Home

Stampen voor toetsen is leren om te vergeten

Onderwijs Vrijdag beginnen de eindexamens. Intussen heeft de Onderwijsinspectie amper aandacht voor de negatieve invloed van de toetscultuur op de kwaliteit van het onderwijs, betoogt Ingrid Nieuwenhuis. Peil de kennis van de leerlingen vaker, maar zonder cijfers te geven.

Opnieuw schetst de Onderwijsinspectie een zorgelijk beeld van het onderwijs: de kwaliteit ervan staat onder druk, en in het voortgezet onderwijs is het leerklimaat onvoldoende stimulerend. Wat in De Staat van het Onderwijs 2026 onderbelicht blijft, is hoe de toetscultuur hieraan bijdraagt. Leerlingen in het voortgezet onderwijs krijgen gemiddeld 102 cijfers per jaar. Maar de standaardtoets met een cijfer is een slechte graadmeter voor leerprestaties en schaadt goed onderwijs.

Toetsen laten vooral zien wat op korte termijn oproepbaar is, niet wat duurzaam is geleerd. Stel je voor: je kind zit twee dagen voor de toets feiten, rijtjes en definities te stampen. Zij of hij haalt de toets, het cijfer is goed. Maar een maand later is de meeste stof weer uit het geheugen verdwenen. Stampen voor een toets is leren om te vergeten.

Ingrid Nieuwenhuis (1978) is neurowetenschapper en onderwijsontwikkelaar.

Dit is logisch als je begrijpt hoe duurzame kennis in de hersenen wordt opgebouwd. Kennis wordt namelijk opgeslagen in twee stappen. Eerst gaat de kennis naar een tijdelijke wachtkamer, de hippocampus, een klein gebied diep in het brein. Hierna vindt nog een heel sorteer- en selectieproces plaats. Alleen wat echt belangrijk is, wordt opgenomen in de grote bibliotheek van het langetermijngeheugen, de neocortex. Wat in de wachtkamer blijft hangen, wordt weggegooid.

Geen betrouwbare graadmeter

We denken dat het halen van een toets betekent dat leerlingen kennis hebben opgebouwd. Maar als leerlingen een toets maken, kunnen we geen onderscheid maken tussen de kennis die in het kortetermijngeheugen zit en weer verdwijnen zal, en kennis die echt duurzaam is opgeslagen. Een voldoende op de toets is dus geen garantie dat de leerling de stof een maand later nog weet. Met toetsen check je of er water uit de kraan stroomt, terwijl je niet weet of de stop wel in het bad zit.

Het probleem is niet alleen dat toetsen geen betrouwbare graadmeter zijn voor duurzame kennisopbouw. Het toetsen werkt ook terug op het lesgeven en leidt tot lessen die weinig prikkelen. Wat aan het eind beoordeeld zal worden, bepaalt wat onderweg aandacht krijgt. Maar niet alles is even makkelijk toetsbaar, en dat brengt de focus uit balans.

Het effect van toetsen klinkt door in twee veelgehoorde vragen in de klas. Zodra een les rijker en betekenisvoller wordt dan wat in een toets past, vragen leerlingen: is dit voor de toets? Maar zodra de les zich vernauwt tot wat wel toetsbaar is, volgt die andere vraag: wat heb ik hieraan? Twee kanten van dezelfde medaille.

Het maken en nakijken van de toets mag niet te veel tijd kosten. Elke toetsvraag moet één duidelijk goed antwoord hebben en antwoorden moeten makkelijk scoorbaar zijn. Zo komt op de toets vooral terecht wat zich eenvoudig laat beoordelen: definities, lijstjes en sommen in een sterk versimpelde context. En wat moeilijk te vangen is in een toetsvraag – samenhang, redeneren, echte toepassing – verdwijnt naar de achtergrond.

Dit mechanisme staat bekend als de wet van Goodhart: zodra een maatstaf een doel wordt, verliest hij zijn waarde. Het toetsen is daarvan een schoolvoorbeeld. Het is een systeemfout waar docenten net zo goed last van hebben.

Maar weten we zonder toetsen nog wel of er wel wordt geléérd? Meten is toch weten? Nee, meten is alleen weten als je meet wat ertoe doet. De meeste toetsen meten vooral of leerlingen kort na het leren losse feiten kunnen reproduceren. Wie echt wil weten of leerlingen iets hebben geleerd, moet dat vaker nagaan tijdens het leren zelf.

Begrip van de wereld

Peil daarom regelmatig waar leerlingen staan, zonder cijfer. Laat leerlingen verschillende rijke taken uitvoeren: een presentatie geven, discussie voeren, een portfolio of bouwwerk maken, en evalueer met hen of het leerdoel is bereikt. Die aanpak is niet vrijblijvender, maar veeleisender: zij toetst juist scherper of het doel van onderwijs wordt bereikt. Feiten en definities zijn waardevol, maar alleen als ze deel gaan uitmaken van iets groters: begrip van de wereld en het vermogen om daaraan deel te nemen.

Zodra de toets niet langer begrenst hoe de stof in de les vorm krijgt, ontstaat er ruimte. Geef leerlingen geen formule om te stampen, maar dobbelstenen met zeven, vierentwintig of honderd vlakken, en laat ze zelf een formule bedenken voor de kans op een even getal. In zo’n les komen precies de elementen samen die leren duurzaam maken: verwondering, verbanden leggen en leren-door-te-doen. Die elementen werken als de stop in het bad: ze vergroten de kans dat het brein kennis als belangrijk markeert, zodat die in het langetermijngeheugen terecht komt.

Daarom moeten we de standaardtoets met cijfer loslaten als maatstaf voor leerprestaties. Toetsbeleid is een keuze. Schoolleiders kunnen klein beginnen: onderzoek in het eerste leerjaar wat er gebeurt als je ermee stopt. Ouders en leerlingen: verlang niet naar de valse zekerheid van een voldoende. Zolang de toets de maatstaf voor leren blijft, komen leerlingen niet verder dan zweten, weten en vergeten.

Onderwijs

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next