De natuurbrand op oefenterrein ’t Harde in de Veluwe ontstond door een oefening met springstof. Hete deeltjes kwamen vermoedelijk buiten de springkuil in het groen, zo blijkt uit onderzoek van de marechaussee. Er zijn inderdaad geen strafbare feiten geconstateerd.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
De oefening, waarbij militairen munitie tot ontploffing brachten, was van tevoren aangemeld en door de autoriteiten goedgekeurd. De brand op Artillerie Schietkamp in ’t Harde, vorige week woensdag, breidde snel uit door de langdurige droogte. Rookpluimen waren in grote delen van Nederland zichtbaar, de brandlucht werd tot op tientallen kilometers afstand geroken. De brand verwoestte uiteindelijk honderden hectares natuurgebied. Pas na vier dagen was de brand volledig geblust.
Het meest aannemelijke scenario voor het ontstaan van de brand is wat de marechaussee ‘een technische samenloop van omstandigheden’ noemt. Tijdens het springen van mijnen zijn gloeiend hete deeltjes, zoals glasvezelresten van oudere mijnen en resten van de gebruikte brandfakkels, uit de springkuil in de vegetatie geslingerd, zo vermoedt de marechaussee.
Op dronebeelden van de oefening is eveneens te zien dat direct na de ontploffing op verschillende plekken rondom de springkuil al snel brandhaarden ontstonden. De droogte droeg eraan bij dat de brandhaarden zich razendsnel uitgroeiden tot een grote vuurzee.
Het terrein in ’t Harde is de enige plek in Nederland waar militairen met artillerie en mortieren mogen oefenen. Volgens de marechaussee is het onderzoek naar de brand nu afgerond. Wel kijkt Defensie nog of de protocollen moeten worden aangepast.
In april ontstonden er nog drie branden op militaire oefenterreinen. Een brand brak op 21 april uit op de Ederheide, twee andere branden ontstonden op 30 april op de Oirschotse Heide en op de Weerterheide. De marechaussee onderzoekt deze branden nog.
Verschillende veiligheidsregio’s waarschuwden al langer voor een groter risico op branden vanwege aanhoudende droogte en een sterke wind. Ook de veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland, die verantwoordelijk is voor het gebied bij ’t Harde, kwam met een waarschuwing.
De commandant der strijdkrachten, Onno Eichelsheim, zei ondanks de vele branden dat er geen reden was om te stoppen met de oefeningen. ‘We moeten blijven oefenen om klaar te zijn voor crises en voor het opleiden van onze mensen’, zei hij.
Het voorjaar is het hoogseizoen voor natuurbranden. De begroeiing in natuurgebieden is dan relatief droog, omdat de zogeheten sapstroom, de toevoer van water en voedingsstoffen in planten, niet op gang gekomen is.
Hoewel de natuurbranden veel in het nieuws waren, ligt het aantal meldingen lager dan vorig voorjaar. Dit jaar staat de teller vooralsnog op 264. In de eerste vier maanden van 2025 ging het om 335 meldingen. Die meldingen worden nog geverifieerd, in sommige gevallen gaat het om loos alarm.
In het voorjaar van 2023 en 2024 waren er door hevige neerslag juist relatief weinig natuurbranden.
Source: Volkskrant