Home

‘De agent wordt weerbaarder en discrimineert niet’

De wereld waarin politiemensen moeten opereren, verandert snel. Digitale criminaliteit, polarisatie en maatschappelijke spanningen nemen toe. Tegelijkertijd is de kritiek dat agenten na een opleiding van twee jaar nog niet klaar zijn voor het vak. Directeur Leonard Kok van de Politieacademie vertelt hoe jonge agenten worden klaargestoomd voor de praktijk.

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

Donderdag presenteert de Politieacademie, met tien vestigingen in Nederland, haar Jaarbeeld 2025. In het voorwoord schrijft directeur Leonard Kok dat de directie het afgelopen jaar voor een ‘ingewikkelde’ taak stond. ‘De wereld verandert waar je bij staat’, licht Kok toe op zijn werkkamer in de Politieacademie in Apeldoorn. ‘Een voortwoekerende oorlog in Oekraïne, hybride oorlogvoering, toenemende digitale criminaliteit en een polarisatie in onze samenleving die de boel op scherp zet en de lontjes verkort.

‘Wat zich op het wereldtoneel afspeelt, landt opeens in een lokale context, zoals je bijvoorbeeld ziet bij de spanning rond demonstraties over Israël en Gaza, of de politieke situatie in Iran die leidt tot een moord in Nederland. De politie moet opereren in een samenleving die steeds ingewikkelder wordt. De Politieacademie moet het grote aantal studenten daar een relevante opleiding voor meegeven.

Hoe bereidt u studenten daarop voor?

‘Iedereen vindt iets van de politie, er is veel kritiek, daar bereid je mensen op de academie al op voor. In onze nieuwe strategische agenda is een van de speerpunten: hoe staat de politie in de maatschappij? Waar komen we vandaan? Wat is onze rechtsstatelijke rol daarin?

‘Het gaat om vorming en weerbaarheid. Over begrijpen waar je vandaan komt en wie je wilt zijn. We willen studenten bewust maken van de zwarte bladzijden in de politiegeschiedenis – het omstreden politieoptreden tijdens het slavernijverleden of de Tweede Wereldoorlog. We leren ze omgaan met reacties die je niet verwacht, waar ze tegenaan kunnen lopen en die je uit het lood kunnen slaan.’

Uit het Jaarbeeld blijkt dat de vraag naar opsporingsopleidingen groter is dan wat de Politieacademie kan bieden.

‘Er is een forse onderbezetting bij de recherche. Er is meer vraag naar opsporingsopleidingen dan het korps ons aan middelen ter beschikking stelt om docenten aan te nemen, dus daaraan kunnen we niet voldoen. Sommige eenheden, ik denk inmiddels de meeste, verzorgen daarom intern opleidingen.’

Wat betekent dat voor de kwaliteit?

‘Ervaren rechercheurs die studenten intern opleiden missen vaak de didactische vaardigheden, althans, ze zijn niet didactisch geschoold. Een ander probleem is dat de continuïteit dan niet is geborgd, want deze ervaren rechercheurs zitten vaak aan het eind van hun loopbaan.

‘Hetzelfde probleem zie je bij leiderschapsonderwijs. De commissie-Schneiders (die de Landelijke Eenheid, een onderdeel van de nationale politie, doorlichtte, red.) concludeerde dat er meer aandacht moest komen voor leiderschap. Leidinggevenden moeten niet alleen goed operationeel aansturen, maar ook goede personeelszorg bieden, aandacht hebben voor hun mensen: zit je goed in je vel? Dat is heel belangrijk, ook in de vroegsignalering van PTSS.

‘Voor de landelijke eenheden zijn extra opleidingen gekomen, maar wij vinden dat je die ook bij de regionale eenheden moet implementeren, want daar spelen vergelijkbare vraagstukken.’

Dus lang niet alle politieteams hebben een goede leidinggevende?

‘Ze zijn er in elk geval niet voor opgeleid. Dit hebben we ook opgenomen in het strategisch plan.’

Hoe groot is uw budget?

‘Uit mijn hoofd: om en nabij 280 miljoen euro.’

Hoeveel heeft u nodig om het recherche- en leiderschapsprobleem op te lossen?

‘Dat vind ik moeilijk te zeggen. Ik vind ook niet dat ik via de krant verlanglijstjes moet gaan presenteren. Daarover zijn we in gesprek met het politiekorps en het ministerie van Justitie en Veiligheid.’

In 2021 is er een harde keuze gemaakt om de politieopleiding te verkorten van drie naar twee jaar. Er zijn signalen dat studenten nog niet klaar zijn als ze bij de politie komen.

‘Door het capaciteitsprobleem dat toen bij de politie speelde, moesten snel meer mensen worden opgeleid. Kiezen voor minder is altijd een keuze met pijnlijke gevolgen.’

Uw voorganger, Leon Kuys, waarschuwde dat het ten koste zou gaan van de kwaliteit. Hij vergeleek die inkorting met een plofkip, hij noemde het ‘plofonderwijs’.

‘Dat ben ik niet met hem eens. Er is wel minder aanbod. Het is een van de redenen waarom er nu vraag is naar extra opsporingsonderwijs: dat is in de basisopleiding fors uitgedund. Die inhoudelijke keuze is gemaakt en daar kun je van alles van vinden, maar ik vind niet dat de kwaliteit achteruitgegaan is.’

Als dat niet zo is, is er dan tot 2021 onnodig lang en inefficiënt les gegeven?

‘In die oude opleiding was men breder opgeleid. Er is gesneden in de inhoud omdat het sneller moest. Zo zijn bijvoorbeeld het reddend zwemmen en het gezamenlijk optreden als groep eruit gehaald. Dat doet niet af aan de kwaliteit. Mensen krijgen een politiediploma, daar zijn eindtermen voor opgesteld en daar hebben veel mensen naar meegekeken. Dat levert startbekwame politiemensen op.’

