Mede dankzij het geld uit Qatar is Parijs tegenwoordig ook een stad van topvoetbal. Paris Saint-Germain, houder van de beker, speelt in de finale van de Champions League tegen Arsenal uit Londen. Dat is in het verleden weleens anders geweest.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Parijs was altijd de stad van de liefde, van het toerisme, de kunsten en wat dies meer zij, maar Parijs was nooit de stad van het topvoetbal. Dat is veranderd. Paris Saint-Germain zet de toon in Europa, met voetbal dat ook weer duizenden andere toeristen naar de stad trekt, met liefde voor het kunstige spel in het Prinsenpark.
De finale van de Champions League, op 30 mei in Boedapest, is een confrontatie tussen twee clubs uit grote Europese hoofdsteden die op voetbalgebied lange tijd achterbleven bij metropolen als Madrid, Manchester, Barcelona of Milaan. Arsenal uit Londen, dat met Chelsea slechts één winnaar van de Champions League telt, en PSG uit Parijs, dat zijn eerste titel van 2025 verdedigt.
Parijs is tegenwoordig een stad van topvoetbal. De grote clubwinkel aan de Champs-Elysées is meestal afgeladen vol. De jeugd houdt van PSG. Kijk naar de shirtjes van kinderen op de amateurvelden. Zeker achter de doelen in het stadion is de supportersschare een bonte afspiegeling van de samenleving in de stad. In buitenlandse stadions bestaat de groep uit zeer luidruchtige aanhangers, vaak met ontbloot bovenlijf. Dat de eigenaar van de club uit Qatar komt? Nou en.
Slechts minuten na het bereiken van de finale, na de 1-1 in München (thuis had PSG met 5-4 gewonnen), presenteerde de club op de digitale verkoopkanalen een totale lijn met producten, speciaal voor de finale. Met alles was blijkbaar rekening gehouden. Shirts, petten, mokken, in allerlei varianten. Het succes is vooral mogelijk gemaakt door het kapitaal van de staat Qatar. En zie, daar was de personificatie van Qatar, geflankeerd door twee beveiligers op het veld in München, na de kwalificatie voor de finale. Nasser Al-Khelaïfi, de man die PSG kocht in 2011, in naam van het investeringsfonds van het landje van gas en olie.
Hij probeerde jarenlang de top te bestormen met de grootste sterren op aarde, die met veel geld naar de nog marginale voetbalstad wilden verhuizen. Van Zlatan Ibrahimović, Lionel Messi en Neymar, tot de van Monaco overgenomen Fransman Kylian Mbappé. De club bereikte vrij snel een eenzame hoogte in Frankrijk, maar het lukte maar niet om de Champions League te winnen. Tot vorig jaar, na de eclatante zege met 5-0 tegen Internazionale uit Milaan. De finale in Boedapest moet de hegemonie bevestigen.
Al-Khelaïfi heeft van Frankrijk, via PSG, een groot voetballand gemaakt in het clubvoetbal. Dat was Frankrijk niet bepaald. Olympique Marseille was in 1993 de enige winnaar van de belangrijkste Europese beker, door de finale van AC Milan te winnen, in wat de afscheidswedstrijd van Marco van Basten voor het grote publiek bleek. Eén gewonnen Europa Cup I (vroeger landskampioenen) annex Champions League, tegenover bijvoorbeeld zes voor Nederland; vier van Ajax, een van Feyenoord en een van PSV.
Maar Nederland heeft nergens een clubeigenaar uit Qatar. Nederland heeft een gedegen opleiding van voetballers en als iemand daarin heel erg uitblinkt, vertrekt hij naar een club uit een groter land. Met Frankrijk gebeurde min of meer hetzelfde, met een nog betere opleiding bovendien. PSG vertoefde jarenlang in de schaduw van clubs als Olympique Lyon, Olympique Marseille en zelfs Bordeaux. Na de komst van Al-Khelaïfi wist de club grote Franse talenten te binden en, sterker nog, buitenlandse topspelers aan te trekken.
De huidige selectie vertegenwoordigt volgens transfermarkt.com een waarde van ongeveer 1,2 miljard euro. Al die vedetten genieten het bijkomende voordeel dat ze het in de Franse competitie relatief rustig aan kunnen doen, om toch met overmacht de titel te winnen. RC Lens was dit seizoen een serieuze concurrent, maar het verzet is nagenoeg gebroken.
Ja, de beste Fransman, Kylian Mbappé, vertrok bijna twee seizoenen geleden, en wie weet heeft hij diep in zijn hart spijt. In Spanje, bij Real Madrid, is deze week woedend gereageerd omdat hij op vakantie ging tijdens het herstel van een blessure en omdat de club geen prijzen meer wint. Het is volgens de Spaanse pers anarchie bij Real, terwijl PSG door trainer Luis Enrique is hervormd tot een team van eendracht, met sterren die hun ploeggenoten als jongens aanmoedigen na een wissel, zoals woensdag in de nog even lastige slotfase tegen Bayern.
De finale tegen Arsenal is dus een grootsteedse aangelegenheid; Londen tegen Parijs, met twee Spaanse coaches: Mikel Arteta (Arsenal) en Luis Enrique. Het Nederlandse aspect? De assistent van Arteta is al jarenlang een Nederlander, Albert Stuivenberg. En verdediger Jurriën Timber mag zich, mits hij is hersteld van een blessure, ontfermen over de uitblinker van PSG, de Georgiër Khvicha Kvaratskhelia.
Timbers situatie is precies tegenovergesteld aan die van zijn tweelingbroer Quinten, die in de winterstop overging van Feyenoord naar Olympique Marseille. De club is sindsdien gezakt naar de zevende plaats in de Franse competitie en de ene crisis volgt de andere op. De stress is te groot. Marseille probeert al jaren enigszins geforceerd in het spoor te blijven van PSG, dat vroeger niet kon tippen aan Olympique. Maar Parijs is tegenwoordig de hoofdstad, ook van het voetbal.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant