is wetenschapsjournalist.
‘Alsof je een deken wegtrekt.’ Zo beschrijft de Duitse socioloog Andreas Reckwitz hoe het is voor de mensen die hun vertrouwen in de toekomst zijn kwijtgeraakt. Het gaat niet om een kleine groep: in Duitsland is 84 procent somber over wat ons te wachten staat, in de rest van West-Europa is dat niet anders. Deze toekomstpessimisten geloven niet meer in vooruitgang, maar dragen in plaats daarvan een gevoel van verlies met zich mee.
Dat is niet onredelijk, want wie niet stinkend rijk of machtig is, ís ook aan het verliezen. Reckwitz noemt onder meer de ecologische crisis en AI. AI kennen we van de gezellige natuurverwoestende en CO2-uitstotende datacentra waarop semi-intelligente computerprogramma’s draaien die ondanks hun verregaande matigheid de gewonemensenbanen met tienduizenden tegelijk opvreten. We moeten als burgers bovendien al jaren toezien hoe een rijke elite de leefbaarheid van onze enige planeet offert op het altaar van het kapitalisme, zodat de natuur steeds schraler wordt, de grond steeds droger en de aarde steeds warmer.
Dat drukt de collectieve vrolijkheid wel een beetje, ja.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Natuurlijk, er was deze week het nieuws dat het IPCC zijn allersomberste toekomstscenario met pensioen heeft gestuurd; die ene waarin de aarde in 2100 zachtgekookt en vrijwel onbewoonbaar is. En daar kun je, als je geen toekomstpessimist bent, bijvoorbeeld over ronken dat we ‘klimaatverandering, als existentieel probleem, hebben opgelost’ en ‘HAAST ALLES WAT U LAS OVER KLIMAATTOEKOMST, KLOPT NIET’ (Volkskrant-collega Maarten Keulemans, op X, zijn hoofdletters).
Maar een opwarming van, zeg, 3 graden is ook geen pretje, zeker niet als we weten dat nu al de winter uit Europa verdwijnt, net als de gletsjers, dat de Groenlandse ijskap schrikbarend snel in slushpuppie verandert en dat de Atlantische golfstroom er dermate grondig mee kan uitscheien dat landbouw in Europa geen optie meer is. Ik wil niet lullig doen, maar ik zie toch nog wel een existentieel probleempje of twee.
Wat voor toekomst gaan we tegemoet? Ik kwam onlangs een aardig boekje van Peter Frase tegen, Four futures: life after capitalism. ‘Twee spoken teisteren de Aarde in de 21ste eeuw’, schrijft hij: ecologische catastrofe en automatisering. Frase probeert zich voor te stellen hoe de toekomst eruit zou zien als de automatisering volledig zou slagen en niemand meer echt zou hoeven werken. Daarbij zijn er twee opties: of iedereen wint daarbij, of alleen een superrijke elite wint en de rest verliest.
Het ecologische vraagstuk kent ook twee opties: we weten een catastrofe af te wenden en gaan een toekomst vol overvloed tegemoet, of dat lukt niet en we moeten leven met schaarste. Samen levert dit vier scenario’s op, waarvan twee inmiddels (het boekje is uit 2016) niet meer relevant zijn, omdat ondertussen duidelijk dat als er ooit volledige automatisering zou bestaan, we vanwege voornoemde AI-datacentra de verregaande ecologische vernietiging van onze planeet daar gratis bij krijgen.
De twee scenario’s die overblijven zijn socialisme en iets dat Frase ‘exterminism’ noemt. In een socialistische toekomst dragen burgers de gevolgen van ecologische rampspoed samen, in solidariteit. Aanzienlijk somberder – ja, sorry – is het ‘exterminism’-scenario. Hierin voorziet Frase een toekomst waarin de klimaatcrisis zodanig uit de klauwen loopt dat de rijken zichzelf terugtrekken op landgoederen en privé-eilanden, beschermd met hekken en drones, en de rest van ons laten verrekken in krottenwijken en vluchtelingenkampen. Iedereen die ooit werkte voor haar geld is overbodig geworden en mag wegrotten in oorlogen over grondstoffen, klimaatrampen en pandemieën die niemand meer wil bestrijden. Het gevolg is een genocide op de arbeidersklasse – dan wel door opzet, dan wel door onheil en verwaarlozing – en het uitsterven van werkers.
In een interview vertelt Frase dat veel mensen neigen naar dat laatste scenario; het lijkt een logische voortzetting van de koers die we nu varen. Geen wonder dat zoveel mensen de toekomst niet meer zien zitten.
Zelf benadrukt hij dat een toekomstscenario geen lotsbestemming is. Wij, werkers, hoeven ons niet als lammetjes naar de slachtbank te laten leiden. De toekomst wordt bepaald door politieke strijd, zegt Frase: ‘De vraag is wat we zullen doen, samen, om meer van de toekomst te krijgen die we willen en minder van de toekomst die we niet willen.’
Iemand heeft de deken van ons afgetrokken. We kunnen blijven liggen; somber, koud, naakt. Of we kunnen opstaan en die strijd aangaan.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant