Wat zijn dit voor vragen? Zeven dilemma’s voor Yannick van de Velde (36), helft van het Rundfunk-duo samen met Tom van Kalmthout. Met hun podcast We love Nederlands proberen ze mensen weer verliefd te laten worden op onze taal.
Duits of Nederlands?
‘Sowieso Nederlands. Al is het maar omdat ik Nederlands veel beter spreek en daarom zie hoe subtiel onze taal is. Duits gebruiken Tom en ik vooral voor de titels van onze theatershows, zoals Wachstumsschmerzen of Todesangstschrei. Duits is daarvoor perfect, omdat het zo’n lekker vlezige taal is. Het is een niet weg te stouwen, vettige worst. Echt een titeltaal.
‘We zouden allemaal wel wat meer van het Nederlands mogen houden. In Nederland kijken we naar onze taal zoals we naar eten kijken. We duwen iets in de magnetron en vreten het, omdat we nu eenmaal iets binnen moeten krijgen. Maar laten we het eens hebben over hoe ongelofelijk leuk het is om met taal te spelen.
‘Als Tom en ik schrijven aan een nieuwe tv-serie of theatervoorstelling, beginnen we met de taal van de personages. Neem bijvoorbeeld de leraar Duits in Rundfunk. Die had als Hitler kunnen schreeuwen, maar wij vonden het juist grappig om hem de taal van een klein kind te geven.
‘Afgelopen winter maakten we Schwalbe, een serie fictieve documentaires over sport. Daarin speelt Ruben van der Meer een man die strandsnooker, een zelfbedachte sport, aan de man wil krijgen. We hebben hem laten praten als een surfer uit de jaren negentig, dus Ruben gebruikte de hele tijd woorden als cowabunga en stoked. Dat vinden wij gewoon heel grappig.
‘Als we een ochtend schrijven, komen we vaak niet verder dan zeven zinnen. We zitten echt de hele tijd te pielen met woorden. Het voelde logisch om dan ook maar een podcast over taal te maken.’
Podcast of theater?
‘Dan toch theater. Er gaat niets boven de magie van mij met Tom, mijn allesje, in de coulissen staan, elkaar aankijken en weten dat we het komende anderhalf uur in onze zelfbedachte wereld leven. Het is een raar beroep, maar daar denk ik alleen aan als het zaallicht uitgaat. Ik kan me voorstellen dat het lijkt op een schoonspringer die op de 10-meterplank staat. De schoonspringer en ik denken toch altijd even: ‘Gaan we dit nu echt doen?’
‘Een podcast maken voelde wat onwennig, daar moesten we ingroeien. Maar ik ben blij dat het is gelukt om iets te maken waar mensen naar willen luisteren; we hebben nog nooit zo veel berichten gekregen.
‘Toen we de podcast gingen maken, zeiden sommige mensen dat niemand zou luisteren, omdat het onderwerp te niche is. Maar er is niets minder niche dan taal: we spreken het allemaal. En blijkbaar zijn er toch veel luisteraars die het ook leuk vinden.
‘Ik denk dat mensen voelen dat we er veel tijd en liefde in hebben gestoken. We wilden geen podcast maken met twee gasten die slap ouwehoeren over een of andere taalkwestie. Het moet echt ergens over gaan.’
Docent of leerling?
‘Ik zie mezelf als leerling, zelfs al zit ik al een tijdje in het vak. Ik heb weleens mensen begeleid in het theater, maar ik ben altijd bang dat ze met één goede vraag door me heen prikken.
‘Ik zou geen docent Nederlands kunnen zijn. Hoe ga ik in vredesnaam iemand enthousiasmeren voor d’s en t’s? Als ik docent zou zijn, zou er weinig gespijbeld worden, maar op het landelijk examen weet niemand wat een aanvoeglijk bijnaamwoord of wederkerend voornaamdinges is.
‘Ik was een goede leerling op de middelbare school, maar bij Nederlands heb ik sowieso het meest gespijbeld. Ik sprak de taal toch al. Het zou echt mooi zijn als we het Nederlands op de middelbare school iets sexyer kunnen maken. Maar goed, ik heb makkelijk praten. Leraren doen vreselijk moeilijk en nobel werk en ik zit hier met mijn blije hoofd een podcastje op te nemen.
‘Ik hoor van docenten dat ze onze podcast als huiswerk opgeven. Misschien dat we zo iets van ons enthousiasme aan jonge mensen kunnen overbrengen, en dan met zo min mogelijk regels en zo veel mogelijk plezier.’
Straattaal of dialect?
‘Ik ben jaloers op mensen die het spreken. Mijn oma kwam uit Tegelen in Limburg. Als die met een vriendin belde, verstond ik er geen woord van. Dat is toch zó vet? Ik vind het echt geweldig als mensen thuiskomen en daar opeens een andere taal spreken.
‘En over straattaal moeten we vooral niet te moeilijk doen. Duitse of Franse leenwoorden vinden we heel chic, dus waarom is een Arabisch woord als ‘weloe’ dan opeens een probleem? Het is alleen maar goed als de taal verandert.’
Droefgeestig of sad?
‘Altijd droefgeestig. Ik ben een groot fan van leenwoorden, maar alleen als het woord een bepaald gevoel beter beschrijft dan we met het Nederlands kunnen. En er is geen woord op aarde dat de lading beter dekt dan droefgeestig. De enige reden om sad te gebruiken is als je opeens in 2007 bent, je beltegoed bijna op is en je nog maar drie letters hebt voor je sms.
‘Dat Engels onze taal overneemt, vind ik echt waardeloos. Alles wat ik net zei over hoe mooi taalverandering is, geldt niet voor Engels. Het Engels is een exoot, net als de Amerikaanse rivierkreeft die hier schade aanricht. Het is leuk dat-ie er is, maar het moet niet ten koste gaan van onze Nederlandse dijken.
‘De regel is dus: er zijn geen regels, maar niemand mag ooit nog like als stopwoordje gebruiken.’
Scenarioschrijver, regisseur of acteur?
‘Ik identificeer mezelf nog altijd het meest als acteur. Ik wilde al acteur worden sinds mijn 7de. Mijn vader vond het geen geweldig idee. Hij is regisseur en heeft bij veel vrienden gezien hoe onzeker het is om acteur te zijn. Maar als ik echt wilde acteren, mocht ik van hem een brief schrijven aan een castingbureau.
‘Ik schreef een brief, maar hoorde niets terug. Een paar maanden later belde ik het bureau om te vragen waarom ik nooit werk kreeg. Ik heb gedreigd met een overstap naar een concurrent. Ze vonden dat waarschijnlijk grappig, want ik kreeg een rolletje in Spangen met Linda de Mol en Monique van de Ven.
‘Toen mijn vader zag dat ik serieus was, zei hij dat ik dan wel moest leren schrijven. Ik ben totaal niet streng opgevoed, maar mijn vader controleerde wel altijd of ik op de toneelschool mijn schrijfopdrachten deed. Hij kende acteurs die dagen bij de telefoon zaten te wachten tot iemand belde om te vragen of ze Pipo de Clown wilden spelen. Zijn redenering was: een acteur die ook schrijft, kan altijd werk creëren. Nu schrijf ik die clown gewoon zelf.
‘Bij Schwalbe was ik voor het eerst regisseur. Dat was een geweldige ervaring, maar als we de volgende keer iets schrijven, wil ik er niet meer zelf in spelen. Het waren me te veel petten. Als regisseur moet ik mezelf van een afstandje bekijken en zie ik mijn eigen zwaktes uitvergroot. Ik denk de hele tijd: ‘Wat doet die gast op mijn set?’’
Een nieuw woord in de Van Dale of het Groot Dictee der Nederlandse Taal schrijven?
‘Lastig. Heel lastig. Maar een nieuw woord is wel een droom. De Van Dale is toch het Wimbledon van de Nederlandse taal, net zo groot als het winnen van het WK of de Champions League. Onze podcast verdwijnt zo weer in de grote stroom, maar de Van Dale is een instituut dat altijd zal blijven bestaan. En het heeft al 5.000 pagina’s, dus niemand heeft last van een paginaatje extra.
‘In de laatste podcastaflevering komen we met het woord ‘rundfunkiaans’. Schrijf dat maar op, dan staat het vast op papier. Het betekent: iets dat zo overduidelijk het cliché bevestigt dat het absurd wordt. Maar misschien gaan mensen het gebruiken als: twee gasten die ontzettend irritant zijn. Dat is ook goed. De taal leeft.
‘Het dictee schrijven lijkt me ook prachtig. Het is jammer dat ze het alleen nog op de radio uitzenden en niet meer op tv. Maar het zou geweldig zijn als ze een keer twee gasten vragen met wie nog wat te lachen valt, in plaats van de zoveelste literaire grootheid. En dat we dan toch een akelig moeilijk dictee schrijven, haha.
‘Wacht! Ik weet een betere: we schrijven het dictee en daarin gebruiken we een nieuw woord. De Van Dale pikt dat op en zet het woord in het boek. Als dat lukt, hoef ik niets meer in het leven, dan heb ik alles al bereikt.’
De podcast We love Nederlands (Tonny Media) is op meerdere platforms te beluisteren.
15 augustus 1989 Geboren in Utrecht
2004 In Oranje
2008 De brief voor de koning
2009-2013 Studeert aan de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie
2015-2016 Tv-serie Rundfunk (KRO-NCRV)
2017 Debuutvoorstelling Wachstumsschmerzen
2018 Rundfunk wint cabaretprijs Neerlands Hoop
2021 Ferry
2024 Rundfunk wint de Poelifinario voor theatervoorstelling Schau
2026 Rundfunk: Schwalbe (BNNVara)
2026 Podcast We love Nederlands
Yannick van de Velde woont met cabaretier Yentl Schieman en zijn dochter Sjuul in Amsterdam. Schieman en Van de Velde zijn op zondag 3 mei getrouwd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant