can-do-mentaliteit en ingewikkelde schoenen, die niet denken in academische inhoud maar in vastgoed.
Zelfs de pragmatiek van deze verheffingsstrategie past Rotterdam als een handschoen. Als het je niet lukt om armoede te bestrijden, moet je het maar verdunnen.
Laten we vooral hopen dat de nieuwe raadsleden de verleiding van mooie praatjes kunnen weerstaan. En de eigen kracht van hun gemeente inzien.