is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Is een sportevenement van drie weken waarvan de winnaar al bij voorbaat vaststaat de moeite van het volgen waard? Moet je al die uren opofferen voor een winnaar van de Giro die bijna zeker Vingegôr heet, een echtgenoot die opvalt door de gewoonte telkens wanneer hij heeft gewonnen zijn trouwring te kussen?
Overigens een waanzinnig goede wielrenner die voor de start van de Giro in Burgas (Bulgarije) verklaarde dat je nooit je tegenstanders moet onderschatten, een opmerking die door de Franse sportkrant L’Équipe vrijdag prominent werd afgedrukt, omdat hij niets interessanters had te melden.
Op het terras van café Le Casino in Caromb ging het deze week over twee dingen: voetbalclub Paris Saint-Germain en wielrenner Paul Seixas – met een voorkeur voor de laatste, want Seixas komt uit het nabijgelegen Lyon en PSG is in de Provence niet bijzonder populair. De song Paul Seixas, Please Don’t Sign for UAE van Killow wordt ook in Frankrijk veel gedraaid, maar dat heeft wielrennen nog niet teruggebracht op de voorpagina’s. Dat komt als over twee maanden de Tour van start gaat.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Vingegaard zal bij gebrek aan tegenstand de komende weken na een etappezege minstens vijf keer hartstochtelijk zijn trouwring beroeren. Maar ik herinner me de Giro van twee jaar geleden, toen Pogačar zes etappes en het eindklassement won met bijna tien minuten voorsprong op de nummer twee. Dat vertoon van suprematie hield me aan de tv gekluisterd.
Sport leeft bij competitie, dus het moet niet te vaak voorkomen dat een van de buitenaardsen alleen aan het vertrek staat en geen concurrentie heeft te duchten. De balans tussen superioriteit en voorspelbaarheid is een subtiele. Elke sport zoekt naar atleten die de volmaaktheid benaderen, maar tegelijkertijd moet de illusie dat de onoverwinnelijke kan worden overwonnen blijven bestaan: zolang dat zo is, blijft het publiek geboeid.
Het is het mooist wanneer meerdere gelijkwaardige kampioenen elkaar bestrijden. Dat lijkt in het wielrennen, anders dan bijvoorbeeld in het tennis, een moeilijk te realiseren wens. Vingegaard heeft Pogačar twee seizoenen kunnen volgen en zelfs verslaan, maar hij is nu op achterstand gezet – hij vlucht niet voor niets naar de Giro.
Extra probleem is dat in de moderne sport excentrieke persoonlijkheden en buitenbeentjes die de ophef en het vertier verzorgen zeldzaam zijn geworden. De eisen aan atleten zijn zo hoog opgeschroefd dat er geen ruimte meer is voor zonderlinge types.
Saaie renners zijn er altijd geweest, maar daar stonden figuren als Anquetil (met zijn gecompliceerde liefdesleven), Jaskula (die naar verluidt graag een gloeilampje of bierglas mocht verorberen) en een reeks aan dopingpiraten en romantische sjoemelaars tegenover.
De verhalen van het wielrennen gaan steeds vaker louter en alleen over de prestaties, over wattages en koolhydraten, over data en nog meer data. Die hebben de speelvogels, hun kleurrijke belevenissen en hun humor uit het peloton verdreven en dat is verlies.
Maar er is altijd hoop, zelfs de komende drie weken. Vingegaard gaat 95 procent zeker de Giro winnen, maar dat laat 5 procent over voor het onverwachte, voor het noodlot en het drama. En voor de laatste paradijsvogel die opeens iets blijkt te kunnen wat niemand voor mogelijk had gehouden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant