Bénédicte Savoy | Kunsthistorica Het Franse parlement heeft een wet aangenomen die de teruggave van zeker 150.000 tijdens de kolonisatie gestolen kunststukken makkelijker maakt. „In Frankrijk praat men liever niet over historisch verontrustende onderwerpen.”
Kunsthistorica Bénédicte Savoy schreef in 2018 met de Senegalese econoom Felwine Sarr een rapport dat de basis vormde voor de wet die donderdag definitief is aangenomen.
Ruim zestig jaar nadat de meeste van zijn oud-koloniën onafhankelijk werden, is Frankrijk er klaar voor om geroofde kunst terug te geven. Donderdag heeft het Franse parlement definitief ingestemd met een wet die het makkelijker maakt om tijdens de kolonisatie geroofde kunstobjecten terug te geven aan de landen waarvan ze zijn ontvreemd. In Franse musea liggen naar schatting 150.000 stukken uit de voormalige koloniën in Afrika: van traditionele Senufo-maskers uit Ivoorkust tot Fang-reliekbeelden uit Gabon.
Momenteel moet in Frankrijk voor elke teruggave een losse wet worden doorgevoerd; met de nieuwe wet hoeft de minister van Cultuur alleen een decreet uit te brengen. Dat het parlement unaniem met deze wet heeft ingestemd, toont een „fascinerende mentaliteitsverandering”, zegt kunsthistorica Bénédicte Savoy, die in 2018 met de Senegalese econoom Felwine Sarr een rapport over roofkunst uitbracht dat de basis vormde voor de wet. „In Frankrijk was altijd een grote meerderheid tegen het idee om gestolen kunstobjecten terug te geven”, zegt Savoy via een videoverbinding vanuit Berlijn, waar ze werkt voor de Technische Universiteit. „In nog geen tien jaar tijd is dat volledig omgeslagen.”
„Lange tijd was het ondenkbaar dat een Franse president het woord ‘restitution‘ (teruggave) zou gebruiken. Al sinds de jaren zestig vragen landen, vooral voormalige koloniën in Afrika, om teruggave maar Europese landen wilden daar lange tijd niet aan. Het is voor alle voormalige koloniale machten een pijnlijk thema en ieder land gaf zijn eigen redenen om niet aan teruggave te willen doen.”
„Zo bestaat in Frankrijk het idee dat erfgoed ‘onvervreemdbaar’ is: zodra een object in een museum staat, kan het nooit meer verplaatst worden. En er bestond een psychologische barrière omdat de verwerking van de kolonisatie nog niet is voltooid. Er leven nog mensen die zijn geboren tijdens de kolonisatie. Dat maakt de kwestie pijnlijk en persoonlijk – en in Frankrijk praat men liever niet over historisch verontrustende onderwerpen.”
„Musea. Toen Felwine Sarr en ik aan ons rapport werkten, kregen we van het Musée du quai Branly toegang tot alle archieven.” In dit Parijse etnografische museum liggen 70.000 gestolen Afrikaanse kunststukken.
„Maar toen wij ons rapport publiceerden, noemden ze het ‘een kreet van haat tegen het concept museum’. Wat natuurlijk niet zo is: het is omdát wij van musea houden dat we willen dat ze de sociale vraagstukken van onze tijd beantwoorden.”
De Ivoriaanse minister van Cultuur, Françoise Remarck en de toenmalige Franse minister van Cultuur Rachida Dati in februari tijdens een ondertekeningsceremonie voor de officiële teruggave aan Ivoorkust van de heilige spreektrommel Djidji Ayokwe, die in 1916 door de Franse koloniale autoriteiten in beslag was genomen van het Ebrie-volk.
„Inmiddels is er, in Frankrijk en daarbuiten, een nieuwe generatie museumdirecteurs aangetreden die een andere relatie heeft tot het koloniale verleden. Zij hebben afstand gedaan van de arrogante overtuiging dat alleen wij Europeanen in staat zijn om kunststukken te conserveren.” Dat argument is vaak aangedragen tegen teruggave van roofkunst.
„Er is een groot gat in een eerder onverwoestbare muur ontstaan. Belangrijk is daarbij dat in de wet is opgenomen dat Frankrijk ieder jaar een lijst moet publiceren met objecten die teruggeëist kunnen worden. Sommige landen zullen snel door dat gat stappen: zo heeft Benin na Macrons toespraak [via een losse wet] 26 belangrijke stukken teruggekregen. Ik verwacht dat onder andere Benin snel klaar zal staan met een nieuwe lijst.”
„Maar ik verwacht niet meteen systematische restituties. Zo weet Mali heel goed wat het terug wil, maar het land zit in een oorlogssituatie. En sowieso is het niet makkelijk opnieuw contact te maken met verloren erfgoed, om als samenleving te beslissen wat je ermee wilt doen. In 1815 moest Frankrijk alles wat Napoleon had gestolen teruggeven aan het toenmalige Pruisische Rijk. Het duurde vervolgens vijftien jaar tot Berlijn een museum had gebouwd en klaar was om die stukken te ontvangen.”
„Wat het proces compliceert, is het absurde amendement dat bestolen landen aan voorwaarden [onder meer over conservatie] moeten voldoen voor zij hun kunststukken terug kunnen krijgen. In Afrika wordt gezegd dat dit is alsof een dief een gestolen auto alleen wil teruggeven als de eigenaar een garage heeft gebouwd. Het is ethisch en praktisch gezien onzinnig.”
„Tijdens de behandeling van de wet hebben leden van [de radicaal-rechtse partij] Rassemblement National bizarre dingen gezegd.” Een RN-parlementariër sprak bijvoorbeeld over „een extreemlinks discours gebaseerd op berouw”.
„Maar uiteindelijk heeft ook die partij vóór gestemd. Dat geeft moed: zelfs met dit versplinterde parlement en alle polarisatie is er een consensus dat moet worden gewerkt aan deze kwesties.”
„Mensen kunnen weer in contact komen met hun erfgoed. We weten in Europa allemaal hoe het voelt als je een museum bezoekt, waarbij kunststukken – iets onsterfelijks – je toekijken. Het maakt het mogelijk esthetische emoties te ontdekken. Dat zie je in de documentaire Dahomey over de teruggave van de kunststukken aan Benin. Een arbeider die de beelden uitpakt, begint spontaan te zingen, kinderen gaan met de beelden dansen. En doordat de kunst simpelweg toegankelijker wordt, kan het als inspiratie dienen voor films en boeken, historisch onderzoek en lessen van ouders en leraren aan de jongste generatie.”
„Het geopolitieke aspect is wat Macron in 2017 heeft doen praten. Maar sinds zijn toespraak en de teruggave van de stukken aan Benin is het imago van Frankrijk in West-Afrika zo mogelijk nog slechter geworden. Dat laat zien dat kunst en erfgoed zich niet laten instrumentaliseren. Dat is maar goed ook.”