Startbekwaam is nog niet vakbekwaam. Aspiranten moeten bij de politie zelf verder worden opgeleid.

‘Vergelijk het met een koksopleiding. Na een mbo-koksopleiding ben je ook startbekwaam. Je wordt pas een goede kok als je veel hebt gekookt.’

Dus de critici hebben ongelijk?

‘Je kunt natuurlijk discussiëren over de vraag of je meer onderdelen in de opleiding moet stoppen. Als de volgende opleidingsherziening komt, ligt het voor de hand dat elementen die eruit zijn gevallen weer terugkomen. Dat is een logische conjunctuurbeweging.’

Kan de opleiding nog korter?

‘Nee. Twee jaar is wel echt het absolute minimum. Nog korter zou ik onverantwoord vinden.’

De Politieacademie kampt met een ziekteverzuim van 7,7 procent, dat is ruim boven het landelijke gemiddelde van 5,9 procent. Heeft dat ook met die inkorting van drie naar twee jaar te maken?

‘Dat kun je niet zeggen, want het verschilt per locatie. In Eindhoven is het verzuim heel laag, in Rotterdam veel hoger. Dit is echt een rotvraag, ook omdat ik er niet goed de vinger achter krijg waar dat aan ligt.’

Heeft u een vermoeden?

‘De leeftijd is hier veel hoger dan bij de basisteams waar al die studenten van ons instromen, en een hogere leeftijd betekent dat je meer somatische klachten hebt. We merken ook in toenemende mate dat politiemensen die hier komen lesgeven, alsnog PTSS krijgen, wat vermoedelijk al latent aanwezig was.

‘Uit de medewerkersmonitor die bij de politie wordt gehouden, blijkt dat de werkdruk op geen enkele plek zo hoog wordt ervaren als hier. Dat komt ook doordat hier een niet-aflatende stroom studenten binnenkomt, elke drie maanden opnieuw. In managementgesprekken is het fors opgelopen verzuim een van de hoofdonderwerpen.’

Wat gaat u daaraan doen?

‘Het toverwoord is aandacht voor mensen. Ziekte kun je niet bestrijden, verzuim vaak wel. Als iemand een been breekt, kan hij nog wel lesgeven. Bijvoorbeeld door iemand met een taxi te laten ophalen, of door digitaal te werken. We proberen dat soort instrumenten te gebruiken.’

Bij psychische klachten kun je geen taxi bellen.

‘Nee, dan moeten we investeren in de aanpak en de behandeling ervan. Daarin is bij de politie de afgelopen jaren gelukkig veel verbeterd. Ik sprak laatst nog een docent die PTSS had en die weer volledig aan het werk is. We moeten zorgen dat alle leidinggevenden de focus op het welzijn van hun mensen op één hebben: ken je je mensen goed? Weet je wat er speelt, privé en in de werksituatie? Als je weet wat iemand heeft meegemaakt, kun je daar rekening mee houden.

‘Als je ziet dat we ieder jaar tegen de vierduizend studenten in verschillende soorten opleidingen naar een diploma en politiebaan begeleiden, door mensen die dat onder die permanente werkdruk gewoon blijven doen, ben ik daar ongelooflijk trots op.’

De politie wil een diverse organisatie zijn, maar diversiteit op de Politieacademie is nog ver te zoeken.

‘Daar hebben we echt nog een aantal stappen te zetten. Diversiteit is een breed begrip, dat gaat bijvoorbeeld ook over mensen met een handicap. Ik werd toevallig vanochtend aangesproken door een docent die lesgeeft in Warnsveld. Hij zei: ‘Daar kun je met een rolstoel niet naar binnen, daar schaam ik me voor.’ Ik heb meteen gebeld: kunnen we dat oplossen?’

Diversiteit staat al jarenlang op de agenda. Waarom lukt dat niet?

‘Het is een vraagstuk van lange adem, al vanaf de komst van vrouwen bij de politie. Kijk hoelang het duurde voordat niemand daar meer van opkeek. De politie was een eenzijdig samengestelde organisatie van wat ik maar even witte mannen noem. We zijn bezig met een plan van aanpak voor diversiteit.

‘Daarmee kom ik weer terug bij het begin van dit gesprek, de academie heeft een rol in de vorming van politiemensen. Dat gaat ook over het bestrijden van discriminatie in de onderlinge omgang, en het effectief optreden daartegen. Dat is een groot, ingewikkeld vraagstuk.’

Waarom is dat ingewikkeld?

‘Omdat sommige mensen dat helemaal niet zien. Je kunt een flauwe grap maken over iemand anders, en dan zeggen: ‘Ik bedoelde er niks mee.’ Maar de persoon die die flauwe grap hoort, hoort die opmerking misschien wel tien keer per dag van verschillende mensen, dag in dag uit. Dus wat begint als een flauwe grap, wordt uiteindelijk pesten en uitsluiting.

‘Daar zijn wij heel scherp op: wij discrimineren niet. Wij leren studenten onbevooroordeeld naar mensen kijken, zoals bij het vraagstuk professioneel controleren.’

In plaats van etnisch profileren.

‘Precies. Dat doe je op basis van onderbuikgevoelens, van vooroordelen die niet oké zijn. Dat mag dus niet. Wij werken hier aan het gestructureerd tegengaan van foute bejegening.’

Heeft u zelf voldoende aandacht voor uw mensen?

‘Mijn vrouw zegt altijd: ‘Jij hebt op je werk meer aandacht voor mensen dan thuis.’ Dus ja, ik denk het wel.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next