Het was eerder toevallig dan vanuit een brandend verlangen dat Mariska van Loon in de jaren zestig begon te zingen bij De Paladijns. Dertig jaar later, bij het laatste optreden van de groep na een onverwachte heropleving, zong ze nog steeds.
In het net verschenen jaarboek van de Koninklijke Heemkundige Kring Essen wordt de opmerkelijke geschiedenis van De Paladijns nog eens uit de doeken gedaan. In het kort: hun muziek uit de jaren zestig en zeventig werd na de eeuwwisseling herontdekt en populair gemaakt door piratenzenders, zonder dat de voormalige bandleden daarvan aanvankelijk op de hoogte waren.
Voor Mariska van Loon kwam de presentatie van het jaarboek te laat. De zangeres overleed op 2 maart van dit jaar aan de gevolgen van de spierziekte ALS, waarvan de eerste symptomen in 2019 aan het licht kwamen. Daarna ging het snel bergafwaarts. ‘Ze heeft haar ziekte sterk gedragen’, vertelt dochter Debbie de Laat. ‘Al bleef ze het moeilijk vinden om haar lot te accepteren.’
De Volkskrant profileert regelmatig bekende en onbekende, kleurrijke Nederlanders die onlangs zijn overleden. Wilt u iemand aanmelden? postuum@volkskrant.nl
Mariska van Loon maakte vanaf 1965 deel uit van De Paladijns, een dansorkest dat in de ruim tien jaar van zijn bestaan vooral populair was in de grensstreek rondom het Belgische Essen. De zangeres werd zelf niet gedreven door een brandend verlangen naar het podium: ze kreeg het verzoek in te springen voor haar zus Anita die tijdens een van de optredens verstek moest laten gaan wegens een zware verkoudheid.
Vanaf dat moment hadden De Paladijns twee zangeressen. ‘Dat was toen nieuw en bijzonder’, vertelt Ludo Verhulst, een van de oprichters van de groep. ‘We waren in de streek de eerste band met meisjes in de gelederen. Dat leverde veel boekingen op, met name in zalen aan de Nederlandse kant van de grens. Het voordeel voor ons was dat die om middernacht sloten. Wij hadden allemaal een baan ernaast.’
In 1969 nam de coverband een eerste zelfgeschreven nummer op in de studio van Johnny Hoes in Weert. In loonpersing, wat betekent dat de bandleden zelf de kosten van de productie voor hun rekening moesten nemen. Vaarwel, ik wil je nooit meer zien was binnen de kortste keren uitverkocht en dat leverde de groep een contract op bij Telstar, de platenmaatschappij van Hoes.
De Paladijns brachten daarna nog negen singles uit, maar in 1975 hielden ze het voor gezien. De danszalen waren discotheken geworden en daar zat men niet te wachten op livemuziek. Binnen de groep werd ook gedacht aan gezinsvorming. Verhulst trad in het huwelijk met Anita van Loon, en Mariska trouwde met bandleider François de Laat met wie zij twee kinderen kreeg.
Die groeiden op in een huis waar De Paladijns maar zelden ter sprake kwamen, vertelt Debbie. ‘De muziek werd niet gedraaid en Mariska trok ook niet zingend door het huis. Zij was in de eerste plaats moeder en huisvrouw. Mijn broer en ik wisten dat onze ouders heel lang geleden iets met het levenslied hadden gedaan, maar daar deden we vaak wat lacherig over. Zo kenden we ze helemaal niet.’
De verrassing was groot toen na de eeuwwisseling duidelijk werd dat het oude werk van De Paladijns nieuw leven was ingeblazen door de populaire piratenzenders in het oosten van het land. In 2009 volgde een optreden in Nieuwleusen. Verhulst: ‘Ongelooflijk. Wij hadden onze teksten bij de hand, maar de drieduizend bezoekers in de tent, jong en oud, zongen onze liedjes woord voor woord mee.’
In 2024 namen De Paladijns voor de tweede keer afscheid van hun fans. Opnieuw in Nieuwleusen, ditmaal voor tienduizend mensen. Mariska zong in een rolstoel. Debbie: ‘Ze heeft getwijfeld of ze dit nog wilde doen. De doorslag gaf een inzameling voor het onderzoek naar ALS. Voor die 50.000 euro voor het goede doel wilde ze nog een laatste keer optreden. Het was emotioneel, maar ook een heel bijzonder afscheid.’
Source: Volkskrant