is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Gelijkheid is een illusie. Het streven naar meer gelijkheid is ook allang opgegeven. Eind jaren zestig probeerde een hippiegeneratie het nog even, juist op het moment dat de ongelijkheid in veel westerse landen eigenlijk het minst groot was.
Vanaf 1914 had zich zestig jaar lang een unieke periode van nivellering voorgedaan, waarin de rijke aristocratie en fabriekseigenaren armer werden en de paupers konden opklimmen tot een nieuwe middenklasse. Landloper Swiebertje, uit de bekende kinderserie, kon barones Henriette van Troetelaar tot Stoethaspel naar de kroon steken.
De belangrijkste oorzaken van deze nivellering? De kapitaalvernietiging door een depressie en twee wereldoorlogen die de bezittende klasse verarmden. De waarde van aandelen en vastgoed daalde. De arbeidersklasse slaagde erin een vuist te maken dankzij ongekende solidariteit. Er kwam een loongolf waardoor voor het eerst met hard werken meer kon worden verdiend dan met het laten renderen van vermogens.
Voor de rijke elite kwamen er torenhoge belastingtarieven op grote erfenissen, hoge inkomens en vermogens. Daarmee moest de wederopbouw worden betaald.
In landen als de VS en Groot-Brittannië liepen die ‘op papier’ op tot 90 procent. Weinig rijken betaalden die tarieven ook daadwerkelijk, maar de sterkste schouders leken voor even de zwaarste lasten te gaan dragen. De inkomstenbelasting in de hoogste schijf liep in 1972 in Nederland op tot 76 procent. De vennootschapsbelasting was in die periode 48 procent.
Nu zijn die tarieven respectievelijk 49,5 en 25,8 procent. De enorme toename van de ongelijkheid na de neoliberale golf in de jaren tachtig is vooral veroorzaakt door de waardestijging van vastgoed en aandelen. Met geld werd meer geld verdiend dan met werk. En de overheden hielpen een handje door de belastingen voor inkomen, winst en vermogen te verlagen.
Dat de periode tussen 1914 en 1975 een uitzondering is geweest in de wereldgeschiedenis toonde de Franse econoom Thomas Piketty aan in zijn bestseller Kapitaal in de 21ste eeuw uit 2014.
Even leek er een nieuwe Karl Marx te zijn opgestaan, maar er gebeurde niets. Sinds die tijd zijn er allerlei instanties, van Oxfam-Novib tot het CPB, die elk jaar aantonen dat de ongelijkheid verder is gegroeid. Met talent en hard werken komen mensen minder vooruit dan met erfenissen.
Maar er wordt niets tegen gedaan. Het electoraat heeft er geen boodschap aan. De SP haalde drie zetels met een pleidooi voor een miljonairstaks. Blijkbaar wil de mensheid helemaal niet gelijk zijn. Die wil zich onderscheiden en dat uitdragen met rijkdom. Anders wordt het leven uitermate saai.
Deze week kwam het CPB met zijn studie De hoogste bomen vangen minder wind. Hierin wordt gepleit voor reparatie. Het belastingsysteem moet worden aangepast, want machtsconcentratie vermindert ook de economische dynamiek. Dat is slecht voor de productiviteit, stellen de onderzoekers.
Tegenwoordig vinden alleen economen de groeiende ongelijkheid onwenselijk, niet de gekozen politici.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant