Home

Een Hitlerportret boven de bank: kunst uit het Derde Rijk wordt meer verhandeld en tentoongesteld

Nazikunst Er worden recordbedragen betaald voor werk van kunstenaars die populair waren bij de nazi’s, blijkt uit onderzoek van NRC. Ook in musea is kunst uit het Derde Rijk vaker te zien. „Mensen zijn altijd al krankzinnig gefascineerd geweest door het kwade.”

Werk uit de collectie van de German Art Gallery, gespecialiseerd in kunst uit het Derde Rijk.

Twee gigantische houten Wehrmachtsoldaten domineren de woonkamer. In de gang hangt een schilderij van Duitse soldaten in Russische loopgraven. De rest van het huis puilt uit van de sculpturen van mannelijke of vrouwelijke naakten, landschappen vol hardwerkende boeren, een nationaal-socialistische versie van Maria: met blond haar en blauwe ogen.

De kunst in deze doorsnee twee-onder-een-kapwoning behoort toe aan een Nederlandse handelaar, die zijn bedrijf German Art Gallery noemt. Het is geen geroofde kunst, maar kunst zoals Adolf Hitler en andere nazi’s die graag zagen: klassiek, realistisch, romantisch. Afgelopen jaar ging werk van acht kunstenaars die behoorden tot de favorieten van het naziregime voor recordbedragen over de toonbank, blijkt uit onderzoek door NRC.

Ruim tachtig jaar na de Tweede Wereldoorlog wordt het debat over deze kunst volop gevoerd. Is het waardevol erfgoed of besmette propaganda? Wie heeft er eigenlijk belangstelling voor en waarom? Brengt het veel op? NRC onderzocht de handel in deze kunst en maakte een rondgang langs de mensen die zich er op allerlei manieren toe verhouden, van een museumdirecteur tot de handelaar bij wie een portret van Hitler aan de muur hangt.

Het Duitse museum‘Alleen door het op tafel te leggen kunnen we ervan leren’

Curator Frank Werner is geen man die snel van zijn stuk is. Maar afgelopen november gierden de zenuwen door zijn lijf. Het was de dag voor de opening van de tentoonstelling Formen der Anpassung: Kunsthandwerk und Design im Nationalsozialismus. Hoe zullen ze reageren, dacht de curator toen hij tegenover een bataljon journalisten zat in Das GRASSI, een museum voor design en toegepaste kunst in Leipzig.

„Is het wel gepast om een tentoonstelling over nationaal-socialistische kunst te organiseren”, wilde een van hen weten. Werner knikte. „Met kunst werd propaganda bedreven door de nationaal-socialisten”, zei hij. „Die propaganda was zo ongelooflijk sterk, die drong door tot in de huiskamers van burgers. Een goede Duitser at met een Duitse lepel waarin het nationaal-socialistische tot uitdrukking kwam.”

Het is belangrijk, hield hij de journalisten voor, dat mensen begrijpen hoe kunstenaars zich tijdens de naziperiode in bochten wrongen om niet op een zijspoor te belanden. Of zich juist zonder morren conformeerden aan de voorgeschreven eisen, om daar financieel beter van te worden.

Werner deed twee jaar over de voorbereiding van de tentoonstelling, waar nog tot 12 april ruim vierhonderd gebruiksvoorwerpen met een beladen geschiedenis te zien zijn, zoals vazen, kruiken en meubels. Een groot deel werd in opdracht van de nazi’s gemaakt, of geëxposeerd op door hen georganiseerde tentoonstellingen.

Kunst uit de collectie van de German Art Gallery.

Het museum was bang dat de tentoonstelling demonstratief bezocht zou worden door neonazi’s, maar dat gebeurde niet. Wel kwamen er bovengemiddeld veel bezoekers op af en volgden positieve recensies. De tentoonstelling werd vorige maand genomineerd voor de Kuratorenpreis van het Duitse kunsttijdschrift Art.

Nazikunst maakte deel uit van de routekaart naar de ‘utopie’: een wereld van sterke mannen, vruchtbare vrouwen, grote gezinnen en boeren met hun handen in de Duitse aarde. Het nazistische begrip Blut und Boden, waarbij het bloed (lees: het Arische ras) verbonden is met de grond (lees: Lebensraum) die door het volk bewerkt wordt en het voedt, werd tot leven gewekt in ogenschijnlijk onschuldige agrarische taferelen. De Körperkultur, de verheerlijking van het gezonde Arische lichaam, wordt verbeeld in naakte sculpturen en portretten.

Die kunst is steeds vaker op zaal in kunstmusea te zien, ook in Nederland. De eerste tentoonstelling vond plaats in Museum Arnhem. Van september 2019 tot maart 2020 was in het Design Museum in Den Bosch Design van het Derde Rijk te zien. In 2023 volgde Museum Arnhem met de tentoonstelling Kunst in het Derde Rijk.

In Duitsland ligt het exposeren van nationaal-socialistische kunst nog steeds extreem gevoelig, zegt Werner. Hij ziet wel een voorzichtige kentering. „En dat is belangrijk, want alleen door die pijnlijke geschiedenis op tafel te leggen kunnen we ervan leren. Ik vergelijk het wel eens met familieproblemen die onbesproken blijven. Als je die niet naar de oppervlakte brengt, etteren ze nog generaties door.”

De marktFavorieten van de nazi’s passeren bij kleine én grote veilinghuizen

2025 was een recordjaar voor de handel in nazikunst, blijkt uit onderzoek van NRC. Werken van acht kunstenaars die favoriet waren bij het naziregime worden niet alleen bij online veilingen en kleinere veilinghuizen verkocht, maar ook bij Sotheby’s en Christie’s.

Aan het eind van de oorlog stelde Hitler met propagandaminister Goebbels een lijst samen van kunstenaars die voor het nazi-regime van groot belang werden geacht: de Gottbegnadeten-Liste, de ‘lijst van door God begenadigden’. Er staan ruim duizend namen op van schrijvers, beeldend kunstenaars, musici en theatermakers. Op de lijst is een aparte categorie ingeruimd voor kunstenaars die boven hun collega’s verheven waren: de specialen. In de categorie ‘beeldend kunstenaar’ staan hierop de beeldhouwers Arno Breker, Georg Kolbe, Josef Thorak, Fritz Klimsch en de schilders Hermann Gradl, Arthur Kampf, Willy Kriegel, Werner Peiner en Paul Schultze-Naumburg.

Het werk van veel van deze kunstenaars is de afgelopen jaren in waarde gestegen, blijkt uit een inventarisatie door NRC van verkoopprijzen op Artprice.com, waar wordt bijgehouden waar ter wereld wat wordt geveild en voor welk bedrag. Van Schultze-Naumburg zijn in deze database geen verkopen bekend, de inventarisatie richtte zich op de acht overige kunstenaars. Vorig jaar werd voor 3,7 miljoen euro aan werken van deze acht verkocht via publieke veilingen. Dit bedrag valt overigens in het niet bij de prijzen die tegenwoordig voor sommige andere kunstwerken worden betaald. Zo werd er in 2025 een veilingrecord behaald met de verkoop van een schilderij van Gustav Klimt (1862-1918) voor 236,4 miljoen dollar, wiens werk door het naziregime als ‘ontaarde’ kunst werd bestempeld. Toch is de prijsstijging van nazikunst opvallend. Van vier van de acht onderzochte kunstenaars werd in 2025 voor een recordbedrag aan werken verkocht, afgemeten naar de afgelopen tien jaar. De anderen laten een sterke stijging zien, of piekten in 2023 of 2024.

Werd een klein bronzen beeld van Klimsch van een olympiër, gemaakt in 1936, op een veiling in Hamburg in 1992 nog voor 2.000 euro verkocht, vorig jaar gingen er in Duitsland vrouwelijke naakten van Klimsch onder de hamer voor 17.500 tot 70.000 euro.

Voor het werk van Josef Thorak, Georg Kolbe en Arno Breker is dat niet anders. Niet altijd gaat de waarde van hun werk in een rechte lijn omhoog, maar grosso modo werd er in de afgelopen kwarteeuw wel steeds meer voor geboden. Zo ging in 1988 een tweeënhalf meter hoog mannelijk naakt van Kolbe voor iets meer dan een ton in Berlijn onder de hamer. Eind vorig jaar werd in diezelfde stad een veel kleiner vrouwelijk naakt van Kolbe – richtprijs 250.000-350.000 euro – verkocht voor 1,12 miljoen euro. In 2025 werd er bijna tweeënhalf miljoen euro neergeteld voor zijn kunstwerken op veilingen wereldwijd.

De kunstVan ploegende boeren tot naakte vrouwen

In 2019 werd in het Design Museum in Den Bosch een tentoonstelling geopend over vormgeving als propagandamiddel in nazi-Duitsland. Deze trok een recordaantal bezoekers maar oogstte ook felle kritiek. „In sommige media werd ik fascistisch genoemd”, vertelde directeur Timo de Rijk een paar jaar later op de website van een Brabants cultuurfonds. „Er kwamen ingezonden brieven in de krant, zelfs van de Russische ambassadeur. Maar zodra de tentoonstelling opende, ebde die kritiek grotendeels weg.”

De conservator van het Design Museum in Den Bosch, Almar Seinen, werd door het Deutsches Historisches Museum in Berlijn benaderd met de vraag of er een ander Nederlands museum was dat iets met kunst uit het Derde Rijk wilde. Het Duitse museum had vierhonderd werken in depot waar niets mee werd gedaan.

Seinen nam contact op met Jelle Bouwhuis, conservator moderne kunst van Museum Arnhem, dat in 2015 al een tentoonstelling organiseerde over tussen 1940 en 1945 door de Nederlandse overheid aangekochte ‘geaarde kunst’, onderdeel van de door de nazi’s opgerichte Nederlandse Kultuurkamer, van onder anderen Karel Appel, Pyke Koch, Jan Sluijters en Carel Willink. Daar hadden ze meteen interesse, vertelt Bouwhuis in een piepklein kamertje op de administratie van het museum. Wel was er discussie over hoe deze „best attractieve werken” gepresenteerd moesten worden, „want ja, het was wel kunst die gemaakt werd om mensen te overtuigen van een verderfelijke ideologie”.

Van de naakte vrouwen die Johann Schult schilderde werden ansichtkaarten gemaakt voor Duitse soldaten aan het front. De beelden die Arno Breker en Josef Thorak van naakte mannen maakten, verwezen naar de nationaal-socialistische Körperkultur. De ideale man was volgens de nazi-leer moedig en gespierd, net als de ideale man in het oude Griekenland en het Romeinse Rijk.

Kunst uit de collectie van de German Art Gallery in het woonhuis van de eigenaar.

Het kostte Bouwhuis uiteindelijk drie jaar om onderzoek te doen naar de schilderijen en beeldhouwwerken. Van de negentig werken op de tentoonstelling werden ruim zestig ter beschikking gesteld door het Deutsches Historisches Museum in Berlijn. Twee werken kwamen van een Duitse privécollectie en een uit Pinakothek der Moderne in München. De rest werd kosteloos in bruikleen gegeven door de German Art Gallery.

De Duitse onderzoeker‘Je kunt deze kunst niet los zien van de Holocaust’

Christian Fuhrmeister, onderzoeker aan het Centraal Instituut voor Kunstgeschiedenis in München en specialist in kunst uit het Derde Rijk, bezocht de tentoonstelling in Arnhem met een aantal van zijn studenten. „In Duitsland maakt deze kunst geen deel uit van de kunstgeschiedenis”, zegt Fuhrmeister. „Je ziet af en toe wel kleine, tijdelijke tentoonstellingen in historische musea, maar voor kunstmusea is dat taboe.” Hij zou willen dat dat verandert. „Om er een gesprek over te kunnen voeren moet je die kunst kunnen zien, alleen dán kun je je verhouden tot dit deel van het cultureel erfgoed.”

De kunst is niet los te zien van het naziregime, vindt Fuhrmeister. Zonder kennis van zaken heb je niet meteen door wat je ziet. „Je moet naar de context kijken, holistisch”, zegt hij. Een landschapsschilderij, een vrouwelijk naakt, een wandkleed met hakenkruis: álles droeg bij aan de beeldvorming van de ‘utopie‘ die het Derde Rijk nastreefde.

De tentoonstellingen in Nederland vond hij „te simplistisch”. Zo was er in Arnhem een „donkere ruimte” met de meest duistere nazi-kunst. „Dit stond dan in contrast met de rest van de tentoonstelling. Alsof je kunt zeggen: wat je in die kamer aantreft is echt politiek en nationaal-socialistisch. Maar álle kunst die door het regime op de Großen Deutschen Kunstausstellungen tentoongesteld werd, was politiek.” Dat waren de jaarlijkse kunsttentoonstellingen die het naziregime tussen 1937 en 1944 in München organiseerde.

Fuhrmeister kent de eigenaar van de German Art Gallery en typeert hem als een „soort nazi-nerd”. Ze hebben „een rare werkrelatie”, vertelt hij. „Hij is bezeten van het onderwerp, maar doet onderzoek dat hier in Duitsland nog te weinig wordt gedaan.” Ze zijn het met elkaar eens dat kunst uit het Derde Rijk niet verstopt moet worden. Maar, zo zegt Fuhrmeister, diens fascinatie zorgt ook voor tunnelvisie, want „je kunt deze kunst niet los zien van de Holocaust”. Hij gelooft niet dat je een portret van Hitler aan de muur kunt hebben zonder dat je „een soort affiniteit of verwantschap” hebt met de nazi-ideologie.

De kunsthandelaar‘Een uit de hand gelopen hobby’

Een twee-onder-een-kapwoning met een eeuwigdurende knipoog: bij de buren zijn de gordijnen open, hier zijn de rolluiken altijd dicht. Kunst is overal in het huis van de Nederlandse eigenaar van de German Art Gallery. Sculpturen van naakte lichamen op sokkels, op kasten, op de koelkast. De collectie omvat zo’n vierhonderd schilderijen, beelden, tekeningen en wandkleden. Enthousiast wijst de eigenaar, die in de publiciteit het pseudoniem Marius Martens gebruikt, naar het monumentale schilderij boven de bank: een onderzeeboot die tegen metershoge golven op beukt. Een geweer op het dek, gevechtsvliegtuigen op de achtergrond. Het is gemaakt door maritiem schilder Claus Bergen en lag volgens hem decennialang opgerold in een kelder in Duitsland.

Wiedererstanden U-26, Wederopstanding van de U-26, werd in 1937 geëxposeerd op de Großen Deutschen Kunstausstellung. Dat staat in een gids van de tentoonstelling die hij bij een antiquair heeft gekocht. In het nationaal archief van Duitsland ontdekte hij dat het schilderij in 1937 door Adolf Hitler werd aangekocht voor 4.000 Reichsmark, voor diens nieuwe Rijkskanselarij in Berlijn.

Kunst uit collectie German Art Gallery.

Op zijn telefoon laat hij een foto zien van de dictator die poseert voor het schilderij. Vooral kunst die toebehoorde aan nazi-kopstukken als Hitler, diens privésecretaris Martin Bormann, SS-leider Heinrich Himmler en propagandaminister Joseph Goebbels is gewild bij verzamelaars. Dat geldt ook voor werken die te zien waren de Großen Deutschen Kunstausstellungen.

„Een uit de hand gelopen hobby”, noemen de eigenaar en zijn vriendin hun kunstverzameling. Hun leven is er op aangepast, de buren zijn nog nooit over de vloer geweest. Maar hun gezamenlijke „passie” zorgt voor avontuur en nieuwe contacten.

Dat de kunsthandelaar zijn identiteit liever geheimhoudt heeft te maken met angst voor diefstal en vernieling, legt hij uit. Linkse extremisten zouden kunst willen vernietigen die door nazi’s bejubeld werd. Rechts-extremisten zouden zijn collectie interessant vinden, omdat die voor een deel propagandistisch is, of toebehoorde aan nazi-kopstukken.

Onder zijn pseudoniem verscheen hij dit jaar enige malen in de internationale pers. Nadat hij, „voor de prijs van twee cocktails”, een miljoen advertenties had ingekocht op Truth Social, het sociale mediaplatform van Donald Trump, meldde zich een journalist van The Art Newspaper, een toonaangevend kunstmedium. Na diens publicatie volgden artikelen in dagbladen The Daily Telegraph, de Süddeutsche Zeitung en La Vanguardia. Binnenkort is zijn verzameling te zien in tv-programma’s van de Duitse en Japanse publieke omroep.

„Ik denk dat we ons op het breukvlak bevinden waarin verleden tijd overgaat in geschiedenis”, zegt hij. „Over tien jaar leeft er niemand meer die de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt.” Volgens hem verklaart dat de toegenomen interesse in nazikunst, omdat er ook gevoelsmatig meer afstand is tot het trauma van die oorlog. „Ik ga het misschien niet meer meemaken, maar over dertig jaar is deze kunst onbetaalbaar. Daar ben ik zeker van.”

Kun je een huiskamer, keuken, gang, slaapkamer en studeerkamer vol kunst uit het Derde Rijk zetten en geen affiniteit hebben met het gedachtegoed? Onderzoeker Fuhrmeister vindt van niet, de verzamelaar vindt van wel. Hij is geen nazi, zegt hij, zijn verzamelwoede komt voort uit historische interesse én is een smaakkwestie. Moderne kunst vindt hij „helemaal niets”. Déze kunst is onderdeel van onze cultuur. Weliswaar gemaakt in „een extreem tragisch tijdperk”, maar dat ligt wel achter ons. „Dan denk ik: jongens, de Tweede Wereldoorlog is tachtig jaar geleden. Get over it. De juwelen van de vrouw van Napoleon, de Franse generaal die miljoenen soldaten de dood in joeg, worden toch ook in het Louvre tentoongesteld? Waarom zouden we kunst uit het Derde Rijk dan wegstoppen?”

Later mailt hij dat hij heeft nagedacht over onze vraag of hij zich kan voorstellen dat mensen aanstoot nemen aan zijn collectie. „Nee”, schrijft hij. „We hebben klaarblijkelijk geen enkel probleem met kunstwerken gemaakt door pedofielen (Gauguin, Flaubert), racisten (Charles Dickens) en seksisten (Picasso). Echter zodra het gaat over kunstenaars die in het Derde Rijk leefden en werkten, is alles fout.”

De werkkamer van de eigenaar van de German Art Gallery.

De kunsthandelaar gaat voor naar zijn kantoor, „de gevoelige kamer”. Aan de rechtermuur een enorm wandtapijt met hakenkruis en adelaar. Op de achterwand, naast zijn bureau, een portret van Adolf Hitler, gemaakt door schilder Fritz Erler. De kamer is gevoelig voor ánderen, zegt hij, niet voor hemzelf. „Ik zie slechts de historische waarde van het stuk.”

De koperGegrepen ‘door de esthetiek’

In de online kunstwereld is hij bekend als JohnnyUtah. Zoals de gebruikersnaam doet vermoeden woont hij in Utah, maar zijn verhaal wil hij alleen anoniem doen, „because of all the crazy people out there”. Hij is vijftig, werkte jarenlang als private equity-investeerder, kon vroeg met pensioen. Hij kocht met zijn vrouw een nieuwe woning en het begon allemaal met de vraag: ‘wat hangen we aan de kale muren’? Aanvankelijk wilden ze „native American art” ophangen, die erg populair is in deze Amerikaanse staat. Maar daardoor zijn de prijzen ook „absurd hoog”. Zijn vrouw komt uit Beieren, hij woonde zelf een aantal jaar in München en zodoende ging hij zich verdiepen in Duitse kunst.

De oude Duitse meesters spraken hem niet aan. Wél schilderijen met Griekse mythologische invloeden, en Duitse landschapskunst. Hij viel voor de esthetiek, zegt hij, pas later hoorde hij het verhaal erachter. Inmiddels heeft hij zo’n vijftig werken, hij stuurt foto’s na. Portretten van vrouwen tegen houten muren, een sculptuur van een naakte vrouw met de bergen van Utah op de achtergrond.

En, net als de eigenaar van de German Art Gallery verwacht hij dat kunst uit het Derde Rijk de komende jaren meer waard wordt. Hij merkt het aan het aantal mensen dat een object liket op de websites van veilinghuizen. Toen hij met verzamelen begon waren dat er twee, drie, zegt hij. Nu soms wel veertig of vijftig. „Of al die mensen ook echt tot aankoop overgaan weet ik niet, maar de concurrentie neemt zonder twijfel toe. Dat zie je terug in de prijzen.”

De joodse museumdirecteurVerbieden heeft geen zin: ‘de fascinatie is te groot’

Emile Schrijver is in Nederland een van dé kenners van de Joodse geschiedenis. Hij is sinds 2015 algemeen directeur van het Joods Cultureel Kwartier, waaronder het Joods Museum in Amsterdam valt, en werkt als bijzonder hoogleraar geschiedenis van het Joodse boek aan de Universiteit van Amsterdam. Maar hij heeft ook jarenlang catalogi voor veilinghuis Christie’s geschreven en kent de internationale kunsthandel goed.

De toenemende belangstelling voor kunst uit het Derde Rijk past volgens Schrijver in een bredere beweging. „Mensen zijn altijd al krankzinnig gefascineerd geweest door het kwade”, zegt hij. „En het Derde Rijk staat voor velen symbool voor het ultieme kwaad. Op beurzen worden al decennia laarzen, speldjes en uniformen van SS’ers verhandeld. De handel in kunst uit het Derde Rijk moet je in dat licht zien.”

Schrijver noemt de handel in deze kunst „niet per se problematisch”, het heeft volgens hem ook geen zin die te verbieden. „Dan gaat het gewoon door, de fascinatie is te groot.” En een huis van een kunsthandelaar dat uitpuilt van kunst uit het Derde Rijk, waaronder een portret van Hitler? Het bewijst volgens Schrijver niet dat de handelaar de denkbeelden omarmt die de kunstenaar in zijn werk tot uitdrukking wilde brengen. „Mensen kunnen die kunst ook verhandelen omdat ze vinden dat er een wereldwijde vrije beweging van alle objecten moet zijn. Of omdat ze het volstrekt commercieel benaderen. Ik begrijp niet waarom ze die rotzooi aan de muur hangen, en al helemáál niet een provocerend portret van Hitler. Maar dat betekent niet dat ik vind dat er niet in die kunst mag worden gehandeld.”

Kunst uit collectie German Art Gallery.

Musea moeten deze kunst tentoonstellen, vindt Schrijver en voorzien van context. „Op het moment dat je het niet meer laat zien, maak je dat wat schuldig was, onschuldiger. Verharmlosung noemen de Duitsers dat, een van de mooiste woorden uit de Duitse taal.” Het is geen makkelijke opdracht, die context „in al z’n complexiteit te duiden”. Hoe reconstrueer je tachtig jaar na dato wat het doel was van nazi-beeldentaal, hoe die werd ingekleurd met een politieke ideologie en rassenleer? „Die complexe duiding moet je als museum wel aandurven”, zegt Schrijver. „En aan kúnnen.”

Ook moeten handelaren en musea zich realiseren, zegt Schrijver, dat de beeldtaal van het naziregime in onze tijd nog steeds tot de verbeelding spreekt. Sterker: dat die steeds meer mainstream begint te worden. Zoals de lange groene jas die ICE-commandant Greg Bovino in Minnesota droeg op de dag dat daar Renee Good werd doodgeschoten en die wel heel erg leek op de lange jassen die SS-leider Heinrich Himmler droeg. „Dát baart mij zorgen.”

Anders dan de eigenaar van de German Art Gallery vindt Schrijver niet dat nazikunst anders kan worden bekeken omdat de Tweede Wereldoorlog steeds langer geleden is. Op diens get over it-uitspraak reageert hij wrevelig: „Hij negeert dat de Tweede Wereldoorlog het morele kompas van de westerse samenleving heeft herijkt. En je zou zijn argument met veel meer kracht de andere kant op kunnen gebruiken. De factor tijd moet juist leiden tot een grotere precisie in de manier waarop we naar kunst kijken.”

Schrijver noemt als voorbeeld het Rijksmuseum, dat een paar jaar geleden 77 tekstbordjes aan de vaste collectie toevoegde, met uitleg over de slavernij. Wie profiteerde ervan, wie sprak zich ertegen uit? Hoe werden tot slaaf gemaakten te werk gesteld onder Nederlands gezag? „We voeren nog steeds discussies over hoe mensen van kleur op een zeventiende-eeuws schilderij geduid moeten worden”, zegt Schrijver. „Het doet er niet werkelijk toe hoe oud of hoe nieuw een meer of minder omstreden kunstwerk is. We zullen ons altijd de kritische vraag moeten blijven stellen of en waarom we die objecten verzamelen en hoe we ze dan vervolgens tentoonstellen.”

Over dit artikel

Voor dit artikel heeft NRC onder meer gesproken met een handelaar in en een koper van nazikunst die niet met hun naam genoemd willen worden. Om inzicht te geven in de handel in nazikunst en de overtuigingen die daarin meespelen, heeft NRC ervoor gekozen om hen anoniem aan het woord te laten. Met de kunsthandelaar heeft NRC driemaal gesproken, waarvan tweemaal bij hem thuis. Het interview met de koper vond plaats via een videogesprek. Beide namen zijn bij de redactie bekend. Ook beschikt NRC over opnames van alle gesprekken die zijn gevoerd.  

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Tweede Wereldoorlog

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next