Home

Martijn N. ontkent in hoger beroep opnieuw verkrachtingen. ‘Ik snap dat ik me dominant gedroeg, maar zonder tegenreactie is dat de gang van zaken’

Misbruikzaak Modeondernemer Martijn N. stond deze week weer voor de rechter, nadat het OM in hoger beroep was gegaan tegen de straf die hij bijna twee jaar geleden kreeg. Er werd nu een „alleszins milde” zeven jaar cel geëist voor tien zedenzaken, een jaar minder dan bij de eerste rechtszaak.

Rechtbanktekening van Martijn N., voormalig directeur van het culturele platform Moam. Het OM, dat in eerste aanleg acht jaar eiste, is in hoger beroep gegaan.

Hij heeft aanbiedingen gehad voor interviews, boeken, een speelfilm „met een heel grote fee”, zei Martijn N. woensdag in de rechtszaal. Het was de eerste dag van het hoger beroep tegen de inmiddels 37-jarige oprichter van Moam, een stichting die jonge modeontwerpers koppelde aan grote namen uit de mode-, kunst- en cultuurwereld. „Maar ik doe mijn verhaal hier.”

Anderhalf jaar geleden stond hij bij de rechtbank in Amsterdam terecht voor elf strafbare feiten: zes verkrachtingen, twee pogingen tot verkrachting, ontucht met twee minderjarigen en een poging tot zware mishandeling. Voor ontucht met twee minderjarigen en één aanranding werd hij veroordeeld: achttien maanden cel, waarvan acht voorwaardelijk. Voor de overige zaken volgde vrijspraak of werd justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het Openbaar Ministerie vond dat de rechtbank te terughoudend had geoordeeld over signalen van dwang en ging in hoger beroep. Veel van de mannen die naar de politie stapten, waren jong toen ze met N. afspraken, twee pas vijftien jaar. De tien zaken die woensdag en vrijdag in hoger beroep werden behandeld, speelden zich af tussen 2011 en 2021.

‘Ego te groot’

N. zei woensdag een „stuk rustiger” in de zaal te zitten, omdat de zaak volgens hem toen over het algemeen ‘goed’ was verlopen. Opnieuw vertelde hij uitgebreid over zijn seksleven. Tijdens de eerste rechtszaak sprak hij over 1.900 sekspartners; deze week noemde hij een aantal van 2.200 à 2.300 mannen.

Dat seks tijdens dates vaak voor de hand lag, bleek volgens hem uit de context: zoenen, aanraken, meegaan naar een hotelkamer of woning. Hij verklaarde dat zijn „ego te groot” is om seks te hebben met een „lappenpop”. Seks noemde hij „een tweespel” en „een dans” waarbij zijn voordeur „niet op slot was” en jongens niet vastgebonden lagen. „Je ziet wat die ander doet. Die gaat erin mee, zoent terug, zegt nee, zegt ja.”

De voorzitter van het hof zette daar meermaals vraagtekens bij. De jongens met wie N. afsprak waren jong, woonden vaak nog thuis en hadden weinig of geen seksuele ervaring, hield zij hem voor. Sommigen waren scholieren die voor het eerst met een man afspraken. Enkelen verklaarden dat ze tijdens de seks verstijfden, niets durfden te zeggen of pas achteraf beseften wat ze was overkomen.

Op doorvragen van het hof of N. zich kon voorstellen dat jongens zich door hem geïntimideerd voelden of geen grenzen durfden aan te geven, antwoordde hij dat hij „niet in hun hoofd” kon kijken.

N. herhaalde, evenals bij de vorige rechtszaak, meermaals dat hij hield van harde anale seks, snel schakelen en onderdanige sekspartners. „Dat ik te dominant ben geweest, staat als een paal boven water”, zei hij tegen het hof. Achteraf had hij „beter moeten nadenken” over zijn gedrag, zei hij. Maar ook: „Ik snap dat iemand overweldigd wordt door dominant gedrag van mij, maar als er geen tegenreactie komt, is dat de gang van zaken.”

En dwang? Daarvan was volgens hem nooit sprake. „Als er duidelijk nee wordt gezegd, dan is het ook nee.”

Geen toegang meer tot Facebook

De strafzaak tegen N. groeide uit tot een van de grootste Nederlandse zaken rond seksueel geweld tussen mannen. De zaak kwam op gang na onderzoek van Het Parool en NRC, waarvoor de kranten met meer dan honderd mensen spraken. In maart 2021 beschuldigden eerst 28 en later nog eens 8 mannen hem van gewelddadig en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Na de publicaties meldden achttien mannen zich bij de politie.

Het OM schetste een patroon waarbij jonge mannen vooral via sociale media werden benaderd en tijdens ontmoetingen werden geïntimideerd of geen ruimte meer voelden hun grenzen aan te geven. De advocaat-generaal stelde dat N. hen jarenlang „overrompelde” en hun seksuele ontwikkeling „compleet doorkruiste”.

Vaak legde N. het eerste contact via Facebook, maar kort voor zijn aanhouding had hij naar eigen zeggen geen toegang tot zijn accounts, en dus ook niet meer tot oude gesprekken.

Daardoor kon hij herinneringen en contactmomenten niet meer nagaan. Dat hij via Facebook bewust jonge jongens selecteerde, ontkende hij. „Het was een ratjetoe van alles.” Ook „designers, oudere journalisten, mensen die me hielpen op school”.

Oude versus nieuwe zedenwet

De zaak valt nog onder de oude zedenwet van voor 1 juli 2024. Voor een veroordeling wegens verkrachting moest destijds bewezen worden dat sprake was van dwang, geweld of bedreiging. Sinds de invoering van de nieuwe zedenwet staat expliciete instemming centraler. Volgens justitie keek de rechtbank vorig jaar te veel naar fysiek verzet en te weinig naar situaties waarin aangevers verstijfden, niet meer reageerden of uit angst meegingen in de seks.

Gerard Spong, een van de advocaten van N., vroeg het hof vrijdag om vrijspraak in alle zaken. Volgens hem was onder de oude zedenwet geen sprake van dwang. „De naakte waarheid was duidelijk: seks, en nog meer seks was in the picture.” En: „Per slot van rekening neem je niet voor niets je slaapspulletjes mee naar een plek met een oudere, ervaren man”, herhaalde hij zoals bij de vorige zaak.

Hij wees ook op een jongen die de trein vanuit Zeeland nam om bij een „wildvreemde man” een Disneyfilm te bekijken. De aangevers zijn volgens Spong bijna allemaal spijtoptanten.

‘Korterokjesargument’

Bij het hoger beroep werd ook stilgestaan bij de persoonlijke situatie van N. Sinds 2021 is hij vrijwillig in behandeling voor een persoonlijkheidsstoornis. Volgens recente rapportages functioneert hij stabieler en is „ruime vooruitgang” geboekt in zijn behandeling. De reclassering adviseert daarom geen verplicht behandeltraject meer.

Het OM zegt daar in de strafeis rekening mee te houden en spreekt van een verdachte die inmiddels meer reflecteert op zijn gedrag, maar vindt de ernst van de feiten zwaarder wegen. De advocaat-generaal noemt het verweer van de advocaten „een vorm van victimblaming die in mijn ogen écht niet meer kan, echt niet meer geaccepteerd wordt in onze maatschappij” en vergeleek het met het „korterokjesargument”.

Het OM eiste daarom in hoger beroep zeven jaar cel voor tien zedenzaken, een jaar minder dan bij de eerste rechtszaak. De advocaat-generaal noemde die eis „alleszins mild”.

Het gerechtshof doet op 8 juni uitspraak.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next