‘Zondagen, maandagen, allemaal één pot nat’, aldus componist Alexandre Desplat, meervoudig Oscarwinnaar. Hij levert de ene na de andere filmsoundtrack af en heeft weinig op met vrije tijd, maar wel met een zeker Grieks dessert.
schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse muziek.
Componist Alexandre Desplat (64) werkt zich een slag in de rondte. Als de Fransman de vip-kleedkamer van de Rotterdamse zaal De Doelen binnenstapt, moet hij doodmoe zijn. Hij bereidt zich voor op een concert met het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Bovendien is dit niet zijn eerste interview vandaag. ‘Bonjour,’ een handdruk, een vriendelijke glimlach. Eerst maar even kennismaken – hoe gaat het, meneer Desplat, drukke dag?
‘Ik ben er klaar voor.’ Desplat gaat zitten.
De vraag ging vast langs hem heen. Een tweede poging. Dit is uw laatste interview vandaag. Heeft u nog energie over? Desplat kijkt vriendelijk maar strak vooruit en herhaalt: ‘Ik ben er klaar voor.’
Helder.
Desplat behoort tot de meest succesvolle filmmuziekcomponisten aller tijden. Zijn prijzenkast bevat meer dan honderd beeldjes, schalen en bekers. Hij ontving elf Oscarnominaties, waarvan hij er twee verzilverde: in 2014 voor The Grand Budapest Hotel en in 2016 voor The Shape of Water. Naast zulke artistieke drama’s kan Desplat ook prima uit de voeten met sensationele blockbusters als het tweedelige Harry Potter and the Deathly Hallows (2010 en 2011) en Jurassic World: Rebirth (2025).
‘De beste levende componist,’ noemde regisseur Guillermo del Toro hem. De drie films die ze samen maakten gaan over afzichtelijke fantasiewezens, monsters zelfs, die in werkelijkheid eenzaam en kwetsbaar zijn. Frankenstein (2025) is hun meest recente samenwerking. Welk muzikaal karakter wilde Desplat toekennen aan het monster uit Mary Shelley’s gotische roman?
‘Frankenstein gaat over een breekbaar wezen. Het is gewelddadig, sterk, maar uiteindelijk vooral gevoelig. Precies dat wilde ik vastleggen, bijvoorbeeld in de vioolpartij. Er schuilt geen monster in die muziek. Het publiek moet kunnen meeleven met iemand die niet van deze wereld is. Uiteindelijk moeten ze van hem gaan houden alsof hij van onze wereld is. In Griekenland noemen ze dat xenophilía (liefde voor vreemdelingen, red.),’ zegt Desplat, wiens moeder van Griekse afkomst is.
‘Wanneer ik in Griekenland ben en vrije tijd heb, ga ik het liefst zwemmen. En anders bezoek ik een museum.’ Maar vrije tijd heeft de componist amper, toch? In een eerder interview grapte hij zelfs dat hij geen leven heeft.
‘Dat was helemaal geen grap! Ik leef als een samoerai. ’s Ochtends begin ik vroeg. Soms, als het heel druk is, sta ik om vier uur op. Dan ga ik naar mijn studio en werk ik vanaf vijf uur als een machine tot tien of elf uur ’s avonds. Tussendoor eet ik een lichte lunch en een licht diner. Ik drink thee, geen alcohol. Ja, als er een feestje is misschien, maar voor de rest drink ik geen alcohol.’
Belangrijk detail: die thee moet Japanse of Chinese thee zijn. ‘Dat hangt af van het moment van de dag.’ Weekenden bestaan niet voor Alexandre Desplat. ‘Zondagen, maandagen, allemaal één pot nat.’
Desplats muziek kan groots en orkestraal zijn, vol Franse kleuren en jazzy akkoorden, of juist minimalistisch en intiem. Regelmatig krijgt de fluit – zijn eigen instrument – een hoofdrol. Luister maar naar de muziek van The Shape of Water. Hij is een vakman op elk gebied: karaktervolle thema’s componeren, kleurrijk orkestreren en de muziek zo structureren dat die zowel in de bioscoop als in de concertzaal tot zijn recht komt. Dat type klassieke filmmuziek wordt steeds zeldzamer in tijden van epische drums en neoklassieke behangmuziek.
Zijn werktempo ligt belachelijk hoog. Vorig jaar componeerde Alexandre Desplat vijf films op rij – wat voor Desplat-begrippen niet eens uitzonderlijk veel is. Volgens filmdatabase IMDb leverde hij in ruim veertig jaar tijd 217 soundtracks af. Keiharde deadlines zijn daarbij onvermijdelijk. ‘Op een vastgestelde datum zit er een orkest klaar, in een studio ergens op de wereld. Daar moet ik compleet voorbereid heen vliegen en vervolgens direct de muziek opnemen.’
‘Ik heb jarenlang dezelfde nachtmerrie gehad. Daarin arriveerde ik op zo’n opnamesessie en bleek mijn partituur nog niet af te zijn. Op een gegeven moment hield die nachtmerrie op. Gelukkig maar, want midden in de nacht wakker worden met zo’n vreselijke gedachte is niet makkelijk. Nee, een filmcomponist moet snel schrijven, snel ideeën bedenken en snel orkestreren om op tijd klaar te zijn. Zo is het nu eenmaal.’
Zonder verhalen krijgt Desplat amper een noot op papier. Zelfs zijn fluitconcert Pelléas et Mélisande – een autonoom werk, geen filmmuziek – is gebaseerd op een toneelstuk van Maurice Maeterlinck. ‘Pelléas et Mélisande bevat een verhaallijn en dramaturgie die ik bij het componeren kon volgen. Ook voor mijn toekomstige werk geldt: ik moet houvast hebben, of het nou iets visueels is, of een verhaallijn. Er moet iets zijn wat me richting geeft.’
‘Ik laat een hoop favoriete componisten links liggen en kom rechtstreeks uit bij Pascal Dusapin. Zijn muziek is prachtig. Krachtig, maar ook verfijnd. Gevoelig, maar tegelijkertijd gewelddadig. Zijn orkestratie is gestoord.’
Op het eerste gehoor lijkt de Franse componist Pascal Dusapin (70) de exacte tegenpool van Alexandre Desplat. Waar Desplats muziek lonkt als een kop warme thee met honing, klinkt Dusapin weerbarstig en uitdagend. Toch vertonen beide componisten op een dieper niveau meer overeenkomsten dan je zou denken. De composities van zowel Dusapin als Desplat hebben een enorm kleurrijke textuur en kunnen emotioneel overweldigen.
‘Bovendien is hij mijn vriend.’ Desplat zwijgt even. ‘En we spelen samen jazz, vierhandig op de piano. Heel slecht.’
‘Het Louisiana Museum of Modern Art ligt in het Deense plaatsje Humlebæk, op een heuvel aan zee. Aan de overkant van het water ligt Malmö, Zweden. Het is een van de meest organische musea die ik ken, je hebt het gevoel dat binnen en buiten naadloos in elkaar overgaan. Buiten het gebouw ligt een prachtige beeldentuin en de collectie van de Zwitserse kunstenaar Alberto Giacometti is om een moord voor te doen.
‘Vooral in de lente is het er prachtig, al is het maar vanwege de ligging aan zee. Van druk of spanning is totaal geen sprake, dus leef je er zonder enige vorm van inspanning tussen de kunst. Ik ben er maar een keer geweest, maar dat is genoeg om te kunnen zeggen dat dit mijn favoriete museum ter wereld is.’
‘Voor gelegenheden vind ik salsamuziek, of een ander soort latin jazz het meest geschikt. Wel vermijd ik muziek bij het avondeten. Tijdens het diner houd ik van stilte. Maar daarbuiten kan ik Braziliaanse muziek opzetten, of een jazzplaat van iemand als John Coltrane. En Bebel Gilberto, voor meer recente Braziliaanse muziekalbums. Latin jazz heeft iets vriendelijks en sfeervols.’
In gezelschappen wordt altijd de toevallig aanwezige muzikant gevraagd de playlist uit te kiezen. En als puntje bij paaltje komt, leidt dat altijd tot klachten. De muziek is te heftig, te druk of te intens. Herkent Desplat dat?
‘Kijk, de oren van muzikanten zijn op een bepaalde manier ontwikkeld. Als je bijvoorbeeld nooit naar hedendaagse muziek luistert, raak je de weg kwijt. Je moet leren begrijpen waar muziek vandaan komt, hoe het zich heeft ontwikkeld. Dat kost verdieping, en het is lastig om je in muziek te verdiepen.’
‘Aan de rand van de Akropolis in Athene ligt het Griekse theater Herodeion. Dat is een mooi podium.’ Desplat glimlacht: ‘Anders dan de Philharmonie de Paris of de Berliner Philharmonie, dat wel.’
Het Odeion van Herodes Atticus, bijgenaamd Herodeion, werd in 161 na Christus opgericht in opdracht van senator Herodes Atticus. De tribunes werden uit de rotsen gehakt en boden plaats aan een vijfduizendkoppig publiek, dat voornamelijk naar muziekvoorstellingen kwam luisteren. ‘Akoestisch onderzoek bestond in die tijd nog niet, maar het klinkt er toch behoorlijk goed.’ In 1950 werd het theater gerenoveerd. Tegenwoordig vinden er nog altijd klassieke concerten plaats. ‘Ik heb er zelf twee keer opgetreden. Dat waren beladen concerten voor mij.’
Kadaifi (of zoals Desplat in het Grieks zegt: kataifi) is een mierzoet dessert van dunne deegdraden met noten en siroop. Het komt oorspronkelijk uit de Ottomaanse keuken en is populair in Griekenland, Turkije en het hele Midden-Oosten. Je maakt het zelf vrij eenvoudig: koop kadaifi-deeg bij een oosterse supermarkt. Vul de dunne deegdraden met noten, rol ze op en bak ze goudbruin in boter. Giet er daarna suikersiroop over.
