Ontcijferd April is de droogste maand. Daarom vinden er ook juist dan de meeste natuurbranden plaats. Dit jaar viel er zelfs uitzonderlijk weinig regen in april.
Op 29 april woedde er een flinke natuurbrand op het oefenterrein van het schietkamp tussen Epe en ’t Harde.
Regen, eindelijk regen!
Toen vorige week de eerste druppels begonnen te vallen, slaakten mensen op flink wat plekken in Nederland een zucht van verlichting. In een week tijd waren door heel Nederland tientallen natuurbranden ontstaan, op sommige plekken vloog de heide meerdere keren per dag in de fik. De natuur was gortdroog: er viel in heel april gemiddeld over Nederland maar 8 millimeter regen. Normaal gesproken valt er zo’n 40 millimeter.
Die buien bieden direct verlichting. Vorige week waren er op het hoogtepunt dertig meldingen van natuurbranden per dag, blijkt uit gegevens die worden verzameld door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). Deze week zijn het er nog maar een handjevol.
Maar het gevaar is nog niet overal geweken. In onder meer Brabant en in de veiligheidsregio in Den Haag, waar vorige week meerdere grote natuurbranden ontstonden, geldt nog altijd ‘Natuurbrandrisico Fase 2’. Dat betekent dat er een grote kans is op een natuurbrand en de brandweer sneller zal uitrukken met groot materieel om te voorkomen dat een klein brandje uitgroeit tot een grote vuurzee. In andere regio’s is de risico-inschatting wel naar beneden bijgesteld.
Natuurbranden komen in Nederland vaak voor in het voorjaar. „Het weer is de belangrijkste factor”, legt Edwin Kok uit. Hij is Landelijk Coördinator Natuurbrandbeheersing bij het NIPV. „April is sowieso de droogste maand van het jaar. Ook zijn open terreinen, waar grassen of heide groeien, tot april van nature droog omdat de sapstromen nog niet op gang zijn gekomen. Dat is brandbaar spul.” Die combinatie is de reden dat natuurgebieden juist in april extra kwetsbaar zijn voor natuurbranden.
Afgelopen maand verzamelde NIPV 201 meldingen, al zijn de cijfers nog niet definitief en wordt het aantal waarschijnlijk wat naar beneden bijgesteld. Dat waren er veel, maar niet uitzonderlijk hoog, zoals in de droge, hete zomer van 2018. Toen waren er dubbel zoveel branden, al bleven heel grote branden toen uit.
Wél uitzonderlijk waren de laatste dagen van april, waarin er elke dag tientallen nieuwe branden per dag ontstonden. Kok was blij dat de regen niet nóg langer op zich liet wachten. „Dan hadden we andere maatregelen moeten nemen. Welke precies? Dat is voor ons ook onontgonnen gebied.”
In die paar dagen gingen al flinke oppervlaktes in vlammen op. Normaal gesproken zijn verreweg de meeste natuurbranden niet groter dan een hectare, een brand van groter dan 10 hectare komt maar een paar keer per jaar voor.
Maar de grootste brand van afgelopen week, bij een militair oefenterrein op de Veluwe bij ’t Harde, omsloeg ruim 400 hectare, blijkt uit een analyse van satellietbeelden door de Wageningen Universiteit. Ook Brabant en Limburg stonden tientallen hectaren in brand.
Hoe de branden ontstaan wordt niet bijgehouden. Maar Kok weet: „Het grootste deel van de branden ontstaat door menselijk handelen, bewust of onbewust.” Hij ziet het in de patronen van de data over de branden die het NIPV verzamelt. „In sommige natuurgebieden is veel vaker brand dan in andere.”
Relatief veel branden ontstaan op militair terrein: in de afgelopen jaren was dat ongeveer een kwart. De oefenterreinen liggen vaak op de open velden die in het voorjaar kwetsbaarder zijn, zegt Kok – daar ontstaat sneller brand.
Maar verder verschillen deze branden niet van de natuurbranden die op een andere manier zijn ontstaan: ze zijn niet groter dan gemiddeld. „In andere jaren ontstonden de grootste branden op terreinen waar niet door defensie wordt geoefend”, zegt Kok. Dat de grote branden dit jaar op militair terrein ontstonden, is volgens Kok dan ook toeval.