Home

In het weekend nemen we het leven door met een toevallige passant. Deze week: een eerste verliefdheid

Wekelijks bezoekt Gidi Heesakkers een eetgelegenheid ergens in het land. Met een klant neemt ze het leven door, na haar vraag: hier opeten of meenemen? Vandaag: Diecke van Rooij en Zeger van den Broek, cafetaria D’n Dijk, Engelen.

Gidi Heesakkers is chef van Volkskrant Magazine. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en populaire cultuur.

Diecke van Rooij (15) en Zeger van den Broek (16) hebben softijs gehaald, bij hem op de hoek in Engelen. Ze kennen elkaar uit de tweede klas van de middelbare school. Inmiddels zit zij in havo 4 en hij in vwo 4. In korte zinnen vertellen ze hoe het zit. Ja, ze zijn voor het eerst serieus verliefd. Misschien wel voor altijd.

Zeger: ‘We kunnen gewoon makkelijk praten. Zij is makkelijk om mee te praten.’

Diecke schudt lachend haar hoofd: ‘Dat is alleen met mensen die ik leuk vind. Ik weet niet, hij was gewoon anders dan alle anderen in de klas.’

Zeger: ‘Omdat ik zo grappig ben!’

Diecke: ‘Andere jongens doen heel stoer en zo. Daar ben ik niet zo van. Ze doen zich groter voor dan ze zijn. Hij niet.’

Zeger: ‘Op school hadden we niet echt contact. Maar via Snapchat gingen we steeds meer met elkaar praten. De eerste keer dat we buiten school afspraken, was bij de McDonald’s. Daar waren nog wel andere vrienden bij.’

Diecke: ‘Hij heeft mij verkering gevraagd.’

Zeger: ‘Anderhalf jaar geleden.’

Diecke: ‘Mijn vriendinnen zouden het denk ik ook wel willen, maar ze zijn er nog niet echt mee bezig.’

Zeger: ‘Ik had hiervoor ook niet het idee dat ik een vriendin wilde. Mijn vrienden hebben er geen zin in, om zo lang iets met iemand te hebben. Een vriend van mij zegt dat hij zich dan opgesloten voelt. Hij denkt dat hij dan altijd met diegene moet zijn. Maar dat hoeft helemaal niet. Wij spreken één keer per week af, soms twee keer. We zijn het vaakst bij haar, omdat zij meestal geen zin heeft om een kwartier te fietsen. Als we niet bij elkaar zijn, snappen we elkaar. Misschien iets te vaak. Ik zit eigenlijk bijna altijd op mijn telefoon met haar te praten.’

Diecke: ‘Als we wakker worden, sturen we elkaar meteen iets.’

Kunnen ze zich voorstellen dat ze hun hele leven bij elkaar blijven?

Zeger, meteen: ‘Ja, ik wel.’

Diecke: ‘Maar ik wil niet in Engelen wonen.’

Zeger: ‘Hoezo niet?’

Diecke: ‘Ik weet niet waar ik wil wonen. Ik denk veel na over wat ik na de middelbare school wil doen, maar ik heb nog geen idee. Ik heb zelfs nog geen richting, helemaal niks. Ik vind het echt heel lastig.’

Zeger: ‘Je weet wel wat je niet wil.’

Diecke: ‘Ja, leraar worden. Mijn moeder is juf op een basisschool. Ik heb geen geduld voor al die kinderen.’

Wat Diecke wél heeft, is advies voor wie nog zoekende is in de liefde. ‘Gewoon jezelf blijven. Dan komt er vanzelf wel iemand op je pad.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next