‘Ik at die cake vaak in mijn jeugd, in Griekenland.’ En tussen neus en lippen door verklapt Desplat zijn geheime ingrediënt: ‘Voeg yoghurt van schapenmelk toe. Dat helpt enorm, want het is extreem zoet.’
‘Dat is er eentje waarvoor ik de muziek heb gecomponeerd: Sur mes lèvres, van Jacques Audiard.’ De thriller vertelt het verhaal van Carla, een ondergewaardeerde kantoormedewerker met gehoorproblemen. Ze kan liplezen, een vaardigheid die haar in een femme fatale verandert wanneer ze een verbond sluit met een ex-gedetineerde. Samen beramen ze een plan om wraak te nemen op degenen die haar al die tijd hebben onderdrukt.
‘Ik ben dol op die film. Werkelijk alles klopt. Het scenario, de personages, de manier waarop het is gefilmd. De muziek mengt prachtig met het poëtische verhaal. Van al zijn films is Sur mes lèvres degene waarin Jacques de emoties het hoogst laat oplopen.’
‘De fluitsolo in Prélude à l’après-midi d’un faune, mag dat? Het werk zelf is namelijk geen fluitstuk. Het is een fluitsolo in een orkestwerk.’ Volkskrant Magazine knijpt een oogje toe en keurt het goed. Al was het maar omdat Claude Debussy’s symfonische gedicht (1894) veel overeenkomsten vertoont met Desplats eigen werk. Het orkest schildert een impressionistisch beeld van een faun in een woud.
Als mythologisch wezen met een beestachtig uiterlijk maar een zachtaardig karakter, is Debussy’s faun een typisch Desplat-personage. Het sprookjesachtige leitmotiv van de faun wordt gespeeld door een fluit, het instrument dat van Desplat ook geregeld een leidende rol toebedeeld krijgt. ‘De Prélude is het mooiste stuk dat ooit is geschreven voor...’ Desplat twijfelt even, ‘voor wat dan ook.’
‘Afgezien van het strand, is mijn favoriete plek in Griekenland de historische agora in Athene, in het bijzonder de Theseio (zoals de Tempel van Hephaistos in de volksmond heet, red.). Ik bezoek die tempel al sinds mijn 12de. Gedurende mijn puberteit bleef ik er terugkomen.’
De tempel, gebouwd in de vijfde eeuw voor Christus, is gewijd aan de smid van de goden: de god Hephaistos. Het gebouw staat op een heuvel op de agora, dat in de oudheid het bruisende centrum van Athene vormde. ‘Je ziet daar weinig toeristen, die komen er op de een of andere manier niet. Dat is bijzonder, want de tempel is in behoorlijk goede staat. Het is een van de zeldzame gebouwen die niet vernietigd zijn door bommen of aardbevingen. Je voelt het gewicht van het verleden hangen. Ja, die plek komt op mij overweldigend over, heel beladen.’
The Graduate, een film van Mike Nichols, gaat over de jonge twintiger Benjamin Braddock. De onzekere Benjamin, gespeeld door Dustin Hoffman, weet niet wat hij met zichzelf aan moet. Dan zet de oudere Mrs. Robinson (uit de gelijknamige hit van Simon & Garfunkel) zijn leven op zijn kop.
‘Als tiener heb ik The Graduate wel tien keer gezien. Mijn vrienden en mijn ouders spoorde ik aan: jullie moeten deze film zien, hij is fantastisch! Benjamin wil niet opgroeien. Dat idee staat mij wel aan.’ Herkent Desplat zich soms in de naïeve jongeman? ‘Ja, in zekere zin wel. Vooral wanneer hij onder water verdwijnt, puur om de stilte en de eenzaamheid te voelen. Dat is iets wat ik zelf iedere dag doe.’
CV Alexandre Desplat
1961 Geboren in Parijs.
1966 Begint met pianospelen.
1977 Wil filmmuziek componeren na het horen van John Williams’ soundtrack Star Wars: A New Hope.
1985 Eerste soundtrack voor de Franse film Ki lo sa?
2003 Doorbraak in Hollywood met soundtrack voor Girl with a Pearl Earring.
2007 Eerste Oscarnominatie voor de filmmuziek van The Queen.
2013 Fluitconcert Pelléas et Mélisande voor het Orchestre National des Pays de la Loire.
2014 Een jaar vol blockbusters: The Monuments Men, Godzilla, The Imitation Game, Unbroken en The Grand Budapest Hotel.
2014 Oscar voor Beste Originele Muziek: The Grand Budapest Hotel.
2018 Oscar voor Beste Originele Muziek: The Shape of Water.
2025 Soundtrack voor Guillermo del Toro’s Frankenstein.
Alexandre Desplat woont in Parijs en is getrouwd met violist Dominique Lemonnier. Ze hebben twee kinderen.
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.