Home

Hoeveel ongelijkheid acceptabel is, is een politieke vraag die de VVD al jaren beantwoordt met ‘meer’

De afgelopen zestien jaar heeft de VVD Nederland richting meer ongelijkheid geduwd. Die politieke keuze leidt ook tot lagere collectieve welvaart.

is economieredacteur en commentator van de Volkskrant.

Eens te meer bevestigde het Centraal Planbureau (CPB) deze week wat al jaren wordt gezien: de rijken worden steeds rijker. In 2011 verdiende de rijkste 1 procent van Nederland 12 procent van het totale inkomen, en in 2019 was dat gestegen naar 15 procent. Nog specifieker: het inkomen van de rijkste 0,01 procent steeg in die periode met 70 procent, terwijl de onderste 99 procent van de bevolking maar 4 tot 8 procent meer ging verdienen. De inkomensverdeling is schever geworden.

Deze cijfers zijn wat aan de oude kant, maar er is geen aanleiding om te denken dat het beeld sindsdien is veranderd, aldus het CPB, dat ook naar recent beleid keek.

De analisten wijten de scheefgroei behalve aan economische oneerlijkheid expliciet aan overheidsbeleid. ‘Het Nederlandse belastingstelsel remt deze ontwikkelingen niet af en draagt soms zelfs bij aan de groeiende verschillen.’

De hogere inkomens vloeien voort uit groeiende vermogens, waarvan de rendementen ‘relatief beperkt’ worden belast. Dat leidt tot zelfversterkende effecten: geld maakt geld. Wie geld heeft, hoeft weinig te doen om er meer van te krijgen.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Het CPB constateert terecht dat dit een keuze is. ‘Welke mate van ongelijkheid wenselijk of acceptabel is, is een politieke vraag.’ Een vraag die de afgelopen zestien jaar consequent met ‘meer’ is beantwoord door de VVD, de partij die in achtereenvolgende coalities de richting van Nederland heeft bepaald. De hoogste bomen vangen minder wind, de titel van het CPB-rapport, had zomaar de titel van het VVD- verkiezingsprogramma kunnen zijn.

Maar pak je het laatste programma erbij, dan wordt gedaan alsof er iets heel anders is gebeurd. Herhaaldelijk wordt daarin de ‘Haagse herverdelingsmachine’ gekapitteld, die moet worden ‘ingeperkt’ om de ‘hardwerkende Nederlander’ weer ‘op één’ te zetten. ‘We moeten stoppen met steeds maar weer verder nivelleren.’

Het idee dat er een ‘machine’ in Den Haag is die de boel maar aan het nivelleren is, is onzin. Als er al een machine in Den Haag bestaat, is het de partij die al jaren aan de macht is, en die het tegendeel doet van nivelleren – tegenwoordig met medewerking van D66.

‘De Nederlandse inkomstenbelasting is op papier progressief’, schrijft het CPB, maar ‘in de praktijk hebben de meest welvarende huishoudens allerlei manieren om de belastingdruk op hun inkomen en vermogen te verlagen’. De hardwerkende Nederlander komt daardoor zeker niet op één. Afkomst bepaalt in toenemende mate de individuele economische situatie, aldus het CPB, en niet talent, inspanning of ondernemerschap.

Dat leidt niet alleen tot kansenongelijkheid op individueel niveau, maar ook tot een lagere collectieve welvaart. Enerzijds omdat ‘een deel van de bevolking te weinig mogelijkheden heeft om hun volledige potentieel te bereiken’. Anderzijds omdat een deel van de bevolking juist niets hoeft te doen om rijk te worden. Jan Salie is helemaal terug.

Het feit dat de door oorlog gestegen olieprijs vooral de rijkste 1 procent van de bevolking ten goede komt (want aandeelhouders), laat zien dat rijkdom niet per se voortkomt uit constructieve inspanningen.

Als de opgehoopte rijkdom wordt gebruikt om de politiek te beïnvloeden om zo de eigen belangen te beschermen (de ‘verstikkende regeldruk’ waar de VVD van af wil slaat niet op het complexe stelsel van fiscale regelingen en vrijstellingen à 167 miljard euro), kan dat volgens het CPB verder leiden tot verminderde economische dynamiek en dus minder welvaart. De VVD beoogt volgens haar verkiezingsprogramma een ‘sterker Nederland’, maar de groeiende ongelijkheid maakt Nederland zwakker.

Dat een zogeheten volkspartij fiscaal gezien vooral een elite dient, is een politieke keuze. Dat de partij deze zelfgecreëerde werkelijkheid met populistische retoriek probeert te overschreeuwen, is een afleidingsmanoeuvre. Het is te hopen dat de hardwerkende Nederlander dat ooit inziet.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next