is popredacteur van de Volkskrant.
Volgende week begint het Eurovisie Songfestival, voor mij als muziekliefhebber ooit een van de leukste weken van het jaar. Het Songfestival nam de laatste jaren eindelijk in populariteit toe bij de muzieksnobs, alleen de echte conservatievelingen voelden zich nog te goed voor het feestje.
Ik hoefde daarom steeds minder vaak uit te leggen dat het een spectaculair EK muziek zou kunnen worden, als we het maar serieus genoeg nemen. Dat als we nog even zouden doorzetten, straks de allerbesten van de Europese muziek meedoen en het een geweldig stimulerend feest zou kunnen worden.
Droom even mee: Radiohead vertegenwoordigt het VK, Stromae België, Rosalía Spanje. Wij zouden gewoon weer Joost kunnen sturen. En als het raar voelt om die Grote Kunst als wedstrijd te zien, kijk dan even naar de Biënnale van Venetië, waar kunstredacteur Anna van Leeuwen deze week verslag van doet. Daar presenteren toonaangevende kunstenaars namens hun land een kunstwerk, en reikt normaal gesproken een jury een prijs uit aan de meest gewaardeerde bijdrage.
Maar dit jaar trekt die jury zich terug, naar alle waarschijnlijkheid wegens de spanningen rond de deelname van zowel Rusland als Israël. Al eerder zei de jury geen prijzen uit te willen reiken aan landen wier politieke leiders worden vervolgd door het Internationaal Strafhof (Rusland en Israël, dus).
Daarin lijkt de Biënnale dan weer op mijn liedfestijn, waarin ook felle discussies woeden over deelnemende landen met aanhoudende mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdrijven op hun kerfstok. Die fantastisch leuke dingen, waar we het beste van het beste uit ons interessegebied kunnen zien, vallen ten prooi aan de klotepolitiek.
Kunst is bij uitstek de plek om politieke onvrede te uiten. Maar het schiet dat doel voorbij als die politieke onvrede nu de uiting verhindert. Dat de politiek in deze gevallen erg zwaar weegt, snap ik natuurlijk. Er zijn grenzen aan het soort feest waaraan je wilt meedoen, ik heb alleen maar respect voor de beslissing van de Avrotros om dit jaar niet mee te doen aan het Songfestival. Als artiest zou ik ook niet graag aardig hoeven doen tegen het team dat een land vertegenwoordigt dat kinderen door het hoofd schiet.
Als liefhebber is er met zo’n deelnemend land ook niet veel meer aan, want je kunt de arme zanger(es) die het vertegenwoordigt niet meer los zien van de dagelijkse stroom beelden van overvolle ziekenhuizen en gebombardeerde scholen, woonwijken en vluchtelingenkampen. De politieke onvrede is dus gerechtvaardigd, en het is ook logisch dat het uiten ervan onder deze omstandigheden simpelweg niet gaat.
Los van de context van het Songfestival wordt er wereldwijd gelukkig heel veel protestmuziek gemaakt, en goede ook. Luister naar IJsland, Kneecap of Amyl and the Sniffers en je hoort: het komt wel goed.
Muziek als protestvehikel is verre van dood, maar mijn droom van een EK muziek moet ik voorlopig laten varen. Misschien ooit, als die wereldvrede er eindelijk is.
Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Els de Grefte, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof of Anna van Leeuwen stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.
Source: Volkskrant